Bijdrage Esmé Wiegman Algemeen Overleg orgaandonatie

donderdag 24 maart 2011 13:00

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Van de Nierstichting hebben we op een indringende wijze weer onder ogen gekregen hoeveel mensen wachten op een niertransplantatie. Van Pieter van de Rest kregen we vorige week via zijn boek de volgende boodschap mee. Wanneer je op het randje van de dood leeft en alleen nog verder kunt met een nieuw hart, dus het hart van een ander, dan moet het toeval bestaan dat er iemand van jouw lengte en jouw postuur en met jouw bloedgroep komt te overlijden. Bovendien moet die persoon zich hebben ingeschreven als donor. En jij moet als ontvanger op nummer 1 van de wachtlijst staan. En harten trek je niet zomaar ergens uit een laatje.

In de brief van 8 februari schrijft de minister dat er geen nieuw donorsysteem komt. Ik citeer: "De onzekerheden over de effecten van een systeemwijziging zijn te groot om de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht die een verondersteld toestemmingssysteem met zich meebrengt, te rechtvaardigen." De ChristenUnie komt tot dezelfde conclusie als het gaat om de onzekerheden van de effecten. Wij kennen naast het zelfbeschikkingsrecht wel ook een ander uitgangspunt. Van wie is het lichaam, is ten diepste het onderliggende vraagstuk. De ChristenUnie gaat uit van het leven en lichaam als geschenk van God. Hoe om te gaan met het lichaam als geschenk wordt verschillend beleefd. De een ziet vanuit deze optiek orgaandonatie als een prachtige vorm van naastenliefde. En de ander is van mening dat vanuit deze optiek het niet aan de mens is om tot een keuze rondom orgaandonatie over te gaan.

Bij het kiezen van een donorregistratiesysteem moet als uitgangspunt gelden dat het al dan niet zijn van donor in de eerste plaats een zaak is van burgers onderling. Burgers zijn niet van de staat. Burgers staan in relatie tot elkaar. En dat heeft tot gevolg dat nooit sprake kan en mag zijn van een dwingende keuze opgelegd van overheidswege. Een campagne die zich richt op het aanspreken van potentiële donoren door te wijzen op het feit dat ze zelf waarschijnlijk ook een orgaan zouden willen ontvangen, is naar onze mening inspelen op een te beperkt sentiment. Donor ben je niet uit eigenbelang maar uit naastenliefde. Maar als ik zeg "geen keuzedwang" dan zeg ik wel "keuzedrang". De ChristenUnie wil graag dat steeds meer mensen doordrongen zijn van de nood van al die mensen die in afwachting van een donororgaan op een wachtlijst staan. De keuze om donor te worden moet vrijwillig zijn, maar niet vrijblijvend. Het indringend keuzesysteem is eerder door ons geopperd als alternatief.

Het is goed dat de campagne Nederland zegt Ja wordt gecontinueerd. Dat creatieve manieren een positieve impuls kunnen geven aan het werven van donoren blijkt wel uit het voorbeeld van de actie die in samenwerking met Hyves is gedaan. Door 280.000 leden op Hyves is aangegeven in hun profiel of ze donor zijn. Het verspreiden van donorformulieren bij grote evenementen als de Vierdaagse, de Dam tot Damloop en de Museumnacht is ook een mooi initiatief.

In 2008 bedacht de Stichting Donor JA! de donorkaart. In 2009 is een rapport uitgekomen over het onderzoek naar de behoefte aan het dragen van een donorkaart. In deze lijn werkt de Stichting Donor JA! nu aan een applicatie voor de iPhone, en later ook applicaties voor andere mobiele telefoons, waarop mensen kunnen aangeven dat ze donor zijn. Dit zou een mooie invulling zijn van de motie uit 2008 om campagnes via derden te steunen. Zij beogen een mens-tot-mensbenadering op een eigentijdse manier via sociale media. Ik denk dat dit zal aanslaan en ik ben erg benieuwd hoe de minister hiertegen aankijkt.

De ChristenUnie dringt aan op een krachtige voortgang van de implementatie van de voorstellen uit het Masterplan Orgaandonatie. De belangrijkste vraag die ik vandaag bij de minister wil leggen, is waarom de aanpak in ziekenhuizen nog zo weinig oplevert. Welke mogelijkheden ziet zij om het aantal transplantaties daar toe te laten nemen?

Ik wil nog iets zeggen over donatie bij leven. De minister gaat in haar brief kort in op donatie bij leven. Maar na het lezen van het boek Nier te koop - baarmoeder te huur, kan ik hier niet even kort op ingaan. Wereldwijd wordt verdiend aan delen van ons lichaam. Nieren zijn te koop, eicellen en sperma worden online verhandeld en draagmoeders zijn te huur. Het betalen voor lichaamsmateriaal is in strijd met onze wet, en ook moraal, maar tientallen Nederlanders halen in het buitenland wat hier verboden is. Vaak gebeurt dat in de illegale sfeer. Nancy Scheper-Hughes, hoogleraar aan de universiteit van California zegt: Levende nierdonoren zijn de bloeddiamanten van de wereldwijde transplantatiemarkt. Een andere sterke uitspraak waar ik het van harte mee eens ben, is: commercieel draagmoederschap is een vorm van moderne slavernij.

Staatssecretaris Teeven wil de wetgeving niet meteen aanscherpen en overweegt commercieel draagmoederschap te reguleren. De ChristenUnie is daar geen voorstander van. Betaling voor lichaamsmateriaal en draagmoederschap druist in tegen de menselijke waardigheid, doordat het lichaam en daarvan afgescheiden lichaamsmateriaal worden verlaagd tot een zaak en tot verhandelbaar product. Bij draagmoederschap wordt een vrouw slechts technisch gebruikt. Tegelijk gaat het ongeboren kind wel een fysiologische relatie aan met de draagmoeder. Ik geef René Hoksbergen, emeritus-hoogleraar adoptie, graag gelijk als hij zegt dat dit indruist tegen het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind. Kinderen hebben het recht hun ouders te kennen. Hij wijst op het risico van een identiteitscrisis van zo geboren kinderen. Ze voelen zich een marktproduct.

Ik heb ten slotte nog een vraag. De wet zeggenschap lichaamsmateriaal is al heel lang in ontwikkeling. Daar wordt al heel lang over nagedacht en gesproken. Ik ben erg benieuwd of we deze wet in deze kabinetsperiode tegemoet kunnen zien.

 

Mevrouw Dijkstra (D66): Ik hoor wat mevrouw Wiegman zegt over donor zijn en wie daar de zeggenschap over heeft. Ik vraag me af of zij in de basis vindt dat het zijn van orgaandonor een goed ding is.

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ja, ik vind het heel mooi als mensen daarvoor kiezen, vooral ook vanuit het principe van naastenliefde dat ik ook voorsta.

 

Mevrouw Dijkstra (D66): Dan wil ik graag weten wat er op tegen zou zijn als mensen door de overheid de keuze wordt voorgelegd of ze dat wel of niet willen. Waarom is de rol van overheid hier dan een verkeerd signaal in?

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik denk dat de overheid wel degelijk een rol kan spelen, ook als het gaat om het faciliteren van de campagnes. Wij hebben ideeën over de wijze waarop kan worden aangedrongen op bepaalde keuzes. Ik denk wel dat er momenten zijn waarop burgers in het contact met de overheid de vraag mogen krijgen hoe het staat met het al dan niet geregistreerd zijn. Dat moet dus niet iets dwingends zijn, maar een moment waarop er contact is, kan worden aangegrepen. Dan kan er informatie worden gegeven en dan kan er nog eens een formulier worden meegegeven. Ik denk dat we die momenten zeker kunnen aangrijpen.

 

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > maart