Inbreng Carola Schouten inzake wetsvoorstel Juridisch ouderschap vrouwelijke partner van de moeder.

donderdag 08 december 2011 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten inzake Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie.

Onderwerp:    Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie

Kamerstuk:    33 032

Datum:             8 december 2011

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met kritische belangstelling kennis genomen van het voorstel van wet dat beoogt boek 1 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie.

Zij brengen in herinnering niet te hebben kunnen instemmen met de in 2002 ingevoerde mogelijkheid tot adoptie door echtgenoten van het zelfde geslacht en het in 2007 behandelde wetsvoorstel in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie in verband met adoptie door echtgenoten van gelijk geslacht tezamen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben op een aantal punten behoefte aan een nadere onderbouwing en toelichting op het onderhavige wetsvoorstel.

Het voorstel regelt dat naast (het vermoeden van) het biologisch ouderschap het sociale ouderschap als grond wordt geïntroduceerd voor het vestigen van familierechtelijke betrekkingen. De regering stelt dat dit wetsvoorstel een logische vervolgstap is op een reeks van wettelijke maatregelen die in de afgelopen jaren is genomen. De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren daarentegen dat met dit wetsvoorstel wordt teruggekomen op de expliciete keus die in 2005 is gemaakt voor de versoepelde adoptieprocedure in plaats van de afstammingsrechtelijke gelijkstelling van biologisch en sociaal ouderschap, die toen ook aan de orde was. Het wetsvoorstel zwakt niet enkel de biologische band af, maar introduceert ook het sociale ouderschap als grond voor het vestigen van een familierechtelijke relatie. De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de regering dan ook nader te onderbouwen dat dit wetsvoorstel geen fundamentele wijziging is ten opzichte van de eerder ingeslagen weg.

Tegen de afstammingsrechtelijke gelijkstelling bestonden in 2005 een drietal bezwaren, zoals beschreven in de brief van de toenmalig minister van justitie (Kamerstuknummer 28457 nr. 23) De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de regering voor elk van deze bezwaren gemotiveerd aan te geven waarom deze bezwaren nu niet meer zouden gelden.

De leden van de fractie van de ChristenUnie onderschrijven het belang van een goede regeling en bescherming van de rechtspositie van het kind en de ouder. De Afdeling advisering van de Raad van State constateert echter in haar advies dat het achterliggende doel van het voorstel, te weten de gelijkstelling van kinderen geboren in relaties van twee vrouwen met die geboren in heteroseksuele relaties, langs de weg van een eenvoudige lichte adoptieprocedure is gerealiseerd. Hiermee is binnen het kader van de adoptie voor kinderen met twee vrouwelijke ouders een rechtspositie gecreëerd die volledig gelijk is aan die van kinderen geboren uit een huwelijk van man en vrouw. De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de regering dan ook nader toe te lichten wat de meerwaarde is van dit wetsvoorstel, die het doorbreken van het huidige uitgangspunt van het afstemmingsrecht, namelijk dat voor de vestiging van familierechtelijke betrekkingen zoveel mogelijk wordt aangesloten via de biologische afstamming, rechtvaardigt.

De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de regering nader te motiveren, waarom voorbij is gegaan aan de kritiek van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, die stelt dat de in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind verankerde rechten en belangen van het kind leidend zouden moeten zijn en daarom van mening is dat het nu te vroeg is om, al dan niet onder politieke druk, vergaande wetgeving tot stand te brengen die het huidige afstammingsrecht geheel doorkruist en waarvan nog niet kan worden overzien welke de consequenties daarvan zijn.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Carola Schouten

« Terug

Archief > 2011 > december