Bijdrage Cynthia Ortega-Martijn aan het plenaire debat inzake Begroting Binnenlandse Zaken.

woensdag 16 november 2011 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn inzake de Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onderwerp:    Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2012

Kamerstuk:    32 853

Datum:             16 november 2011

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Onder deze begroting vallen tal van onderwerpen die niet altijd veel met elkaar te maken hebben. Dat moet zelfs voor deze minister een flinke kluif zijn. Gezien de beperkte spreektijd zal ik gelijk overgaan tot de inhoud.

In het rapport van de staatscommissie Grondwet staat de wens centraal om het normatieve richtinggevende karakter van de Grondwet te versterken. Het kabinet vindt het blijkbaar niet van belang en doet haast niets met het rapport. Ik roep het kabinet op alsnog goede studie te maken van het rapport. Het kan toch niet zo zijn dat het grijpen naar het EVRM door de rechters gebeurt omdat de grondrechten daarin concreter zijn omschreven dan in onze Grondwet?

Gezien de grote twijfels over de veiligheid en kwaliteit van opslag van vingerafdrukken in paspoorten heeft de minister alles opgeschort. De ChristenUnie verzet zich echter tegen de opslag van biometrische gegevens zelf. Opslag is niet vereist door de Europese verordening en de inbreuk op privacy staat niet in verhouding tot de opbrengst. Zo heeft ook het College bescherming persoonsgegevens herhaaldelijk laten weten. Daarom verzoek ik dit kabinet om de plannen voor opslag van vingerafdrukken te laten varen.

De rol van de burgemeester is de afgelopen jaren steeds robuuster geworden en ging gepaard met een toename van de nodige juridische bevoegdheden. Mijn fractie ontvangt echter signalen van burgervaders maar ook van raadsleden dat er niet altijd adequate juridische ondersteuning paraat is opdat bevoegdheden ten volle benut kunnen worden. Dit kan ook juridische kwetsbaarheid met zich brengen. Ziet de minister mogelijkheden, bijvoorbeeld via gesprekken met de VNG, om de juridische ondersteuning van burgemeesters en gemeenteraden te vergroten? Graag een reactie.

De ChristenUnie staat voor een inclusieve hoffelijke samenleving. Het vorige kabinet is begonnen aan een handvest maar nu is het muisstil op dit terrein. Het kabinet wil meer verantwoordelijkheid bij de samenleving neerleggen. Deze minister ziet in zijn integratievisie een belangrijke rol weggelegd voor kerken en vrijwilligers die bepaalde verantwoordelijkheden moeten gaan oppakken. Hij gaat ze er zelfs op aanspreken, zo staat in de notitie. Welnu, dan is zo'n handvest een uitgelezen mogelijkheid om deze visie in uit te werken. Graag een reactie hierop.

Ik denk dat veel kerken hier positief tegenover staan. Het probleem van vele jonge kerkgemeenschappen is echter wel dat ze geen eigen ruimte hebben. Door bezuinigingen gaan ook steeds meer buurthuizen dicht. Dus daar kunnen ze ook niet terecht. Er zijn ook meerdere obstakels op dit terrein te noemen, zoals de vrijwilligersorganisaties die niet verder kunnen of in ieder geval niet een en ander oppakken. Het ontbreekt ze soms niet alleen aan middelen maar ook aan bijvoorbeeld locaties. Vandaar ook het verzoek aan de minister om te komen met een integraal plan van aanpak om de kracht van vrijwilligersorganisaties, waaronder kerken, verder te versterken.

Het plan moet concrete voorstellen bevatten voor onder andere kerkelijke huisvesting of gewone huisvesting, de combinatie van arbeid en zorg, deskundigheidsbevordering en fiscale faciliteiten. Met deze voorstellen wordt het werk van de kerken en de vrijwilligers gemakkelijker, is de kans van slagen vele malen groter en is datgene wat de minister heeft neergelegd in zijn Integratievisie geen wassen neus.

Kan de minister specifiek aangeven hoe hij zal waarborgen dat de expertise en de kennis met betrekking tot het minderhedenbeleid behouden blijft, nu het LOM wordt afgeschaft? Ik heb begrepen dat er wordt gewerkt aan een nieuw versoberd minderhedenoverleg. Zal daarvoor ook het nodige budget worden vrijgemaakt? Binnen welke termijn kunnen we deze plannen tegemoet zien?

Ik denk dat iedereen in deze Kamer inmiddels bekend is met de zorgen die de inwoners op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba hebben over het verlies van hun cultuur, identiteit en taal. Wat kan eraan gedaan worden om deze zorgen weg te nemen? Mijn fractie denkt dat dit kan door de toepasbaarheid van twee verdragen op de BES-eilanden, namelijk het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Volgens mijn fractie is het internationaal-juridisch mogelijk om de bewoners van de BES-eilanden aan te merken als nationale minderheid, in de zin van het Kaderverdrag, en/of het Papiaments en het Engels aan te merken als regionale of minderheidstalen. Het is aan de regering om deze keuze te maken. De Nederlandse regering heeft er destijds voor gekozen om deze verdragen van de Raad van Europa alleen voor het Europese deel van het Koninkrijk van toepassing te laten zijn. Graag hoor ik van de minister of hij bereid is de declaration, de verklaring, aan te passen en de verdragen ook van toepassing te laten zijn op de verschillende BES-eilanden.

Om de woningmarkt open te breken, zijn hervormingen in zowel de koopsector als de huursector nodig. Ondertussen zitten we wel met de huidige crisis. Er wordt niet gekocht omdat huiseigenaren hun eigen woning niet kwijtraken en geen dubbele lasten willen. Via de Leegstandwet is het mogelijk gemaakt om koopwoningen tijdelijk te verhuren. Er is echter een aantal belemmeringen, zoals de verplichte vergunning van de gemeente, waarbij tevens de hoogte van de huur kan worden bepaald en waarbij de maximale huurprijs wordt vastgesteld aan de hand van het woningwaarderingstelsel. Andere belemmeringen zijn: de termijnen en de kosten die aan de vergunningverlening zijn verbonden en de terugval naar het reguliere huurregime bij het niet in acht nemen van de termijnen. Is de minister bereid om deze belemmeringen weg te nemen?

Ook de hypotheekverstrekkers moeten meer meewerken. Banken geven alleen bij hoge uitzondering toestemming. Elke bank stelt weer andere voorwaarden, die soms compleet tegenovergesteld aan elkaar zijn. Sommige banken staan pas verhuur toe op het moment dat de dubbele aftrekperiode is verlopen. Eerst moet de Staat dus betalen. Vaak eisen de banken dat er wordt samengewerkt met een specifieke bemiddelingspartij. Dit nodigt mensen alleen maar uit tot illegaal verhuren. Sommige makelaars adviseren dit zelfs. Is de minister bereid om met de hypotheekverstrekkers en de AFM te onderzoeken of er criteria kunnen worden opgesteld voor de voorwaarden waaronder hypotheekverstrekkers meewerken aan tijdelijke verhuur, waarbij de huiseigenaar vrij is in de keuze van een erkend professioneel bemiddelingsbureau?

Ik heb nog een opmerking over de regeling voor aftrek van dubbele hypotheeklasten, die tijdelijk is verlengd van twee naar drie jaar, en de versoepeling van regels bij verhuur van een woning. Deze regeling loopt eind 2012 af. Wil de minister in overleg met zijn collega van Financiën bekijken of deze tijdelijke regeling ook in 2013 kan doorlopen?

De heer Van Bochove (CDA):

Ik heb nog een vraag over het vorige punt. Komt mevrouw Ortega met een voorstel om de huurbescherming op dit punt aan te passen? De uitspraak van de Hoge Raad is bekend: kopen breekt geen huur. Dat is een van de redenen waarom de banken allergisch zijn om stappen te zetten. Moet de huurbescherming dan niet worden aangepakt?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

De Leegstandwet is er natuurlijk juist voor bedoeld om de huurbescherming in bepaalde gevallen niet van toepassing te laten zijn. De fractie van de ChristenUnie wil bekijken in hoeverre de hypotheekverstrekkers, de banken, uit de voeten kunnen met de mogelijkheden die de Leegstandwet biedt, zodat mensen die twee huizen hebben veel meer gebruikmaken van de mogelijkheid om een van die huizen te verhuren, als ze het niet kunnen verkopen.

De heer Van Bochove (CDA):

Mevrouw Ortega zegt dus dat het wettelijk kader wel voldoende is, maar dat de banken nog in beweging moeten komen. Vat ik dat zo goed samen?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ja, dat is inderdaad wat ik zeg. De mogelijkheid is er. Er zijn ook banken die daar goed gebruik van maken. De ChristenUnie denkt echter dat dit nog beter kan.

Voorzitter. Alleen de gemeente Amsterdam heeft op dit moment een leegstandsverordening vastgesteld. Volgens de staatssecretaris is dit instrument vooral van belang als leegstand een negatief effect heeft op de leefbaarheid. Een verordening kan ook voorkómen dat deze problemen ontstaan. De ChristenUnie wil een actief leegstandsbeleid en roept de staatssecretaris op hierover in gesprek te gaan met de gemeenten. Als dit onvoldoende effect heeft, moeten wij overwegen de Leegstandswet aan te scherpen.

De voorzitter:

Mevrouw Ortega, ik denk dat u niet de staatssecretaris, maar de minister bedoelt.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ja, de minister. De heer Donner is geen staatssecretaris. Dat weet ik wel, maar het stond verkeerd in mijn tekst.

Ik heb de afgelopen weken veel bloemkoolwijken uit de jaren 1970 en 1980 bezocht, zoals Bornholm in Hoofddorp en Buytenwegh in Zoetermeer. Je woont er mooi en rustig, maar de eerste sociaaleconomische en fysieke problemen worden langzaam zichtbaar. Er zijn veel anonieme buitenruimtes en de gemeenten hebben moeite met het onderhoud van het versnipperde groen. Als wij niet oppassen, worden dit de nieuwe probleemwijken. Dat moeten wij niet willen. De ChristenUnie vraagt dan ook om preventie te betrekken bij de verdeelsleutel van het nieuwe Gemeentefonds. Verder vraagt mijn fractie om een waarschuwingssysteem dat erop is gericht dreigende verloedering tijdig te signaleren. Ook moet worden onderzocht of regelgeving moet worden aangepast zodat gegevens van een dergelijk waarschuwingssysteem aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Graag hoor ik hierop een reactie van de minister.

De heer Schouw (D66):

Ik ben ontzettend blij dat mevrouw Ortega ook echt aandacht vraagt voor de toekomstige problemen van de bloemkoolwijken. Ik wil haar vragen om eens te reflecteren op de Ortega-steden, die door de beroemde motie van mevrouw Ortega van een paar jaar geleden zijn toegevoegd aan het stedenbeleid. Kan zij zeggen of dat beleid voor die steden een vooruitgang heeft opgeleverd? Lijden die steden nou juist als gevolg van het beleid van deze minister of bloeien zij juist als gevolg daarvan?

De voorzitter:

Dit is nogal een brede vraag. Ik vraag mevrouw Ortega om in haar reflectie zo beknopt mogelijk te zijn.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik heb deze Ortega-gemeenten bezocht om na twee jaar te kunnen beoordelen of er sprake is van groei. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het deze gemeenten door de uitvoeringsagenda goed lukt om in samenwerking met allerlei partijen veel te investeren in preventie. De gemeenten zeggen nu dat de evaluatie te snel komt. Ik vraag de minister dan ook om die alsjeblieft uit te stellen. Daarnaast zeggen de gemeenten dat juist datgene wat zij in gang hebben gezet helemaal wordt geëlimineerd, onder andere omdat er weer geen subsidies worden gegeven. Toentertijd hebben wij ervoor gekozen om door middel van de Ortega-gemeenten te laten zien dat het op basis van preventie mogelijk is om te voorkomen dat aandachtswijken of achterstandswijken ontstaan. Ik roep de minister dan ook op om in preventie te blijven investeren. Daarom heb ik ook gevraagd preventie te betrekken bij de verdeelsystematiek voor het nieuwe Gemeentefonds.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat preventie ook voor bloemkoolwijken moet gelden, is een interessant punt. Wij hebben echter ook gemeenten in krimpregio's en krachtwijken. Welke verdeling heeft mevrouw Ortega daarbij in gedachte?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik heb sowieso preventie genoemd. In het wetgevingsoverleg heb ik gezegd dat ook krimp hierbij betrokken moet worden. Er moet gewoon een fundamentele herverdeling van de gelden binnen het Gemeentefonds plaatsvinden. Dat heb ik toen ook tegen de minister gezegd. Ik heb hem gevraagd daarbij alstublieft een aantal zaken te betrekken, waaronder krimp en anticipeergebieden.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Als dat dan binnen de verdeling van het Gemeentefonds moet, neem ik aan dat er ergens anders minder geïnvesteerd zou moeten worden. Ik hoor graag van mevrouw Ortega waar dat dan zou moeten zijn.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Investeren in preventie is goed, want dat levert op termijn iets op. Krimp- en anticipeergebieden hebben ook met preventie te maken. Laten we niet achter de feiten aanlopen. Ik vraag dus om rekening te houden met zowel krimp als preventie bij de nieuwe verdeelsleutel van het Gemeentefonds.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik heb niet duidelijk van mevrouw Ortega gehoord waar volgens haar dan minder in geïnvesteerd zou kunnen worden. Zo gemakkelijk is deze vraag overigens niet, maar dan moet je hem ook niet zo gemakkelijk bij de minister neerleggen.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Er komt sowieso een fundamentele herbezinning op het Gemeentefonds. De minister heeft gezegd dat de gemeenten, de VNG en noem maar op, moeten komen met voorstellen. Het enige wat de fractie van de ChristenUnie vraagt is om in ieder geval aandacht te besteden aan preventie en aan krimp- en anticipeergebieden.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Cynthia Ortega

« Terug

Archief > 2011 > november