Inbreng Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink inzake biotechnologie.

woensdag 16 november 2011 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink inzake het Hongaars compromisvoorstel inzake teelt van genetisch gemodificeerde gewassen en (on)mogelijkheden van vrijwaringen.

Onderwerp:    Biotechnologie

Kamerstuk:    32 472

Datum:             16 november 2011

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie De leden van de ChristenUnie-fractie houden graag een vinger aan de pols als het gaat over ggo’s, en zijn daarom zeer geïnteresseerd in de Europese ontwikkelingen ten aanzien van meer nationale bevoegdheid en het betrekken van sociaal economische criteria. Het kabinet geeft aan dat er na het aannemen van een aantal amendementen in het Europees Parlement echter op korte termijn nog geen afronding in zicht is. Hoe ziet het proces er in de komende maanden uit? Waar stokt de voortgang met name op, en wat wordt er van Nederlandse zijde ondernomen om de vaart weer in het proces te krijgen?

Naast de procesvoortgang zouden de leden willen vragen om meer informatie met betrekking tot de inhoud. Over welke aanvullende criteria wordt precies gesproken? Kan aangegeven worden welke criteria grofweg door andere lidstaten zijn ingebracht die niet in de Nederlandse inbreng werden genoemd? In de brief van 9 november 2011 staat dat er een categorie amendementen is die losstaat van het voorstel. In hoeverre is er over de amendementen die zuiver betrekking hebben op het commissie voorstel inhoudelijke overeenstemming bereikt tussen de lidstaten? In de bijlage bij brief RB/2011047830 staat te lezen dat de voorwaarden voor een nationaal teeltverbod « non-discriminatoir» moeten zijn. Wat betekent deze voorwaarde concreet? Betekent het dat in de toekomst ook importverboden mogen worden ingesteld op bijvoorbeeld RoundupReady soja of mais, of betekent het dat uiteindelijk alle ggo’s die ergens in de wereld geteeld worden welkom zijn op Nederlandse akkers? Graag verduidelijking.

Daarnaast enkele vragen over het schadefonds. Kunt u verzekeren dat het schadefonds gevuld is en dat alle partijen overeenstemming hebben bereikt voor eventuele commerciële teelt. Wat zijn de garanties voor gentechvrije telers? Kan toegezegd worden dat voor alle gewassen het principe «de vervuiler betaalt» leidend is voor het vullen van het restschadefonds voor co-existentie?

In de reactie op de COGEM evaluatie wordt geschreven dat de COGEM niet betrokken zal worden in de toekomstige sociaal-economische beoordeling van ggo-gewassen. Hoe verhoudt zich dat exact tot de signalering Sociaal-economische aspecten van ggo’s, Bouwstenen voor een EU duurzaamheidsbeoordeling van genetisch gemodificeerde gewassen (090929–01), die de COGEM schreef en die gebruikt is als Nederlandse input voor het Europese proces dat nu vorm geeft aan de sociaal-economische criteria?

De leden van de ChristenUnie-fractie steunen het sectoroverleg over het kwekers- en octrooirecht, waarin constructief wordt samengewerkt om een oplossing te bereiken. Kan het kabinet duidelijkheid verschaffen over de fase waarin het proces zich nu bevindt? Op welke termijn kan de afronding van dit proces wordt verwacht? Voor de effectiviteit van het sectoroverleg achten de leden het wenselijk dat een einddatum wordt genoemd. Is het kabinet hiertoe bereid?

Tegelijkertijd bestaat er onduidelijkheid over de inzet in Europa. Waar de staatssecretaris van EL&I tijdens het algemeen overleg Biotechnologie op 18 mei j.l. zei: «We gaan met de lidstaten Duitsland, Frankrijk en Denemarken om de tafel» lezen de leden in de brief van de minister van EL&I dat hij zal nagaan of samenwerking met die landen wellicht opportuun is. Ook stelde de staatssecretaris van EL&I dat een uitgebreide kwekersvrijstelling gewenst is en dat daarvoor een wijziging van de richtlijn nodig is. Daar tegenover lezen de leden in de brief van de minister van EL&I dat hij nagaat of het wenselijk is een wijziging van de bio-octrooirichtlijn te bepleiten, of om andere oplossingen te overwegen die tegemoet komen aan de wensen van de kwekers.

Begint de inzet voor een brede kwekersvrijstelling te vertroebelen? Wie is de verantwoordelijke op dit dossier? Wat is er gebeurd met de duidelijkheid van de staatssecretaris van EL&I? Wat wordt er gedaan om de toezeggingen van het kabinet vorm te geven? Kan het kabinet bevestigen dat de inzet zoals verwoord door de staatssecretaris van EL&I leidend is? Tijdens het algemeen overleg van 18 mei jl. is door de leden van de ChristenUnie-fractie de vraag gesteld wie de brieven over octrooi- en kwekersrecht zal ondertekenen, aangezien er in de Tweede Kamer steeds goede inhoudelijke discussies plaatsgevonden hebben met de staatssecretaris van EL&I maar de brieven steeds ondertekend worden door de minister van EL&I. Daarna heeft de Kamer opnieuw twee brieven van de Minister van EL&I ontvangen. Hoewel de leden weten dat het kabinet met één mond spreekt stellen zij het toch op prijs als duidelijk is welke bewindspersoon nu verantwoordelijk is voor dit dossier. Daarom herhalen de leden van de ChristenUnie-fractie de vraag of de Tweede Kamer voortaan met alleen de staatssecretaris van EL&I te maken kan hebben voor het dossier octrooi- en kwekersrecht.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > november