Bijdrage Arie Slob aan het plenaire debat Begroting Infrastructuur en Milieu.

dinsdag 22 november 2011 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan het plenaire debat Begroting Infrastructuur en Milieu (33 000 XII en 33 000 A).

Onderwerp:    Begroting Infrastructuur en Milieu

Kamerstuk:    33 000 – XII en 33 000 A

Datum:             22 november 2011

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb nummer veertien gekregen op de sprekerslijst. Dat is mij als voetballer nooit gelukt. Ik voel mij dus heel gelukkig vandaag.

Op dit late uur begin ik met een belangstellende vraag aan de beide bewindspersonen. Ik ben eigenlijk benieuwd of het nog een beetje spoort op het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Vorig jaar is dit ministerie nieuw ontstaan. Inmiddels hebben beide bewindslieden een jaar ervaring op die plek. Ik zou het goed vinden om daar iets over te horen, zeker ook vanwege de samenvoegingen die hebben plaatsgevonden.

De ChristenUnie heeft een wisselend beeld van dat jaar. Ik begin positief. Er zijn zaken die goed gaan. Ik noem er één. De filedruk in het land is afgenomen. De afgelopen dagen hebben wij enkele cijfers daarover gehoord. De afname heeft natuurlijk ook met de economische crisis te maken. Daar moeten wij heel eerlijk over zijn. De afname is echter ook het gevolg van de aanleg van extra rijstroken en de zogenaamde spitsstroken. Het is fijn dat de minister de inspanningen van het vorige kabinet voortvarend heeft opgepakt. Ik dank haar daarvoor.

Ondanks omvangrijke bezuinigingen is er gelukkig ook meerjarig nog geld beschikbaar voor infrastructuur. Dat is goed voor de economie. Dit houdt de bouw en de verkeer- en vervoersystemen in beweging. De krappere budgetten maken het echter wel noodzakelijk dat elke investering zorgvuldig gewogen wordt. De lijst met mogelijke projecten is vele malen langer dan het beschikbare budget. Dit betekent dus ook dat wij prioriteiten moeten stellen. Die lijst had overigens wel wat korter kunnen zijn als het project kilometerbeprijzing was doorgezet. De fractie van de ChristenUnie vindt het nog steeds jammer dat dit niet gebeurd is. Het is echter niet anders. De minister heeft met die politieke werkelijkheid te maken.

Wij vinden het ook positief dat de minister er een soort persoonlijke missie van heeft gemaakt om de reiziger in Nederland centraal te stellen. Haar credo -- het werd vanavond al eerder genoemd -- is om het woord reiziger met een hoofdletter te schrijven en uit te spreken. Dit laatste is misschien iets moeilijker. Het valt ons ook op dat het in het afgelopen jaar vooral een missie van woorden is geweest. Ik wil er mijn persoonlijke missie van maken om de minister de komende tijd verder te helpen om haar woorden om te zetten in nog meer concrete daden. Om mijn positieve inzet te illustreren, heb ik voor de minister iets meegenomen dat ik pas na afloop zal overhandigen, omdat dit niet in de Handelingen kan worden opgenomen. Het is het woord reiziger in chocoladeletters, gezien de tijd van het jaar. Dit scheelt weer wat boodschappen doen in de komende tijd. In ieder geval stel ik voor om alle letters van het woord reiziger met een hoofdletter uit te spreken. De chocoladeletters zijn overigens fair trade.

De minister en de staatssecretaris krijgen deze chocoladeletters na afloop van ons mee, als aansporing om er serieus werk van te maken.

Wij maken werk van een actieplan waar ik de minister ook op zal trakteren, nog voor de kerst. Het betreft een initiatiefnota -- deze zal dus officieel aan de Kamer worden aangeboden -- om het regionaal openbaar vervoer in ons land een kwaliteitsplan te laten maken waardoor reizigers een beter product krijgen en het aantal reizigers kan toenemen. Wij hebben daar in de afgelopen maanden hard aan gewerkt. Het is gelijk ook de uitvoering van de motie-Cramer uit december 2008 en ook -- zo zijn wij ook wel weer -- de uitwerking van de motie-Aptroot uit 2009 die nooit echt is uitgevoerd. Zie het maar als de uitgestoken hand van de ChristenUnie. De initiatiefnota zal ongeveer 160 pagina's lang zijn en zal zo'n 200 aanbevelingen bevatten om het openbaar vervoer in Nederland te verbeteren.

Dat is namelijk heel hard nodig. Wij maken ons zorgen over de stilstand in de groei van het openbaar vervoer. Wij zien dat er in de steden, maar ook op het platteland, een kaalslag dreigt door bezuinigingen op het openbaar vervoer. De heer De Rouwe had de stukken volgens mij iets beter moeten lezen. Wij hebben drie jaar op de uitwerkingen van de genoemde moties gewacht. Het is dus niet alleen dit kabinet maar ook het vorige kabinet euvel te duiden. Nu zijn wij er zelf maar mee gekomen.

Het viel ons in het afgelopen jaar bij dit kabinet op dat er bijvoorbeeld wel extra geld voor wegprojecten is, maar dat op een aantal cruciale spoorprojecten verder wordt bezuinigd. Ik noem bijvoorbeeld hetgeen met de infrastructuur bij Almere gebeurt: wel extra geld voor de weg, maar bezuinigen op het spoor naar Almere.

Wij zien ook dat wegprojecten worden versneld, maar dat openbaarvervoerprojecten, ook heel belangrijke, op de langere baan worden geschoven. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de nieuwe metrolijn Rotterdam-Zuid, waarvoor nu pas misschien na 2024 geld is. Diezelfde metrolijn wordt echter wel meegenomen in het glossyonderzoek van het kabinet om eventueel de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Die metrolijn staat wel in het onderzoek, maar het is absoluut nog niet duidelijk of die er echt wel komt. Ik ben benieuwd naar de ambities van de minister op dit punt. Ook gezien het feit dat zij in de komende jaren behoorlijk veel extra geld voor de weg wil uittrekken, vraag ik haar of zij een analyse wil maken van de mobiliteitsvraagstukken, ook in het licht van de vergrijzing die in Nederland optreedt.

De minister heeft een deal gesloten over het hoofdrailnet en de hsl. Daar zullen wij later nog verder over spreken. Ik zie daar wel heel veel herkenbare dingen in, ook positieve dingen. Ik doel bijvoorbeeld op meer grensoverschrijdende verbindingen en een directe verbinding Den Haag-Eindhoven via de hsl. Daarover heeft mijn fractie in het verleden ook moties ingediend. Ik denk ook aan het overal laten rijden van minimaal twee treinen per uur. Dat zijn goede dingen, maar de vraag is welke prijs de reiziger daarvoor betaalt. Is het bijvoorbeeld reëel om een toeslag voor kleinere afstanden binnen de Randstad te vragen? Dat is nu wel de bedoeling. Die toeslag is veel minder hoog dan in het verleden, maar het is nog steeds een toeslag. Hoe was het treinaanbod zonder het hsl-debacle geweest? Wij zijn benieuwd naar de verdere doorrekeningen van de bedragen die daarbij genoemd zijn. Wij vinden het opvallend dat de concessie voor de NS eigenlijk heel globaal is. Regionale concessies zijn echter vaak veel beter en concreter ingevuld. Wat dat betreft, kan er nog een slag gemaakt worden. Maar goed, wij komen daar nog nader over te spreken.

Het kabinet maakt veel snelheid met de snelheden op de weg, de verhoging naar 130 km/u. Dat komt natuurlijk door de aanmoedigingen van de heer Aptroot. Er zou zelfs op nog veel meer wegen 130 km/u moeten gaan gelden. Ik laat het nu maar even bij de discussie die op dat punt gevoerd wordt. Ik zou het echter fijn vinden als wij ook de snelheden op het spoor eens verhogen. Er is namelijk echt veel mogelijk. De snelheid op regionale spoorlijnen zou van 100 km/u naar 120 km/u kunnen. Wij weten dat er spoorverbindingen zijn, ook in aanbouw, waarop wij mogelijkerwijs 200 km/u kunnen rijden als wij de maximumsnelheid stapsgewijs opvoeren. Ik verwijs naar de Hanzelijn. Het kan eind 2012 als wij daarvoor de goede spullen hebben. Dan kunnen wij op dat punt sprongen maken. Laat ik dan voor het spoor maar even "de Aptroot" spelen: wil de minister ook snelheidsverhogingen op het spoor doorvoeren? Ik roep haar op om ook de overstap van de auto naar het openbaar vervoer eens goed te bekijken. Daartussen moeten veel meer verbindingen worden gemaakt. Ik was zeer gecharmeerd van het plan dat de ANWB een aantal maanden geleden over P+R-terreinen presenteerde, om die verbindingen echt te maken. Dat was dan ook een aanvalsplan. Als je in mei roept dat je zult aanvallen, dan gaat het niet helemaal goed als het in oktober/november nog steeds stil is. Daarvoor moet dus ook nog een tandje worden bijgezet.

Ik kom te spreken over het milieu. "De geest is goed", zei mevrouw Van der Werf; ik heb het even opgeschreven. Wij hebben eerlijk gezegd toch een beetje medelijden met de staatssecretaris die deze portefeuille heeft. Hij is met veel goede dingen bezig en op het gebied van de waterportefeuille kunnen wij elkaar goed vinden, maar met deze portefeuille wil het nog niet helemaal vlotten. Ik heb vorig jaar geprobeerd om de Kamer de uitspraak te laten doen om er een rentmeesterschapsagenda van te maken, maar zelfs het CDA stemde tegen deze motie. Het woord werd vandaag weer even gebruikt, maar wij komen steeds meer in de achterhoede terecht. De heer Paulus Jansen heeft dat wel goed verwoord. Om het maar even in wielertermen te zeggen: we zitten een beetje in de bus. Dat is niet goed. De milieudoelstellingen komen steeds verder weg te liggen. Met de CO2-reductie zijn er allerlei tegenvallers. Hoe gaan we dit doen? Wordt het op deze manier nog wat?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik vraag de heer Slob om verduidelijking. Hij zei dat alles op het gebied van de waterportefeuille goed gaat. Wij hebben binnenkort nog een WGO over water en daar zullen wij hier ook nog over spreken, maar ik wil alvast om een korte kwalificatie vragen: doelt de heer Slob met zijn opmerking ook op de waterkwaliteit?

De heer Slob (ChristenUnie):

Het is misschien te kort door de bocht om te zeggen dat alles met de waterportefeuille goed gaat, want op dat gebied hebben wij uiteraard ook nog wel wensen, maar wij zijn met de staatssecretaris aan het zoeken of wij daar op een goede manier uit kunnen komen en de doelstellingen zijn hoog. De financiële middelen zijn beperkt, maar misschien kunnen wij toch sprongen maken op het gebied van waterveiligheid en dergelijke. Overigens had ik dus vooral het onderdeel waterveiligheid voor ogen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik zie dit als een bevestiging dat de heer Slob ook niet bepaald gerustgesteld is door de constatering van het Planbureau voor de Leefomgeving dat op het gebied van waterkwaliteit mogelijk maar 10% van de oppervlaktewateren in "goede staat" zal zijn in 2027, met dit beleid. Maar nogmaals, daar zullen wij nog verder over spreken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Hier wordt later nog over gesproken. Mijn collega Wiegman-van Meppelen Scheppink zal in dat WGO een bijdrage namens onze fractie leveren.

Wij maken ons in elk geval zorgen. Misschien moeten we maar eerlijk zijn. Het ministerie heet "ministerie voor Infrastructuur en Milieu". We kunnen de letters I+M laten staan en we kunnen van "Milieu" gewoon "Mobiliteit" maken. Dan doen we meer recht aan wat daadwerkelijk gebeurt. Ik hoop dat het milieu dan op een later moment verder opgepakt kan worden. Ik heb er een zwaar hoofd in, maar mogelijkerwijs daag ik de staatssecretaris nu uit om morgen met een heel vlammend, enthousiasmerend betoog te komen.

Over de binnenvaart is een aantal mooie amendementen ingediend. Wij zullen die steunen. Ik denk onder andere aan het amendement-Dijkgraaf/De Rouwe en het amendement-Dijkgraaf. Wij hebben zelf ook een amendement ingediend om de verduurzaming van de binnenvaart een verdere impuls te geven. Ik heb eerder pogingen gedaan, maar nu doen wij het met een gedekt amendement dat betrekking heeft op vernieuwing in de motoren. Ik hoop dat het amendement op een warm onthaal kan rekenen bij de Kamer en mogelijk zelfs bij het kabinet.

Wij hebben nog een aantal andere amendementen ingediend. Die zullen met name bij de bespreking van het MIRT aan de orde komen. Ik haal er één onderdeel uit, de gebiedsgerichte aanpak. Wij vinden die erg belangrijk. Er is een forse meevaller bij de aanleg van de A4 Midden-Delfland en dat is mooi. Ik ben niet iemand die zo'n bedrag gelijk wil inpikken en besteden, maar aan de spoorverbinding tussen Den Haag en Rotterdam die daar ligt, waar sommigen straks misschien weer overheen karren, zijn echt nog aanpassingen nodig. Wij zouden dit geld ook deels kunnen gebruiken voor station Schiedam Kethel.

Na de spoedaanpak van de A28 Utrecht-Amersfoort is ook geld overgebleven. Laten wij dat in het project knooppunt Hoevelaken stoppen, waar een groot tekort is. Zo kunnen wij de problemen daar iets minder groot laten worden. Bovendien is dit ongelooflijk belangrijk voor de ontwikkeling van dat gebied. Wij zullen hier later verder over spreken. In elk geval liggen er kansen om op een goede manier om te gaan met beschikbaar geld. Als de Kamer het wil en de bewindspersonen het willen -- maar de Kamer heeft altijd het laatste woord -- kan dit geld worden toegepast om een paar grote knelpunten op te lossen waar eerder geen geld voor beschikbaar was.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Arie Slob
Bijdragen

« Terug

Archief > 2011 > november