Bijdrage Arie Slob aan VAO MIRT.

donderdag 30 juni 2011 13:22

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb goed nieuws voor u. Ik heb drie moties. Het is fijn dat er enig overleg mogelijk was.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister van Infrastructuur en Milieu heeft aangegeven uitsluitend uit te willen gaan van een zijligging voor een eventuele spoorlijn Utrecht-Breda langs de A27;

tevens overwegende dat regionaal onderzoek naar het niet onmogelijk maken van een spoorlijn Breda-Utrecht heeft uitgewezen dat een middenligging op met name het tracédeel bij Gorinchem veel synergievoordelen oplevert met verbreding van de A27;

overwegende dat uit het onderzoek blijkt dat op het tracédeel Gorinchem geen directe aanleiding is voor grote juridische risico's als gevolg van extra ruimtereserveringen voor de spoorlijn;

overwegende dat beschikbare ruimte in de middenberm van de A27 in de toekomst eventueel ook gebruikt kan worden voor andere verkeersdoeleinden dan een spoorlijn;

verzoekt de regering, in de volgende fase van de MER/planstudie A27 Lunetten-Hooipolder ook de optie van een middenligging van een eventueel toekomstige spoorlijn Breda-Utrecht mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Slob en Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (32500-A).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel voor de snelwegen rond Rotterdam als voor de snelwegen rond Den Haag een rijksstructuurvisie wordt opgesteld;

overwegende dat grootschalige uitbreidingen zoals de Nieuwe Westelijke Oeververbinding onvermijdelijk grote effecten hebben voor de doorstroming op het hele verkeersnetwerk in de regio en keuzes over nieuwe infrastructuur die in de toekomst nog genomen zullen worden;

verzoekt de regering, een rijksstructuurvisie te maken voor de regio Den Haag-Rotterdam, waarbij de bereikbaarheidsproblematiek integraal wordt beschouwd en ook wordt gekeken naar de effecten op langere termijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Slob en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 86 (32500-A).

De heer Slob (ChristenUnie):

Deze laatste motie betekent dat wij niet uitgaan van twee structuurvisies, maar dat wij er één van maken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de provincies Gelderland en Utrecht de wens hebben de Valleilijn door te trekken van Amersfoort naar Utrecht;

overwegende dat de spoorlijn Amersfoort-Utrecht aan de grenzen van de capaciteit komt;

constaterende dat bij station Bilthoven ongelijkvloerse spoorwegovergangen worden gecreëerd ter vervanging van de overweg Soestdijkseweg;

overwegende dat het niet uit te sluiten is dat in de toekomst inhaalsporen bij dit station nodig zijn voor een betrouwbaarder dienstregeling richting noord- en oost-Nederland, frequentieverhoging richting Baarn en/of het doortrekken van de Valleilijn naar Utrecht;

verzoekt de regering, bij het ontwerp van de bebouwing op en rond station Bilthoven en de viaducten ter plaatse de toekomstige realisatie van inhaalsporen ter hoogte van het station bouwkundig en ruimtelijk niet onmogelijk of onnodig duur te maken en de Kamer voor 1 september 2011 hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 87 (32500-A).

Labels
Arie Slob
Bijdragen

« Terug

Archief > 2011 > juni