Bijdrage Esmé Wiegman algemeen overleg landbouw- en visserijraad

dinsdag 15 maart 2011 15:00

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Hoewel we met veel doelen uit de kabinetsinzet kunnen instemmen, is de indruk van de fractie van de ChristenUnie dat het kabinet wel heel veel verwacht van de markt. De landbouwsector is geen normale economische sector. Voedselzekerheid kan niet zonder meer aan de markt worden overgelaten. Dat geldt ook voor de inkomens van boeren en voor de bescherming van milieu en biodiversiteit. Deze fundamentele belangen voor Nederlandse, Europese en mondiale landbouw worden niet zomaar gewaarborgd door een verregaande liberalisering.

De afgelopen jaren zijn wij regelmatig geconfronteerd met de effecten van voedseltekorten. Er heerst blijvende onrust over voedselvoorziening en prijzen. De staatssecretaris stelt wel heel gemakkelijk dat de Europese voedselvoorziening tot 2020 bestand is tegen calamiteiten. Daarbij wordt verwezen naar de eventuele mogelijkheid tot productie- en areaalverhoging. Graag hoor ik van de staatssecretaris hoe hij zich dit voorstelt. Ook wil ik graag weten tegen welke prijs dat moet gebeuren als de noodzaak er is. Komt dierenwelzijn dan onder druk te staan, of de natuur? Hoe zit het na 2020? Voedselzekerheid is meer dan voedselproducten. Het gaat ook om duurzaam beheer van productiemiddelen en waarborging van veilige en verantwoorde productieprocessen. Dit zijn allerlei factoren die in een verregaande geliberaliseerde markt niet automatisch gewaarborgd worden.

De ChristenUnie is voorstander van meer regionale zelfvoorziening, en dan niet alleen vanuit een oogpunt van voedselzekerheid maar ook vanuit ecologische overwegingen en ook met het oog op de positie van ontwikkelingslanden. De Europese afhankelijkheid van bijvoorbeeld geïmporteerde veevoergrondstoffen is wat de ChristenUnie betreft onwenselijk. Graag hoor ik van de staatssecretaris welke mogelijkheden er binnen de Europese grenzen zijn voor veevoerproductie.

De stokpaardjes van dit kabinet, innovatie, concurrentievermogen en verduurzaming, lijken vooral gebaseerd te zijn op een verwachting van een markt. Heeft de staatssecretaris concrete plannen? Als het antwoord is dat het uit de markt moet komen, is dat voor de ChristenUnie onvoldoende. De ChristenUnie is natuurlijk geen tegenstander van marktwerking, maar zolang er geen concrete marktinstrumenten zijn die de diverse functies van de landbouw waarborgen, is het wat de ChristenUnie betreft onverantwoord om de basispremie los te laten.

Wij zijn positief over de intentie van de staatssecretaris om de basisbetaling te vergroenen. Een meer doelgericht, versimpeld en controleerbaar systeem van randvoorwaarden acht de ChristenUnie wenselijk, maar het moet wel een basisbetaling blijven voor alle boeren. Dat het landbouwbudget evenrediger verdeeld moet worden over meer lidstaten is begrijpelijk. De ChristenUnie steunt ook de overgang naar een basispremie op basis van hectaren. Het is daarbij wel van groot belang dat er een goede overgangsregeling wordt getroffen. Ook moet er in de herverdeling rekening worden gehouden met de veel hogere grondprijzen in Nederland. Kan de staatssecretaris hier meer duidelijkheid over geven? Wordt beoogd om met de inzet voor gedifferentieerde betalingen te kunnen voorzien in een overgangsregeling? Graag een reactie.

De marktconforme beloning van maatschappelijke diensten is iets wat de ChristenUnie steunt, maar als de middelen hiervoor uit de eerste pijler komen, mag dit niet ten koste gaan van de basisbetaling. Kan de staatssecretaris dit toezeggen? Juist wat dit betreft wil de ChristenUnie dat wordt ingezet op meer en betere marktwerking, namelijk de doorrekening van maatschappelijke diensten in consumentenprijzen. Dit hangt ook nauw samen met de positie van de boer in de productieketen. De ChristenUnie ziet graag dat deze positie versterkt wordt. Onlangs heb ik met collega Jacobi een motie ingediend waarin werd verwezen naar de belemmerende werking van het mededingingsbeleid voor partijen die middels collectieve afspraken duurzame productie willen bevorderen. Daarin zat een duidelijke opdracht voor deze staatssecretaris om daar nationaal mee aan de slag te gaan. De motie is ook aangenomen. Wil de staatssecretaris zich inzetten om deze problematiek ook op Europees niveau te adresseren?

Dan een opmerking over de melkquota; een voorbeeld van een overgangssituatie waar meer valt te behalen, vindt de ChristenUnie tot 2015. Terwijl Nederlandse boeren hun productie moeten beperken om het quotum niet te overschrijden, wordt het quotum in sommige andere lidstaten niet volgemolken. Is de staatssecretaris bereid om zich in te spannen om dit overgebleven quotum aan Nederland te laten toekomen?

Tot slot. Op de agenda staat ook "Toelating van drie genetisch gemodificeerde variëteiten". Dit is een discussie die steeds terugkomt. Ik ken de reactie van de Nederlandse regering, namelijk: volgens het huidige afwegingskader kun je moeilijk nee zeggen. De staatssecretaris kent ook de wens van de ChristenUnie om tot een beter afwegingskader te komen. Ik ken ook de inzet en de ontwikkelingen die inmiddels gaande zijn. Voor dit moment vraag ik de staatssecretaris wat hij gaat doen om een ggo-vrije keten te kunnen waarborgen en wat hij gaat doen om de ggo's die nu toegelaten worden, te laten traceren binnen de Europese voedselketen.

 

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Mevrouw Wiegman snijdt een belangrijk punt aan, namelijk dat zij graag wil dat de kosten meer worden doorberekend in de prijzen. Vaker wordt gesteld dat de prijs die we betalen niet de werkelijke kosten vertegenwoordigt, ook niet de werkelijke milieukosten, zeker bij vlees. Ik vind het mooi dat mevrouw Wiegman dit punt aansnijdt, maar ik vraag me af hoe zij dit denkt te kunnen realiseren vanuit Nederland. Daarnaast heb ik een meer principiële vraag. Als het mogelijk zou zijn om via de prijs die een consument betaalt die boer een fatsoenlijk inkomen te geven, dan is dat hele gemeenschappelijke landbouwbeleid, dat in feite ook door de consumenten wordt betaald maar dan via de belastingcenten, toch niet meer nodig?

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Eigenlijk staan wij het ideaalbeeld dat mevrouw Van Veldhoven schetst voor. Wij zeggen daarbij wel: let op wat je op dit moment doet; laat basispremies niet te snel los als dit soort zaken nog niet goed in de markt verankerd zijn. Zolang dit nog niet goed is geborgd, moet niet verder worden gegaan met marktwerking. De inzet van de ChristenUnie is om dit beter te borgen in de markt, maar zolang dat niet het geval is de basispremie stevig overeind te houden.

 

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Is de ChristenUnie wel van mening dat dit gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat is vastgelegd tot 2020, wel een prikkel die kant uit zou moeten geven?

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Mevrouw Van Veldhoven stelt deze aanvullende vraag omdat mijn antwoord kennelijk niet voldoende is. Ik weet niet precies wat zij bij mij wil uitlokken. Volgens mij is ons standpunt heel duidelijk. Wij zien het liefst dat deze maatschappelijke waarde beter verankerd is in een markt. Zolang dat niet het geval is, moeten we een stevige basispremie overeind houden. Wij zien dat als een risico van de verdergaande liberalisering, die voorgesteld wordt zonder dit te waarborgen. Ik denk zeker dat er stappen te maken zijn om dit voor elkaar te krijgen. Daar zal de inzet van Nederland op gericht moeten zijn.

 

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > maart