Inbreng Carola Schouten inzake Wijz. wet finan. decentrale overheden (verplicht schatkistbankieren)

donderdag 04 april 2013 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten als lid van de vaste commissie voor Financiën

Onderwerp:   Wijziging van de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in 's Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren)

Kamerstuk:    33 540

Datum:            4 april 2013

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij hebben nog een aantal vragen bij het wetsvoorstel.

Inleiding

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering toe te lichten welk type gemeenschappelijke regelingen onder de verplichting tot schatkistbankieren vallen. Geldt de verplichting voor alle soorten gemeenschappelijke regelingen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar een nadere definiëring van het begrip “overtollige liquide middelen”. Zij vragen in dit verband waarom de regering er voor heeft gekozen om een aantal afspraken uit het financieel onderhandelaarsakkoord met de decentrale overheden wel concreet in het wetsvoorstel op te nemen, maar niet de afspraken over het drempelbedrag voor bruto overtollige middelen van 0,75% van het begrotingstotaal (met een minimum per medeoverheid van € 250.000 en een maximum van € 2,5 miljoen). De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om het drempelbedrag alsnog in de wet op te nemen.

In het financieel onderhandelaarsakkoord is het bedrag dat buiten de schatkist mag blijven gemaximeerd op € 375 miljoen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of dit bedrag alleen het totaal van de drempelbedragen betreft of dat dit het totaalbedrag betreft dat buiten de schatkist mag blijven (dus inclusief onderlinge leningen tussen decentrale overheden)? Wordt dit maximumbedrag nog in een regeling vastgelegd, zo vragen deze leden?

Definitie en achtergrond van schatkistbankieren

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat in het wetsvoorstel de nadruk ligt op het doel van schuldreductie, en minder op het verminderen van de financiële risico’s. Is hier sprake van een verschuiving in de doelstelling, aangezien een van de belangrijkste argumenten voor de invoering van schatkistbankieren destijds was om grote verliezen met risicovolle beleggingen in de toekomst te voorkomen, zo vragen deze leden?

Genoemde leden vragen of ook alternatieve constructies zijn overwogen die leiden tot schuldreductie en vermindering van risico’s,  zoals verplicht bankieren bij sectorbanken?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering aan te geven hoe zij de verdeling van middelen tussen schatkistbankieren en onderling uitlenen inschat. Genoemde leden vragen in dit verband hoe hoog de regering de reductie van de externe financieringsbehoefte inschat en wat hiervan het effect zal zijn op de toch al zeer lage inleenrentes.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de gevolgen van het niet meer mogen verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak voor de financiering van gemeenschappelijke regelingen. Gemeenschappelijke regelingen kennen namelijk geen aandelenkapitaal of andere certificaten voor het aantrekken van kapitaal. De bepaling maakt het verschaffen van kapitaal aan gemeenschappelijke regelingen onmogelijk, terwijl die juist zijn opgericht uit hoofde van de publieke taak. Bovendien kunnen gemeenten met een netto schuldpositie het kapitaal voor financiering van gemeenschappelijk regelingen alleen maar lenen.

Het effect van schatkistbankieren op de EMU-schuld

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de effecten van schatkistbankieren op de EMU-schuld relatief beperkt zijn, zeker afgezet tegen de rentederving die mag worden verwacht als gevolg van schatkistbankieren. De regering gaat hierbij uit van een schuldreductie van 3%, wat zal leiden tot een daling van de schuld van 70,5% naar 67,5%. In paragraaf 8 van de MvT staat dat het kabinet de raming heeft geactualiseerd en daarmee tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de decentrale overheden. Echter er is nog steeds een verschil van € 9-12 miljard (1,7% van het BBP) tussen de ramingen van het kabinet en de decentrale overheden. Hoe verklaart de regering dit verschil, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering nader in te gaan op dit verschil en de verwachting van de koepels dat overtollige middelen de komende jaren voor een deel zullen worden ingezet voor investeringen. Is het volgens de regering, mede gelet op de begrotingsregels in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën, mogelijk dat het verschil in overtollige middelen van € 9-12 miljard geheel kan worden geïnvesteerd, zo vragen deze leden?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of en hoe er toezicht wordt gehouden op beleggingen en uitzettingen met langlopende contracten die mogelijk na 4 juni 2012 zijn gedaan, waardoor deze middelen mogelijk niet op tijd in de schatkist kunnen worden opgenomen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de stand van zaken van de onderhandelingen over het mogelijk maken van herallocaties binnen beleggingsportefeuilles en fondsen. Hoe groot is de totale omvang van deze beleggingen en fondsen, zo vragen deze leden?

De praktische inrichting

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering concreet te maken hoe schatkistbankieren in de praktijk kan worden gecombineerd met de betalingsdienstverlening van particuliere banken.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om een nadere financiële onderbouwing van de efficiency-effecten van het wetsvoorstel (kostenbesparing bij de bedrijfsvoering en treasury van decentrale overheden).

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat een lagere externe financieringsbehoefte naar verwachting een gunstig effect heeft op de rente. Deze leden constateren dat de rente al zeer laag is en veronderstellen dat het voor het rijk bij een negatieve rente zelfs voordeliger is om extern te lenen dan geld te lenen via het mechanisme van schatkistbankieren. Hoe beoordeelt de regering deze veronderstelling, zo vragen deze leden? Genoemde leden vragen ook hoe decentrale overheden in de praktijk zullen profiteren van de lagere rente.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat over een ongeoorloofde roodstand bij de rekening-courant bij de schatkist een boeterente in rekening wordt gebracht. Deze leden lezen hier echter niets over in het wetsvoorstel. Zij vragen hoe hoog deze boeterente zal zijn en waar deze zal worden vastgelegd.

Gevolgen voor decentrale overheden

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de beschikkingsmacht van decentrale overheden over hun financiële middelen slechts in beperkte mate wordt beperkt. Wat betekent dit concreet, zo vragen deze leden? Kunnen decentrale overheden te allen tijde bij hun overtollige middelen die zij in de schatkist aanhouden?

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de rentederving, gezien de zeer lage inleenrentes van de Staat, behoorlijk kan oplopen. Zij vragen de regering hoe zij in dit verband de rentederving als beperkt kan beoordelen, mede gelet op het feit dat er nauwelijks inzicht bestaat in de looptijd en het risicoprofiel van beleggingsportefeuilles van decentrale overheden en de onmogelijkheid om toekomstige rentes te voorspellen.

De regering stelt dat de rentederving in verhouding staat tot het mindere risico. Hoe verhoudt zich deze uitspraak tot de constatering in de MvT dat decentrale overheden momenteel al prudent beleggen, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie?

Financiële gevolgen voor de Rijksoverheid en de sectorbanken

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat het Rijk te maken krijgt met een forse aanvankelijke maar eenmalige inregelinspanning. Hoe groot is de omvang van deze inregelinspanning, zo vragen deze leden? Kan de regering aangeven wat de totale, eenmalige kosten (administratieve lasten) zijn voor rijk en decentrale overheden als gevolg van de invoering van de verplichting tot schatkistbankieren?

Overig

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering goed te kijken naar de mogelijkheid om bepaalde samenwerkingsverbanden uit te zonderen van de verplichting tot schatkistbankieren. Zij wijzen in dit verband op het Natuur- en Recreatieschap Veluwerandmeren, een samenwerkingsverband van 10 gemeenten. Het project is in 2011 ingesteld en betreft een vervolg op een eerder project, waarbij Rijkswaterstaat een budget heeft overgemaakt dat is gelabeld ten behoeve van de realisatie van de diverse resterende projectonderdelen. Voor de verdere begeleiding van het project is geen geld overgedragen met als uitgangspunt van zowel Rijkswaterstaat als het schap dat de projectbegeleiding in deze vervolgfase uit de rentebaten betaald moet kunnen worden. Sinds de overdracht levert het overgeboekte budget ca. 2% rente op, waaruit enerzijds de bemensing van het projectbureau wordt bekostigd en anderzijds de inflatie moet worden gedekt.

Omdat het overgedragen budget in de komende 5 á 8 jaar gebruikt wordt voor de afronding van het project, kan het geld niet langjarig worden vastgezet. Verplicht schatkistbankieren betekent voor het Natuur- en Recreatieschap Veluwerandmeren dat deze (korte) rente naar verwachting met een factor 10 afneemt. Hierdoor droogt direct de geldstroom op, die noodzakelijk is voor de projectbegeleiding  en de indexering van de projectkosten m.b.t. de inflatie. Op deze manier wordt de bodem onder het overgedragen project weggeslagen en kan het schap niet meer voldoen aan de afspraken zoals gemaakt tussen het schap en de staatssecretaris van IenM. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering in te gaan op de mogelijkheden om het Natuur- en Recreatieschap Veluwerandmeren uit te zonderen van de verplichting tot schatkistbankieren.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering aan te geven hoe de verplichting tot schatkistbankieren zal doorwerken voor streekrekeningen, streekfondsen, landschapsfondsen, e.d. waarbij decentrale overheden een deel van hun reserves op een aparte streekrekening plaatsen en banken een bonus over de rente schenken aan het desbetreffende streekfonds. Zij vragen de regering dergelijke constructies die bijdragen aan regionale ontwikkeling te blijven stimuleren, bijvoorbeeld door een drempelbedrag in te stellen voor het ondersteunen van regionale doelen of via een geoormerkte rekening in de schatkist, waarbij een bonusrente van particuliere banken mogelijk blijft.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 


Labels
Bijdragen
Carola Schouten

« Terug

Archief > 2013 > april