Bijdrage Arie Slob aan plenair debat over de uitspraken minister van Defensie inzake missie Kunduz.

donderdag 15 september 2011 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob in een plenair debat met minister Hillen van Defensie en minister-president Rutte van Algemene Zaken.

Onderwerp:    Debat over de uitspraken van de minister van Defensie over de missie naar Kunduz

Kamerstuk:   

Datum:             15 september 2011

De heer  Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Zeven regels in een groot interview in Vrij Nederland. De vraag kan gesteld worden waar wij het over hebben. Het antwoord is wat ons betreft duidelijk. We hebben het over de minister van Defensie, die zoals wij weten mede verantwoordelijk is voor één miljard bezuinigingen op defensie in deze kabinetsperiode. We hebben het, als we die paar regels interview lezen, over een minister van Defensie die twijfel zaait over het karakter en het doel van de trainingsmissie in Kunduz, een onderwerp waar we begin van dit jaar met dit kabinet wekenlang over hebben gedebatteerd en waar mijn fractie alles afwegende -- dat is een heel zware afweging geweest -- uiteindelijk groen licht voor heeft gegeven. Dat hebben we pas gedaan nadat we ook het civiele doel van de missie nauwkeurig met elkaar hadden vastgesteld. Ik zeg erbij: ook in het besef dat Kunduz geen Oldebroek of Harskamp is.

Daarom frons je echt je wenkbrauwen -- en dan druk ik me nog zachtjes uit -- als je dan in het interview leest dat de minister van Defensie zich afvraagt of de Kamer wel beseft waar ze “ja” op heeft gezegd. Ik citeer onze woordvoerder in het afrondende plenaire debat dat we toen hebben gehad: "anders dan Nederlandse politieagenten zullen Afghaanse politiemensen moeten leren hoe om te gaan met roadblocks, met de bemensing van checkpoints, met explosieven en bermbommen. Ze zullen andere wapens moeten dragen dan de Nederlandse agenten". We waren ons zeer bewust van de situatie daar en -- dat wil ik hier ook uitspreken -- we hebben ook ontzettend veel respect voor onze mensen die daar naartoe zijn gegaan om de Afghaanse politiemensen te trainen.

Voorzitter. De minister-president noemt in zijn brief van 6 september -- dat was een snelle actie, de brief lag snel bij de Kamer, dank daarvoor -- de ontstane onduidelijkheid betreurenswaardig. Ik zou van de minister van Defensie ook willen weten waarom hij dit heeft gedaan. Waarom heeft hij deze onduidelijkheid laten ontstaan? Ik zou ook graag van hem een herbevestiging willen hebben van het afgesproken mandaat. Voorts zouden wij graag een oordeel willen hebben, zowel van de minister-president als ook van de minister van Defensie, over de vraag hoe dit soort interviews het draagvlak voor deze civiele missie beïnvloedt, zowel in de Tweede Kamer als in de samenleving.

De heer  Ormel (CDA):

Voorzitter. De heer Slob citeert de minister. Dan zou ik de heer Slob willen vragen om dat wel correct te doen. De minister zei niet: "of de Kamer wel wist waar ze ja tegen zei". De minister heeft gezegd: "ik wilde wel dat het parlement wist waar het ja tegen zei". Dat is toch wel een ander citaat dan wat de heer Slob gebruikte.

De heer  Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Dat is niet waar. Het gaat over het besef dat het parlement zou moeten hebben van de omstandigheden waaronder deze trainingsmissie plaatsvindt. Ik heb net een citaat weergegeven van onze woordvoerder in het debat toen. Het was mijn voorganger, de heer Rouvoet, die dat heel duidelijk verwoord heeft.

Dat citaat is zo duidelijk als wat. Wij weten dat het daar gevaarlijk is. Wij weten dat de omstandigheden heel zwaar zijn. Ik heb het net even in mijn eigen woorden gezegd: wij weten dat de omstandigheden in Kunduz niet identiek zijn aan die bij trainingen die in Oldebroek, Harskamp of een andere militaire plaats worden gegeven. Daar waren wij ons dus zeer van bewust. Uiteindelijk heeft de fractie van de ChristenUnie, net als andere partijen, gehoord wat de regering zei. Wij hebben de zaken ingebracht die wij van belang vonden. Het is bekend dat wij in eerste instantie de omvang van de trainingen te beperkt vonden. Ook die is uitgebreid. Wij hebben uiteindelijk met elkaar heel nauwkeurig vastgesteld wat het doel en het karakter van de missie was en welke inhoud aan de training zou worden gegeven. Toen hebben wij groen licht gegeven. De woordvoerder van de CDA-fractie moet het ons niet kwalijk nemen dat wij, als wij dat uiteindelijk hebben gedaan en een zware discussie in de partij hebben gehad, het op zijn zachtst gezegd niet heel erg fijn vinden als deze minister op deze wijze ook richting het parlement spreekt.

De heer  Ormel (CDA):

Wij hebben inderdaad een uitvoerig debat gehad. Wij hebben daarin nadrukkelijk besproken wat de risico's zouden zijn die onze mensen daar tegen zullen komen. De woordvoerder van de ChristenUnie heeft dat ook gedaan. De minister van Defensie heeft dat in dat debat ook gedaan. Er is nadrukkelijk van gedachten gewisseld over de risico's. Het was een goed debat. De heer Slob citeert de minister op een wijze waarop hij suggereert dat wij dat debat niet hebben gevoerd en wij dat allemaal niet wisten tijdens dat debat. Dat wisten wij. Wij wisten het allemaal. Dat citaat is gewoon niet het citaat zoals het in het artikel staat. De minister heeft in het interview gezegd dat hij in het debat rond de artikel 100-procedure heeft gezegd dat er risico's zijn. Dat herhaalt hij. Door een suggestie te wekken met de vraag of de Kamer het wel wist, zet de heer Slob de verkeerde toon. Dat vind ik niet correct.

De heer  Slob (ChristenUnie):

Ik vraag de heer Ormel om de zinnen waarnaar ik net verwees nog eens heel goed na te lezen. Hij citeert die ook. Er worden suggesties geuit in de richting van de Kamer. Dat vind ik niet fijn, zeker niet als het om dit punt gaat. De ChristenUnie besefte heel goed dat het zwaar was, dat het moeilijk was voor de mensen. Ik heb ook mijn respect uitgesproken voor de militairen die daar bezig zijn. Wij wisten dat degenen die daarheen zouden gaan voor het overgrote deel militairen zouden zijn. Ik bewonder u voorzitter, en via u de heer Ormel, dat hij nu de minister een handje gaat helpen door hem tegemoet te treden. Ik vraag hem wel om zich te realiseren, ook gezien eerdere interrupties in dit debat, dat hij daarmee in een kamp terecht is gekomen van mensen die nu de minister toejuichen en die in januari afstand namen van alle voorstellen die er lagen. Dat lijkt mij ook niet zo'n plezierige gedachte.

De heer  Ormel (CDA):

Ik constateer dat de heer Slob veel woorden nodig heeft om een reactie te geven op een citaat uit het artikel waarmee hij een suggestie wekt die niet in het artikel stond. Dat is het enige wat ik wilde zeggen. Laten wij elkaar nu niet in kampen gaan indelen. Wij prijzen de ChristenUnie ervoor dat zij met ons deze missie steunt. Dat vinden wij een goede zaak. In het debat hebben wij wel degelijk over en weer, regering en parlement, gesproken over alle risico's die er waren.

De heer  Slob (ChristenUnie):

Laten wij positief eindigen. De heer Ormel prijst de ChristenUnie. Dat mag best nog een keer in de Handelingen terechtkomen. Laten wij het daar maar even bij houden. Volgens mij kan de minister ook voor zichzelf spreken en uitleggen hoe hij bepaalde woorden die hij heeft gebruikt in het interview heeft bedoeld. Ik heb alleen aangegeven hoe die woorden bij ons zijn overgekomen. Het is duidelijk dat die niet goed zijn gevallen.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Arie Slob
Bijdragen

« Terug

Archief > 2011 > september