Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Raad Buitenlandse Zaken

donderdag 18 april 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken aan een algemeen overleg met minister Timmermans van Buitenlandse Zaken

Onderwerp:   Raad Buitenlandse Zaken

Kamerstuk:    21 501 – 02

Datum:            18 april 2013

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik moet mij verontschuldigen omdat ik word geacht om 10.15 uur in de plenaire zaal te zijn voor een debat aldaar. Mijn medewerker zal de beantwoording van de minister echter met belangstelling aanhoren.

Ik beperk mij tot twee onderwerpen, namelijk Syrië en Egypte. Ik begin met Syrië, omdat ik twee weken geleden een bezoek heb gebracht aan de regio. Ik ben er een dag of vijf geweest, zowel in Turkije als in Syrië. Je komt in een soort cowboyland als je de grens overtrekt van Turkije naar Syrië. Het is onduidelijk wie de grenzen bewaken en er wordt van alles gesmokkeld. Zelfs wij werden blijkbaar meegesmokkeld naar Syrië. De burgemeester stak zijn grote revolver in de holster toen hij de grens van Turkije naar Syrië overging. Kortom, het is nog steeds levensgevaarlijk in dat gebied, misschien minder voor mij, maar vooral voor de vluchtelingen en daar gaat het om.

Wij hebben een verslag gemaakt van onze reis en een aantal aanbevelingen gedaan. Ik zou die graag aan de minister overhandigen. Er is ook een exemplaar voor de collega’s opdat zij nota kunnen nemen van onze bevindingen. Ik zie natuurlijk uit naar het reisverslag van de heer Ten Broeke die daar blijkbaar afgelopen week met de heer Sjoerdsma is geweest. Ik zal dat ook met zeer grote belangstelling lezen. Ik som de conclusies van ons rapport op, al zijn zij nu ook te lezen. Een van onze conclusies is dat de hulpverlening zeer ongeorganiseerd verloopt in de niet-regeringsgebieden. Mevrouw Bonis heeft dit al eerder gemeld. De minister is er ook van overtuigd dat er meer hulp in het gebied moet komen. Ik geef hem mee dat het noordoosten naar mijn indruk nog het meest stabiel is in de Syrische regio. Is de minister bereid met zijn collega’s in de Europese Raad te bespreken of het bestuur daar verder kan worden verstevigd en de hulpverlening kan worden opgevoerd? Hier wordt ook nog gesproken over herstel van de watervoor-ziening in het noorden van Syrië. Dat juich ik zeer toe. Het zou mooi zijn als wij niet zozeer formeel of afgedwongen et cetera, maar misschien wel semi-formeel een humanitaire veilige zone in het noordoosten kunnen creëren.

Toen ik terugkwam en hoorde dat mensen dat zagen zitten, was dit het enige lichtpuntje. Mensen wilden eigenlijk niet naar het buiteland. Zij spreken de taal niet, zij kunnen er niet werken. Als zij de grens naar Turkije al over konden, was dat vaak illegaal. Dan lopen zij natuurlijk gevaar. Ze worden opgepakt door de Turkse politie en worden in de gevangenis gezet. Sommigen worden linea recta weer de grens overgezet.

Dat brengt mij op Turkije. Amnesty heeft ook al onder de aandacht gebracht dat 600 Syrische vluchtelingen uit het kamp Akcakala gedwongen terug de Syrische grens zijn overgestuurd. Dit zou toch een punt zijn om te bespreken met Turkije. Ik heb alle begrip voor Turkije en voor de inzet van dit land om de vluchtelingen op te vangen. Wij moeten echter zien te voorkomen dat mensen gedwongen worden terug te keren naar het land dat zij zijn ontvlucht. Dit gaat ook in tegen het Vluchtelingenverdrag. Gelukkig zitten wij voor wat betreft de wapenleveranties op een lijn. Geen wapenleveranties aan de Syrische oppositie Free Syrian Army op dit moment. Ik heb zelf gezien hoe Free Syrian Army en Jabhat al-Nusra nauw samenwerken. Er zijn nog spanningen tussen Jabhat al-Nusra en Faruk, ook in de grensgebieden. Een citaat van de woordvoerder van Faruk: «Alsjeblieft, steun Jabhat al-Nusra niet want zij zullen iedereen uitmoorden die het niet met hen eens is». Dit werd door een dame tegen ons gezegd. Tot zo ver over ons rapport.

Collega Van Ojik en ik hebben een motie ingediend over de Syrische asielzoekers. Het betreft met name degenen die familie hebben in Nederland. Duitsland heeft een positief teken gegeven. De minister zou samen met zijn collega voor asielzaken nog nagaan wat er mogelijk is voor mensen in Syrië die familie in Nederland willen bezoeken. Ik hoor graag wat dit heeft opgeleverd.

Mijn laatste punt heeft betrekking op Egypte. De EBRD, zeg maar de werderopbouwbank en de investeringsbank, stellen ook politieke voorwaarden. Mag ik er dan van uitgaan dat op dit moment geen tranches worden overgemaakt? Voor zover wij kunnen zien, komen er nog geen verkiezingen aan. Er is dus geen politieke stabiliteit voorhanden en dan kunnen de investeringstranches niet worden overgemaakt.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Buitenlands beleid
Joël Voordewind

« Terug

Archief > 2013 > april