Bijdrage Cynthia Ortega-Martijn aan het algemeen overleg Beleidskader gemeentelijke herindeling.

woensdag 05 oktober 2011 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken in een algemeen overleg met minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onderwerp:    Beleidskader gemeentelijke herindeling

Kamerstuk:    28 750

Datum:             5 oktober 2011

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Voor het reces hadden wij een overleg met de minister en dat werd almaar mistiger door de vele termen die er vielen: katholiek, gereformeerd, hervormd en noem maar op. Nu ben ik wel te vinden voor geloofszaken, maar in dit geval bood de boodschap van dominee Donner mij geen zekerheid en ook geen houvast. Gemeenten, provincies en ook de Kamer wisten niet waar zij aan toe waren. De verwachting van mijn fractie in de aanloop naar dit debat was dan ook heel groot. De minister zou komen met een zorgvuldig en transparant beleidskader met bijbehorende besluitvorming. Tot grote teleurstelling van mijn fractie is de mist nog altijd niet opgetrokken en is er in de weersverwachting nog steeds sprake van onzekerheid. Daarmee werd dominee Donner ook nog een weerman.

Ik begin met de recente brief van de minister, getekend 30 september jongstleden, waarin hij schrijft geen vragen van de Kamer te beantwoorden over de herindelingsadviezen inzake Goeree-Overflakkee, Molenwaard en de Kop van Noord-Holland omdat hij eerst een voorstel aan het kabinet wil voorleggen. Hoe verhoudt zich dit tot de berichten in de media waarin hij wel inhoudelijke uitspraken heeft gedaan? Het is toch niet zo vreemd dat de Kamer daar inhoudelijke vragen over stelt? Ik waag nog een poging om een vraag over het proces te stellen. Op basis van welk beleidskader heeft de minister besloten om voorstellen over deze dossiers in te dienen bij de ministerraad?

De minister schrijft: "Voor de goede orde merk ik op dat de voorliggende wetsvoorstellen beoordeeld zijn op basis van het vorige beleidskader en het huidige aangepaste beleidskader." Dat is echt onacceptabel. De minister heeft er kennis van kunnen nemen dat er voor het reces de nodige ophef is ontstaan door de grote onduidelijkheid rond het herindelingendossier. Samen met andere fracties heb ik daar in het vorige debat een belangrijk punt van gemaakt, maar dat is blijkbaar niet aangekomen. Ik verzoek de minister volstrekt helder te maken op basis van welke criteria hij herindelingen toetst. Dat kan in onze optiek echt niet op basis van twee verschillende beleidskaders. Of gaat de minister een kader vaststellen om vast te stellen wanneer hij welk beleidskader gebruikt, met redenen om voor het ene of het andere beleidskader te kiezen? Het moet duidelijk zijn op grond waarvan de minister zijn beslissing neemt.

De minister geeft de provincies de boodschap mee dat zij hun huiswerk moeten doen. Op basis waarvan moeten zij dat doen? Moet dat op basis van het oude beleidskader, waarin de provincie een actievere rol heeft, of op basis van het nieuwe, waarin de provincie enkel in uitzonderlijke gevallen kan optreden? Nu worden provincies met een kluitje in het riet gestuurd. Ik heb gemeenten al horen zeggen dat de regels niet tijdens de wedstrijd veranderd kunnen worden.

Ik ga verder inhoudelijk in op het nieuwe beleidskader. Ik constateer dat er een aantal verbeteringen merkbaar is. De regel dat de herindeling enkel van onderop dient te komen, is duidelijk versterkt doordat de rol van de provincie wordt beperkt. Volgens de minister kan de provincie ingrijpen in uitzonderlijke situaties. Wanneer ligt de bal bij de gemeenten en wanneer bij de provincie? Wie gaat dit toetsen? Is dat de minister en, zo ja, op basis van welke criteria doet hij dat?

Een representatieve burgerraadpleging is een vereiste. In het kader staat dat gemeenten vrij zijn in het kiezen van de vorm daarvan. Geldt dat ook voor de mate waarin gemeenten een dergelijke raadpleging laten meespelen in hun eindoordeel? In het kader staat alleen dat als gemeenten afwijken van de raadpleging, zij moeten motiveren waarom zij dat doen.

Mag ik het beleidskader wat betreft de urgentie zo interpreteren dat wanneer andere opties uitgeput of niet haalbaar zijn, daar effectief naar gekeken moet zijn? Een van die opties is dan intensieve samenwerking. Ik waardeer de opmerking van de minister dat er sprake moet zijn van interne samenhang en dat moet worden voorkomen dat de gemeente niet meer is dan een administratieve eenheid waarin geen sprake is van verbondenheid. Hoe werkt dit in het geval van een gedwongen herindeling? In hoeverre mag dan van een gemeente die zich tegen de herindeling heeft gekeerd, een gemeenschappelijke visie worden gevraagd op de te vormen gemeente?

Klopt het dat de VNG niet formeel is geconsulteerd over het nieuwe beleidskader en, zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de Code interbestuurlijke verhoudingen?

Volgens de nieuwe plannen van de minister wordt de termijn waarin de gemeente recht heeft op een fusievergoeding, gehalveerd. Hij geeft wel aan dat de hoogte van de vergoeding gelijk blijft. Klopt dat en, zo ja, welke vergoedingen liggen hieraan ten grondslag?

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Cynthia Ortega

« Terug

Archief > 2011 > oktober