Inbreng Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink inzake Decentralisatie Natuurbeleid.

maandag 14 november 2011 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink inzake Decentralisatie Natuurbeleid.

Onderwerp:    Decentralisatie Natuurbeleid

Kamerstuk:    30 825

Datum:             14 november 2011

Het onderhandelingsakkoord tussen het rijk en de provincies is door de ChristenUnie-fractie met zeer gemengde gevoelens ontvangen. Enerzijds is het goed dat het voornemen van dit kabinet, nl “De provincies krijgen meer zeggenschap over het natuurbeheer.”, nu eindelijk is uitgewerkt. Dit proces duurde erg lang, en heeft voor veel onzekerheid en stilstand gezorgd. 

Dan het akkoord zelf. Het is niet verwonderlijk dat het een moeizaam proces was. Want de overheveling naar de provincies gaat gepaard met een enorme korting op het beschikbare budget en een forse toename van het aantal taken. Kunnen de provincies deze taken allemaal dragen binnen het beschikbare budget? De afspraken hebben consequenties voor TBO’s en andere maatschappelijke organisaties. Hoe zijn zij betrokken bij het maken van de afspraken? Het regeerakkoord spreekt van “maximale inzet op beheer en minimaal op verwerving”. Op hoeveel beheer wordt ingezet? Heeft het consequenties voor het aantal beheerde hectaren? Hoe wordt de kwaliteit van de beheerde gebieden gewaarborgd? Heeft verminderde inzet op beheer op korte termijn consequenties voor inspanningen op de langere termijn (dat er dan extra beheer en herstel noodzakelijk is?

De decentralisatie naar de provincies toe kunnen we niet los zien van het beschikbare budget. Hoe verhoudt zich de € 100 miljoen die nu beschikbaar wordt gesteld tot de circa € 250-300 miljoen die op grond van “gemiddeld beheer” noodzakelijk is.

Ook de aankondigingen ‘strategische inzet van ruilgronden’ en ‘ontstapeling van gebiedscategorieën’ krijgen vorm. Wat betekenen deze woorden concreet? Klopt het dat de ruilgronden voor ongeveer 1/3 worden ingezet en dat de rest terug gaat naar het Rijk. Wat betekent de ‘ontstapeling’ voor gebieden die maar in één gebiedscategorie vallen (bijv. Beschermde Natuurmonumenten)?

Deze inzet voor een robuust natuurbeleid brengt mij voor dit moment tot de volgende vragen:

-           In het akkoord wordt gesproken over ‘adequaat beheer’ en ‘nalatigheid’. Wat betekenen deze termen concreet? Aan welke indicatoren wordt gedacht? Wie toetst de inzet van de provincies? In welke verhouding staat dit tot externe factoren en beleid? Hoe verhoudt zich ‘nalatigheid’ tot beschikbaar budget? Wat is de juridische borging van de afspraken uit het decentralisatieakkoord?

-           Het onderdeel ‘water’ wordt alleen genoemd als prioriteitsstelling binnen de KRW. Dat terwijl waterbeheer nauw samenhangt met natuurbeheer. Wie is er verantwoordelijk voor het waterbeheer? Wat betekent dit voor gebieden waar integraal wordt gewerkt aan natuurbeheer en landbouwontwikkelingsprojecten?

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > november