Bijdrage Carla Dik-Faber aan het algemeen overleg Preventiebeleid

donderdag 30 mei 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een algemeen overleg met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport    

Onderwerp:   Preventiebeleid

Kamerstuk:    32 793

Datum:            30 mei 2013

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Ik zet even mijn stopwatch aan, zodat ik mijn tijd goed in de gaten kan houden. Vijf minuten is ten slotte heel kort. Het mag duidelijk zijn dat de noodzaak voor een Nationaal Programma Preventie heel groot is. Ik heb wel de toezegging nodig dat het NPP een stuk concreter wordt dan de brief die wij erover hebben ontvangen. Zonder concrete maatregelen komen wij er echter niet. Wij zijn wat preventie betreft het stadium van mooie woorden en vrijblijvendheid wel voorbij. Wat betreft tabak zit er een interessant wetstraject aan te komen. Wij zullen daar nog veelvuldig over spreken. Wat betreft alcohol hebben wij dit net achter de rug. Er is echter veel meer nodig.

De ChristenUnie strijdt al jaren voor het project JOGG omdat wij zien dat de resultaten goed zijn. Middels publiek-private samenwerking worden er verbindingen gemaakt die nodig zijn voor het behalen van resultaat. JOGG maakt deel uit van het Convenant Gezond Gewicht, dat loopt tot 2015. Het streven is dat er dan 75 JOGG-gemeenten zijn. Met het Lenteakkoord zijn er extra middelen vrijgemaakt. Desondanks zal het een hele toer zijn om die doelstelling te halen. De stip op de horizon moet natuurlijk 408 JOGG-gemeenten zijn. Ik deel de ambitie die de staatssecretaris heeft uitgesproken tijdens het congres. Wat kan hij vanuit zijn positie doen om gemeenten en bedrijven te binden aan JOGG?

Een volgend punt is voeding. Er loopt een onderzoek naar aangrijpingspunten voor het gezonder maken van producten in de horeca en de catering. De brancheorganisaties gebruiken de resultaten voor het stimuleren van een gezonder productaanbod. Zijn de resultaten van dit onderzoek al bekend? Hoe wordt ervoor gezorgd dat maatregelen niet vrijblijvend zijn? Het Vinkje helpt consumenten om een gezonde keuze te maken. Behoeven de criteria geen aanpassing? Er wordt bijvoorbeeld steevast gekozen voor maximaal 13% verzadigde vetten in producten, terwijl de Gezondheidsraad adviseert maximaal 10% van de dagelijkse benodigde energie in de vorm van verzadigde vetten te consumeren. Wordt er voldoende rekening gehouden met een stapeling van geconsumeerde producten? Consumenten hebben immers weinig aan informatie op het etiket als zij niet verder kijken dan alleen het Vinkje en niet ook kijken naar hun totale consumptiepatroon. De hele dag tellen is niet realistisch. Is het verkeerslichtensysteem uit het Verenigd Koninkrijk niet veel efficiënter?

Het valt op dat sectorbrede afspraken over producten en productcategorieën tot de beste resultaten leiden. Er zijn stappen gezet in een aantal categorieën, namelijk groenteconserven, brood en vlees. Dat zijn drie productgroepen en dat staat in schril contrast tot de 80 productgroepen die in het Verenigd Koninkrijk zijn aangewezen. De minister overlegt over volgende categorieën producten. Wanneer krijgen wij daar meer duidelijkheid over? De minister staat voorgesorteerd voor wetgeving, maar wil daartoe nog niet overgaan. Je ziet echter dat afspraken in de sector pas tot stand komen als er wetgeving is of druk vanuit de overheid. Ik verwijs hierbij naar brood en vlees. Is de minister bereid om nu wetgeving voor te bereiden voor een breed assortiment productgroepen zodat die direct kan worden ingevoerd als de resultaten achterblijven? Ik denk hierbij aan 2014. De minister gaat in gesprek met de sectoren die een grote rol spelen bij de consumptie van verzadigd vet. In gesprek gaan is veel te summier. Welke afspraken wil zij met de sector maken? Hoe verhoudt een zoutreductie van 9% in 2015 zich tot het advies van de Gezondheidsraad om maximaal 6 gram zout per dag te consumeren?

De Schijf van Vijf is volgens mij nog niet genoemd. Omdat voeding zo belangrijk is, vraag ik de staatssecretaris te kijken welke mogelijkheden er zijn om de Schijf van Vijf te moderniseren.

Nederland scoort ongunstig waar het gaat om de frequentie en de duur van borstvoeding. Ik daag de bewindspersonen uit om ook aandacht aan borstvoeding te schenken binnen het preventieprogramma.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat ouders beter geen energiedrankjes meer voor hun kinderen kunnen kopen. Beter is het drinken van water. Hoe wordt het drinken van water gestimuleerd? Mevrouw Leijten zei al dat in sommige sportkantines wel energiedrankjes worden verkocht, maar geen flesjes water.

Vorig jaar stelde mijn fractie vragen over de toenemende schade aan het gehoor bij jongeren. Ik maak mij hier zorgen over. Ik weet dat er in samenwerking met het RIVM onderzoek wordt gedaan naar het aantal jongeren met vermijdbare gehoorschade. Deze gegevens moeten meegenomen worden in het Nationaal Programma Preventie. Er moet op dit gebied een beleidsagenda komen. Ik overweeg een motie op dit punt.

Ik kom nu op de rol van zorgverzekeraars. Twee jaar geleden diende mijn fractie een motie in over het realiseren van preventiekostengroepen. De minister zei toen dat preventie op een andere manier gerealiseerd moet worden en ontraadde de motie. Wij zijn nu twee jaar verder en ik zie nog niet hoe de zorgverzekeraars een prikkel hebben om gezondheidswinst te realiseren voor hun klanten. Wil de minister nu wel de mogelijkheid van preventiekostengroepen serieus bekijken?

De voorzitter: U hebt nog twintig seconden, mevrouw Dik.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik zie het op mijn stopwatch. Mijn laatste punt betreft de avondvierdaagse. Mijn dochter maakt nu afspraken over wie welke snoepjes meeneemt op welke avond. Bij ons in Veenendaal start de avondvierdaagse volgende week. Ik hoor deze geluiden heel veel en kan niet anders dan concluderen dat de avondvierdaagse geen gezondheidsevenement meer is, maar gewoon een snoepfestijn is geworden. Ik zou ouders, ook in mijn rol als moeder, willen oproepen om niet alleen een snoepje mee te geven, hartstikke prima, maar er ook iets gezonds bij te doen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Carla Dik
Volksgezondheid

« Terug

Archief > 2013 > mei