Graag een genereus pardon

dinsdag 16 september 2003 10:24

De laatste dagen is mijn email postbus steeds verstopt en houdt de telefoon niet op met rinkelen. De oorzaak: Het voorstel voor een eenmalige beperkte pardonregeling voor asielzoekers van minister Verdonk. Organisaties en mensen uit het hele land, vanuit velerlei kringen, laten van zich horen. Niet omdat zij niet willen dat er een pardon voor asielzoekers komt, maar omdat er te weinig mensen zijn die op grond van dit pardon een verblijfsvergunning zullen krijgen. Juist de asielzoekers die al heel lang in Nederland zijn, dreigen buiten de boot te vallen.

Het is geen overdrijving als ik zeg dat het hele land te hoop loopt tegen de regeling die de minister vrijdag 29 augustus voorstelde. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Raad van Kerken, VluchtelingenWerk, INLIA, de burgemeesters van de 4 grote steden, tal van gemeenteraden, wethouders en colleges schrijven dat dit voorstel veel te beperkt is. Het lost de problemen waar gemeenten mee worstelen niet op en laat juist diegenen in de kou staan die het langst in Nederland zijn of niet naar hun eigen land terug kunnen. Ook de ChristenUnie vindt de voorgestelde regeling veel te beperkt. Voor de meest schrijnende gevallen is er geen pardon.

Minister Verdonk wil asielzoekers die nog in hun eerste asielprocedure zitten en al langer dan 5 jaar op een uiteindelijke uitspraak wachten, een verblijfsvergunning geven. Ruw geschat zullen dat zo’n 2200 mensen zijn. Van een pardon uitgesloten zijn asielzoekers die na hun eerste procedure een tweede of soms zelfs derde procedure zijn gestart. Deze mensen hadden volgens de minister met de afwijzing van hun eerste verzoek een duidelijke uitspraak dat zij niet in Nederland mochten blijven. De minister, hierin voluit gesteund door de fracties van VVD en CDA, wil deze mensen die ‘procedure op procedure stapelden’ om maar aan terugkeer naar hun land te ontkomen, geen premie op hun doorzettingsvermogen geven.
Met deze redenering gaat de minister totaal voorbij aan de situatie waarin asielzoekers verkeren. Het is één van de grootste problemen voor een asielzoeker om te bewijzen dat zijn verhaal van verdrukking en vervolging waar is. ‘De geheime politie laat geen ondertekend document achter waarin zij verklaren dat zij iemand zonder aanklacht hebben gearresteerd en laten verdwijnen.’ , zei een Iraanse asielzoeker eens tegen mij. In zijn geval geloofde de IND niet dat de geheime politie zijn vrouw en dochtertje had opgehaald terwijl hij de laatste dingen regelde voor de vlucht van het gezin. De IND veronderstelde dat zijn vrouw wel bij hem weggelopen zou zijn. Zijn asielverzoek maakte daarom geen enkele kans. Tot zijn geluk wisten ook zijn vrouw en dochtertje uiteindelijk naar ons land te ontkomen. Zij bevestigden zijn verhaal bij de IND en zo kregen hij en zijn vrouw toch nog een verblijfsvergunning. De meeste asielzoekers zijn jammer genoeg niet zo gelukkig. Zij hebben de grootste moeite om bewijzen te vinden die hun verhaal aannemelijk maken voor een wantrouwige organisatie als de IND. Soms komen deze bewijzen pas als de eerste procedure al is afgerond, of op een moment dat het niet meer mogelijk is om nieuwe feiten in de procedure te brengen. Onder de oude vreemdelingenwet was het in veel gevallen noodzakelijk om een nieuwe procedure aan te spannen wanneer nieuw bewijsmateriaal beschikbaar kwam, anders werd het nieuwe bewijs niet meegenomen.
Ik vind het daarom zeer onterecht en onrechtvaardig om asielzoekers van een pardonregeling uit te sluiten omdat zij een tweede asielverzoek hebben ingediend. Hun situatie is zelfs nog schrijnender dan die van eerste indieners omdat zij vaak al veel langer in onzekerheid verkeren.
Natuurlijk, er zijn ook asielzoekers die uitsluitend een tweede verzoek hebben ingediend omdat zij dan nog langer in Nederland mochten blijven om de uitspraak af te wachten. Maar ook hier valt de overheid wel het nodige te verwijten. De IND had deze zaken binnen een redelijke termijn af moeten doen en tweede asielverzoeken die geen enkele grond hebben, komen niet eens voor behandeling in aanmerking. Eén van de argumenten voor een pardonregeling is het feit dat de overheid asielzoekers zo lang op een beslissing heeft laten wachten. Onmenselijk lang. Dat moet ook tellen voor mensen die een tweede asielverzoek nodig hebben om te bewijzen dat hun asielverzoek terecht is.

Helemaal uitgesproken is de minister over de uitgeprocedeerde asielzoekers. Die moeten gewoon terug. Ook hier heeft de minister geen oog voor de weerbarstige werkelijkheid. Er zijn veel gevallen bekend van asielzoekers die niet terug kunnen omdat de ambassade van hun land niet meewerkt en hen geen papieren geeft. De stichting INLIA heeft een aantal mislukte pogingen van afgewezen asielzoekers om papieren bij hun ambassade te krijgen gedocumenteerd. Een aantal landen, waaronder bijvoorbeeld Somalië, is berucht. Er zijn gevallen bekend waar een aanzienlijke som smeergeld werd gevraagd en betaald. Daarna werd de aanvraag om papieren toch afgewezen. Maar onze overheid hanteert het uitgangspunt dat alle ambassades meewerken aan terugkeer van de asielzoeker en dat het daarom altijd aan de uitgeprocedeerde vreemdeling is te wijten wanneer hij geen papieren krijgt. Tenzij hij of zij bewijst dat hem niets te verwijten valt. Daarmee zadelt de overheid de uitgeprocedeerde asielzoeker met een onmogelijke bewijslast op. De minister heeft gezegd haar inherente afwijkingsbevoegdheid (bevoegdheid om in een individueel geval toch een verblijfsvergunning te verlenen) niet te zullen gebruiken voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Wanneer zij daarbij blijft, is er geen hoop voor deze mensen. Zij vallen tussen wal en schip en worden afhankelijk van de welwillendheid van burgerlijke en kerkelijke gemeenten.
Los van deze mensen is er een groep afgewezen asielzoekers die weliswaar al jarenlang uitgeprocedeerd zijn, maar al die jaren door de overheid zijn onderhouden. Zij hebben inmiddels kinderen gekregen, wonen al vele jaren tussen Nederlanders en zijn goed ingeburgerd. Iedere maand krijgen ze hun geld, hen is nooit gemaand nu eens ernst te maken met de terugkeer naar hun eigen land. Het feit dat ze hier nog zijn is aan henzelf, maar voor een belangrijk deel ook aan de laksheid van de overheid te wijten. Wat mij betreft is het wel heel laat om hen nu nog het land uit te zetten, in veel gevallen te laat.

Ik heb mij verbaasd over de rigide opstelling van de coalitiepartijen in deze zaak. In het algemeen overleg dat afgelopen donderdag over dit onderwerp gevoerd werd, lieten VVD, CDA en D66 er geen twijfel over bestaan dat hun standpunt in deze kwestie vaststaat. Zij steunen de minister in haar argumentatie. Met name Wim van Fessem, woordvoerder van het CDA, hield een geharnaste speech. Hij riep zijn achterban zelfs op om creatief te zijn in hulp aan asielzoekers door bijvoorbeeld voor hen te collecteren. Zo krijgen ze dan bij terugkomst in hun eigen land wat extra geld mee. Met die opmerking liet hij zien dat hij niets weet van de zaken waar mensen in zijn eigen achterban mee bezig zijn. Geld lost immers de psychische problemen van mensen die jarenlang in onzekerheid leven, niet op. Geld doet de angst voor terugkeer niet verdwijnen. Met geld kun je de tijd niet terugkopen die een asielzoeker kwijtraakte door te wachten en te wachten en te wachten. Was geld maar het probleem, dan was er geen probleem. Wie heeft het smeergeld voor de ambassade betaald, dat nog niet eens hielp ook? Wie ondersteunde de afgewezen asielzoeker die niet terug kan? Wie laat een gestresste asielzoeker die er in het AZC niet meer tegen kan, bij zich in huis wonen? Die vele creatieve mensen die zich inzetten voor de nood van de vreemdelingen. Ook mensen uit de achterban van het CDA, ook uit de achterban van de ChristenUnie.

Een royaal pardon zal goed uitpakken voor ons land. Het neemt de maatschappelijke onrust weg die bestaat rond dit thema. Ik roep de minister en de coalitiepartijen op om zich nog eens ernstig te bedenken.
Het is nu de tijd voor een genereus pardon. Een pardon zoals de VNG en VluchtelingenWerk voorstaan. Als christenen kennen wij immers de wet, maar weten wij ook van genade. Royale genade.

Door: Tineke Huizinga-Heringa

Een ingekorte versie van dit artikel is verschenen in het Nederlands Dagblad

Labels
Godsdienst en mensenrechten
Opinie
Tineke Huizinga

« Terug

Reacties op 'Graag een genereus pardon'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2003 > september