Bijdrage Esmé Wiegman aan het algemeen overleg mestvisie.

donderdag 01 december 2011 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu in een algemeen overleg met staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu.

Onderwerp:   Mestvisie

Kamerstuk:   30 645

Datum:            1 december 2011

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Waar het vorige debat over de intensieve veehouderij eindigde, begin ik nu, namelijk in de provincie Brabant. Dat is de provincie bij uitstek waar mestoverschot een probleem is. Juist deze provincie geeft aan grote moeite te hebben met het afschaffen van dierrechten. De provincie ziet een groot aantal problemen zonder veel mogelijkheid om daarin te sturen. De ChristenUnie is geen voorstander van dierrechten om het systeem zelf. Het gaat om de achterliggende problemen. Het heeft als doel om evenwicht op de mestmarkt te realiseren. Als dat zonder dierrechten kan, willen wij dat natuurlijk het liefst. Ik ben daar echter nog niet zo zeker van.

De oplossing van de staatssecretaris geeft mij nog onvoldoende garantie dat we straks niet meer terugverlangen naar het systeem van dierrechten. Ik noem bijvoorbeeld de aanscherping van de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat uit meststoffen. Dat leidt bij een gelijkblijvende mestproductie tot een stijging van het mestoverschot, zo zegt ook het PBL. Dat wordt nog sterker bij het loslaten van dierrechten. De mestverwerking staat nog in de kinderschoenen. Er zijn veelbelovende initiatieven, maar zijn die voldoende om het mestoverschot op te lossen? Hoe houden we de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak binnen de grenzen? Natuurlijk, we hebben een nationaal plafond, maar hoe krijg je de mest verwerkt naar mogelijkheden per boer per provincie en hoe verschaf je de boeren duidelijkheid vooraf in plaats van achteraf? Wat betekent het afschaffen van dierrechten voor de PAS en boeren in de omgeving van Natura 2000-gebieden? Natuurlijk, bij uitbreiding zijn er geen kosten meer voor dierrechten, maar nemen de kosten voor milieu niet extra toe? Wat betekent het afschaffen van dierrechten voor bijvoorbeeld de varkenshouderij in Nederland? Bij het afschaffen van dierrechten is er op korte termijn misschien de mogelijkheid voor uitbreiding, maar wat doet dat met de prijzen? Inderdaad, die gaan naar beneden. Daarmee is er nog minder inkomen voor een varkensboer.

De staatssecretaris kiest voor de oplossing die meer ruimte biedt voor ondernemerschap, maar het lijkt mij dan wel een ondernemerschap met maar één richting, namelijk uitbreiden om een boterham te verdienen. Klopt het dat het meststelsel per 1 januari ingaat en de dierrechten in ieder geval behouden blijven tot 1 januari 2015? Is het, gezien de door mij zojuist genoemde zorgen, dan niet wijs om in de wet een voorziening te treffen dat we, wanneer na twee jaar blijkt dat het systeem toch niet goed werkt, de dierrechten toch kunnen laten bestaan na 1 januari 2015? Het lijkt mij goed om een evaluatiemoment in 2014 af te spreken. Graag een reactie.

Ik heb ook een vraag over de technologie van mestverwerking. Hoe wordt de bodemvruchtbaarheid bij het beleid betrokken? Op welke wijze zou het gebruik van bodemverbeteraars in de plantaardige teelten moeten worden gestimuleerd, mogelijk in combinatie met de noodzakelijke versnelling van mestbewerking en -verwerking? Kan in de komende jaren ruimte worden gemaakt voor pilots om boeren te laten experimenteren met mestverwerking, bovengrondse aanwending van digestaat, kunstmestvrije teelt en andere innovatieve ideeën om zo te onderzoeken wat de effecten zijn? Het stimuleren van mestraffinage is onderdeel van de green deal. Dan is het belangrijk dat allerlei belemmeringen in de regelgeving weggenomen worden. Boeren kunnen bijvoorbeeld een pomp plaatsen om hun melktankauto’s op hun eigen bedrijf ook hun brandstof te kunnen laten tanken.

Nadat we zojuist een debat over megastallen hebben gevoerd vrees ik dat we megamestverwerkingsbedrijven tegemoet kunnen zien met enorme vervoersstromen. Hoe gaan we die handelen en waar nodig beperken? Handhaving is een essentieel onderdeel. Het is ook een belangrijke wens van boeren om de freeriders, de overtreders, aan te pakken. Hoe gaan we dat realiseren, nu de overheid ook juist op dat punt fors gaat bezuinigen? Over de kringloopgedachte vind ik niet veel terug in de visie van de staatssecretaris. Het enige is dat veehouders met voldoende grond in gebruik voor afzet van de eigen mestproductie worden ontzien. Dat lijkt mij echter niet meer dan logisch. Het sluiten van de kringloop moet de leidende gedachte zijn. Welke gevolgen verbindt de staatssecretaris dan aan het toestaan van uitbreiding van het aantal dieren in Nederland? Het gevolg daarvan is dat de vraag naar veevoer toeneemt, net als de concentratie van mineralen in Nederland, die onttrokken worden aan andere delen van de wereld. Onze inzet zou die van de commissie-Van Doorn zijn: in 2020 minimaal 50% van het eiwitrijke diervoer uit Europa. Graag nu een reactie op dit punt van de staatssecretaris.

Is de staatssecretaris bereid, regionale mestafzet binnen 25 kilometer niet tot het bedrijfsoverschot te rekenen? Plaatsing in de regio gaat wat ons betreft voor het vervoeren naar mestverwerkingsbedrijven. Op deze manier wordt regionale afzet voor praktisch grondgebonden bedrijven in de niet-concentratiegebieden bevorderd en wordt mestverwerking in de concentratiegebieden met meer intensieve vormen van veehouderijen bevorderd. Ik sluit mij aan bij de vraag van de heer Van Gerven of de staatssecretaris bereid is tot een verlenging van de praktijkproef voor het bovengronds aanwenden van mest, die met name wordt gebruikt door kringloopboeren.

Een van de drie sporen voor het nieuwe mestbeleid is het voerspoor. Ik steun de inzet. Zo wordt in ieder geval voor mineralen de kringloop beter gesloten. Er zijn echter zorgen over de effecten ervan op dieren, bijvoorbeeld wat betreft vruchtbaarheid. Is de staatssecretaris bereid, aanvullend onderzoek te doen voordat dit algemeen beleid wordt?

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > december