Inbreng schriftelijk overleg Arie Slob inzake Informele Landbouw- en Visserijraad 26 t/m 28 mei '13

donderdag 16 mei 2013 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob met de vaste commissie voor Economische Zaken

Onderwerp:   Informele Landbouw- en Visserijraad van 26 t/m 28 mei 2013

Kamerstuk:    21 501 - 32

Datum:            16 mei 2013

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het verslag van de landbouw- en visserijraad van 13 en 14 mei en de agenda van de informele landbouw- en visserijraad van 26-28 mei.  Zij hebben enkele vragen over de onderhandelingen over het nieuwe gemeenschappelijke visserijbeleid.

Aanlandplicht

Genoemde leden vragen ten aanzien van de aanlandplicht of de staatssecretaris bereid is niet alleen te pleiten voor het op papier vastleggen dat de aanlandplicht flexibel, uitvoerbaar en handhaafbaar moet zijn, maar ook bij Europese Commissie en andere lidstaten de grote en terechte zorgen van de visserijsector over de daadwerkelijke uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de aanlandplicht onder de neus te wrijven en ervoor te pleiten dat veel meer rek en ruimte gezocht wordt om de schade te beperken?

Handhaving

De genoemde leden waarderen het dat de staatssecretaris zich heeft ingezet voor de handhaafbaarheid van het nieuwe gemeenschappelijke visserijbeleid maar zij vragen wat dan de extra maatregelen zullen worden om de handhaafbaarheid te waarborgen? Waar heeft de staatssecretaris precies voor gepleit en is hiervoor draagvlak bij andere lidstaten en bij de visserijsector? Genoemde leden constateren dat de huidige handhaafbaarheid van visserijregelingen al een probleem is en de AID moet bezuinigen. Wat betekent de inzet van de staatssecretaris voor de AID? Hoe gaat de nationale handhaving door de AID georganiseerd worden?

Uitvoerbaarheid

Welke beelden heeft de staatsecretaris bij de uitvoerbaarheid van de aanlandplicht? Kan de staatssecretaris onderbouwen waarom zij overtuigd is van deze uitvoerbaarheid? Genoemde leden onderschrijven het standpunt van de staatssecretaris dat de uitvoeringsmodaliteiten ruim voor de inwerkingtreding van de aanlandplict bekend moeten zijn. Genoemde leden vragen of hier enig zicht op is. Zij krijgen de indruk dat de staatssecretaris hiermee erkend dat er nu nog geen idee is van de uitvoeringsmodaliteiten. Kan de staatssecretaris aangeven of er iets bekend is over de huidige hoeveelheden van ongewenste bijvangsten en of de staatssecretaris hiervan een doorrekening heeft laten maken van de gevolgen voor de vissers?

Uitzonderingen

In het nieuwe onderhandelingsmandaat is een bepaling opgenomen die gelijktijdige introductie van de aanlandplicht en de minimis-uitzonderingen waarborgt. Genoemde leden vragen of de uitzonderingen de handhaving niet juist veel ingewikkelder maken? Ziet de robuustheid van een regeling niet juist in de eenvoud? Is dat ook niet het principe van deregulering en lastenverlichting? Is wel gecalculeerd hoeveel lastenverzwaring dit gaat betekenen voor de controle-instanties?

Regionalisering

Een ander onderdeel van het onderhandelingsmandaat is dat in het kader van het regionaliseringsmodel wordt bepaald dat nationale maatregelen hun oorsprong vinden in communautaire afspraken, in plaats van in overleg met andere lidstaten. Genoemde leden vragen of hier niet het gevaar in zit van nog meer gebrek aan Level Playing Field tussen de lidstaten?

Producentenorganisaties

Kan de staatssecretaris puntsgewijs aangeven hoe concreet de positie van vissers en producentenorganisaties wordt versterkt? Hoe kunnen met deze nieuwe verordening vissers een countervailing power ontwikkelen tegenover inkoopmachten? Hoe ziet de staatssecretaris daarbij de positie van de NMa?

Ondermaatse vis

In het verleden kon bij controle op zee het aan boord hebben van ondermaatse vis worden bestraft. Met de aanlandplicht zal deze ondermaatse vis echter direct onder de noemer van ongewenste bijvangst wordt geboekt. Genoemde leden vragen of hiermee de vangst van ondermaatse vis niet juist wordt gestimuleerd? Ook vragen leden hoe de staatssecretaris de registratie van bijvangst voor zich ziet. Momenteel verloopt verkoop en registratie via de visafslagen waarbij vis gesorteerd is op soort en maat. De ongewenste bijvangst zal echter niet gesorteerd kunnen worden en zal ook niet de visafslag in mogen vanwege hygiëne voorschriften. Genoemde leden vragen of hiermee niet een grote lacune ontstaat in de verantwoorde administratie voor de uitputting van de individuele quota. Genoemde leden vragen of hier al een oplossing is en zo nee, waarom de staatssecretaris er dan van overtuigd is dat de handhaving straks goed zal kunnen verlopen?

Vismeel

Genoemde leden wijzen op het risico van het stimuleren van aanvoer van ongewenste bijvangst als er een goede prijs is voor vismeel. Ontstaat niet het risico zo vragen deze leden dat de maatschappelijk ongewenste ‘puf’ visserij weer zal terugkeren? Deelt de staatssecretaris de mening dat er veel meer controle en handhaving nodig is om dit te voorkomen, en zo ja, is hierin voorzien, niet alleen op papier maar ook financieel?

Overleg met visserijsector

In het antwoord op vragen over de aanlandplicht in het vorige schriftelijke overleg verwijst de staatssecretaris naar de activiteiten van een werkgroep van ministerie, onderzoekers en sector die werkt aan een effectieve invulling van de aanlandplicht en dat zij zich niet herkend in het beeld van een patstelling. Is de staatssecretaris het wel eens met de mening van de sector dat er tot nu toe vooral steeds meer vragen komen over de praktische uitwerking in plaats van antwoorden? Deze leden constateren dat de staatssecretaris het begrip “sluitstuk” anders interpreteert dan de visserijsector en genoemde leden. De staatssecretaris wil al ingaan tot invoering van de aanlandplicht terwijl eerst juist volop ingezet zou moeten worden op innovatie en selectiviteit en als er dan nog een aanlandplicht nodig zou zijn dan zou hiervoor een wetenschappelijke onderbouwing moeten zijn en een praktische uitwerking van de consequenties voor zowel vissers als voor de handhaving voordat hiertoe wordt besloten. Genoemde leden betreuren het dat de basis oorzaken van het verspillen van hoogwaardig eiwit, namelijk de huidige rigide regelgeving, niet wordt genoemd.

Gelijk speelveld meten vis

Genoemde leden vragen, mede in het licht van het wenselijk zijn van een gelijk speelveld, een nadere analyse van de gekozen oplossing in het Verenigd Koninkrijk van het wegen van vis. Voorkomen moet worden dat het beleid in Nederland onnodig complex wordt. Is de staatssecretaris bereid de praktische consequenties (kosten/baten/handhaving/speelveld) van de verschillende methoden op een rij te zetten?

Noorwegen

De staatssecretaris verwijst voor de quota discussie met Noorwegen naar de meerjarenplannen en de jaarlijkse consultaties. Genoemde leden wijzen er op dat het invoeren van de aanlandplicht een dusdanig fundamentele wijziging is dat het van belang is dat er van te voren zekerheid is dat er overeenstemming zal worden bereikt en hiervoor ook voldoende draagvlak is bij de sector. Genoemde leden vragen wat de huidige stand van zaken is met het overleg met Noorwegen.

Impact assessment

Genoemde leden constateren dat er nog wordt gewerkt aan een impact assessment. Genoemde leden vragen wanneer deze impact assessment klaar is. Genoemde leden dringen er op aan dat dit voor de finale besluitvorming is in de Europese raad en dat daarbij voldoende tijd wordt genomen om hierbij ook belanghebbende te raadplegen om de berekeningen te verifiëren. Genoemde leden brengen in herinnering dat een eerder verkennende studie van het LEI na een reactie vanuit de visserijsector in 2011 is bijgesteld.

Pilots

Genoemde leden waarderen het dat er pilots worden gedaan om te kijken hoe de bedrijfsvoering kan worden verbeterd om de selectiviteit te vergroten en te kijken hoe de bedrijfsvoering kan worden aangepast aan de aanlandplicht. Genoemde leden hebben echter de indruk dat er nog geen begin is van inzicht in de aard en omvang van de problemen die door de aanlandplicht worden veroorzaakt. Genoemde leden vragen of een enkele pilot hiervoor wel de oplossing kan bieden en of hier voldoende tijd voor is. Zijn de verwachtingen voor de pilots niet te hoog gespannen, zo vragen deze leden?

Voormeer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Arie Slob
Bijdragen
Visserij

« Terug

Archief > 2013 > mei