ChristenUnie geeft Weekers laatste kans

cr_geld_eurobriefjeswoensdag 15 mei 2013 11:36

De ChristenUnie heeft staatssecretaris Weekers een laatste kans op verbetering gegeven. Tweede Kamerlid Carola Schouten stelde tijdens het debat over de toeslagenfraude vragen over wat de staatssecretaris van deze fraude wist of had moeten weten. Ze plaatste grote vraagtekens bij wat hij heeft gedaan om deze fraude te bestrijden. Ook wees zij op de eigen rol van de Tweede Kamer in deze kwestie. De ChristenUnie zag uiteindelijk onvoldoende reden om een motie van wantrouwen te steunen. Schouten zal de staatssecretaris kritisch volgen in zijn aanpak om fraude strenger tegen te gaan, omdat fraude met belastinggeld het vertrouwen van burgers in de politiek ondermijnt.

Lees hieronder de conclusies die Carola Schouten aan het einde van het debat heeft getrokken

Voorzitter. Ik wil allereerst de staatssecretaris en de beide bewindslieden danken voor het lange inhoudelijke debat dat we hebben gevoerd en voor de beantwoording van een enkele vraag door de vicepremier. Dat deed me goed.

De zaak waarover we vanavond gedebatteerd hebben, was en is ernstig: omvangrijke fraude met toeslagen. In mijn eerste termijn heb ik aangegeven dat het vertrouwen dat de samenleving mag hebben in het systeem van de toeslagen cruciaal is. Vanavond stond ook de vraag centraal: is er voldoende vertrouwen in de aanpak en het handelen van deze staatssecretaris. Alles afwegende komt mijn fractie tot de volgende conclusies. De staatssecretaris heeft volmondig erkend, politiek verantwoordelijk te zijn. In dat kader heb ik een vraag gesteld over zijn opmerking dat de ambtenaren maar hadden moeten bewijzen dat het rapport op zijn bureau had moeten liggen. Die opmerking is in die zin niet relevant, omdat de staatssecretaris zelf politiek verantwoordelijk is. Ik hoor graag dat de staatssecretaris erkent, en dat hij daarmee die opmerking terugneemt.

Ten tweede: de staatssecretaris heeft in onze ogen afdoende verantwoording afgelegd over de wijze, waarop tot nu toe werd omgegaan met dit soort zaken. Hoewel bij persoonlijk lange tijd niet op de hoogte was van bepaalde zaken, was zijn ministerie wel bezig zaken op te pakken, zoals je dat van verantwoordelijke ambtenaren mag verwachten.

Ten derde: de aanpak is geïntensiveerd vanaf 2011 en de staatssecretaris heeft nu wederom een aantal nieuwe maatregelen afgekondigd. Verder gaan we nog in gesprek over het hele stelsel van de toeslagen. Wij hebben op dit moment geen reden om nu te twijfelen aan die aanpak.

Ten vierde: de voor ons heel wezenlijke vraag of er voldoende vertrouwen is tussen de staatssecretaris en de Belastingdienst. De staatssecretaris heeft onder andere aangegeven dat hij op ons verzoek ook met de centrale ondernemingsraad op dit punt gaat spreken en dat de signalen die ambtenaren afgeven over mogelijke fraude eerder opgepakt zullen worden en ook serieus genomen zullen worden. De Kamer zal hierover ook worden geïnformeerd. Wij zien die informatie graag tegemoet en hebben er op dit moment vertrouwen in dat het functioneren van de Belastingdienst en de relatie met de staatssecretaris op dat punt voldoende zijn.

Alles afwegende ziet mijn fractie dan ook onvoldoende reden om de motie van wantrouwen te steunen. Wij geven de staatssecretaris nog een kans om te laten zien dat hij het gevraagde vertrouwen waard is.

Lees hieronder de bijdrage van Carola Schouten in eerste termijn

Voorzitter. Dit debat gaat over fraude met toeslagen. Over oplichtingspraktijken. Over georganiseerde criminaliteit. Maar ten diepste gaat dit debat over de vraag, of burgers erop kunnen vertrouwen dat de overheid op een verantwoorde wijze met belastinggeld omgaat. Burgers horen alleen toeslagen te krijgen als ze daarop aantoonbaar recht hebben. Door de grootschalige fraude die nu aan het licht is gekomen, staat dit vertrouwen onder druk. Dit vertrouwen is juist de basis onder het toeslagensysteem.

In het bijzonder de inzet van de staatssecretaris als bewindspersoon die verantwoordelijk is voor de uitkering van de toeslagen, heeft de afgelopen drie weken vragen opgeroepen. Daarvoor zal hij zich in dit debat dienen te verantwoorden. Wij beoordelen de inzet van de staatssecretaris vanuit zijn ministeriële verantwoordelijkheid en aan de hand van de vraag of hij die verantwoordelijkheid goed heeft verstaan. Het gaat er dus niet zozeer om op welk moment de staatssecretaris persoonlijk van welk feit wist. Het gaat om de vraag of hij in zijn functie van staatssecretaris voortdurend adequaat verantwoordelijkheid heeft gedragen en kan blijven dragen voor het doen en laten van zijn ambtenaren. Het gaat uiteindelijk niet om de persoon van de staatssecretaris, maar om de beoordeling van de ambtstaak van de overheid die moet worden uitgeoefend.

Dat gezegd hebbende heeft mijn fractie nog wel een aantal vragen. Ik vat die vragen samen in drie centrale vragen. Ten eerste: wat wist de staatssecretaris over de toeslagenfraude of wat hij daarover kunnen weten? Ten tweede: wat heeft hij gedaan om de fraude aan te pakken? Ten derde: hoe nu verder?

De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij pas vorige maand persoonlijk op de hoogte werd gesteld van de toeslagenfraude door de Bulgaren, hoewel de Belastingdienst al in juni 2012 was geïnformeerd. Ik kan mij toch niet aan de indruk onttrekken dat de staatssecretaris al veel eerder op de hoogte had kunnen zijn van de structurele problemen met het toeslagensysteem. De Algemene Rekenkamer heeft daar in de afgelopen jaren in haar rapporten bij de jaarverslagen op gewezen. Daarnaast blijkt uit de brief van de staatssecretaris dat in de afgelopen jaren 500 fraudegevallen aan het licht zijn gekomen. Verder heeft de Abvakabo in april 2012 en in maart 2013 twee rapporten uitgebracht over de fraude met toeslagen. Al met al waren er zeer duidelijke signalen dat er sprake is van structurele problemen en fouten in het systeem. Reeds in mei 2011 was het de staatssecretaris bovendien bekend dat er niet alleen sprake was van systeemfraude, maar ook van identiteitsfraude, waardoor criminelen eenvoudig "geld jatten uit de schatkist"; daarmee citeer ik de staatssecretaris. Kortom: op basis van deze informatie zou mijn conclusie zijn dat de staatssecretaris wist of had kunnen weten dat er grote lekken zaten in het systeem of dat er sprake was van systeemfraude. Erkent de staatssecretaris dit?

De logische tweede vraag is dan: wat heeft de staatssecretaris gedaan om die fraude sindsdien aan te pakken? In de brieven lezen we dat er per 2011 een intensivering is gekomen van de fraudeaanpak. Toen werd ook duidelijk hoe diepgeworteld de fraude was. Is de staatssecretaris toen ook gaan kijken naar de lekken in het systeem?

Ik zoom nu specifiek in op de ruim 500 fraudegevallen die de staatssecretaris in zijn brief heeft gemeld, want ook daar heb ik een aantal vragen over. In 295 gevallen is men tot strafvervolging overgegaan. Wat is er gebeurd met de 210 zaken die niet door het OM zijn geaccepteerd? Wat waren daarbij de beweegredenen van het OM? En heeft het OM zich toen ook kritisch uitgelaten over de lekken in het systeem? Is de staatssecretaris ook geïnformeerd over de weigering van het OM om zaken in behandeling te nemen? Wat heeft de staatssecretaris in de afgelopen twee jaar verder gedaan om de vormen van systeem- en identiteitsfraude aan te pakken? En wat zijn de specifieke wapenfeiten van de Antifraudebox? Hoe lang is die unit al bezig en welke resultaten heeft men tot nu toe geboekt?

De derde vraag is: hoe nu verder? Er ligt een grote opgave om de fraude aan te pakken en de lekken in het toeslagensysteem te dichten. Acht de staatssecretaris zichzelf in staat om op een overtuigende manier verantwoordelijkheid te dragen voor dit proces en voor alle stappen die daartoe verder genomen moeten worden? Mijn fractie hoopt dat de staatssecretaris, om te beginnen, de vele openstaande vragen deze keer van goede en bevredigende antwoorden kan voorzien. Wij komen nog te spreken over de verbetering van het toeslagensysteem en het dichten van de lekken.

Er zijn in dit debat terecht veel vragen over het functioneren van de staatssecretaris in deze kwestie, maar mijn fractie is van mening dat wij als Tweede Kamer op dat moment ook moeten kijken naar onze eigen rol in dit proces.

Labels
Carola Schouten

« Terug

Reacties op 'ChristenUnie geeft Weekers laatste kans'

Boomgaard, W.J. (Wim) van den [550600]
Geplaatst op: 15-05-2013 17:37
Tja.. wat moeten we hierop zeggen. Het beeld dat naar buiten komt, is die van een draaiende niet overtuigende staatssecretaris. De man heeft duidelijk een issue met de belastingdienst, geeft nog steeds geen blijk van spijt te hebben over gedane uitlatingen, draait nog steeds om de hete brij heen en zegt heel gemotiveerd te zijn om één en ander aan te pakken. Wat moet de burger nu eigenlijk geloven? Persoonlijk ben ik van mening dat het CU anders had moeten stemmen en zo de weg mee vrij had kunnen maken voor een andere staatssecretaris.
Geplaatst op: 16-05-2013 09:36
Ik had ook gehoopt dat de ChristenUnie voor de motie van wantrouwen had gestemd

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2013 > mei