Vragen over nieuw gemeenschappelijk beleid voor scheepsbouw door de Europese Commissie

donderdag 30 oktober 2003 14:18

Vragen van de leden Slob (ChristenUnie) en Van der Vlies (SGP) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over nieuw gemeenschappelijk beleid voor scheepsbouw door de Europese Commissie.(Ingezonden 30 oktober 2003)

Met antwoord.

Vragen van de leden Slob (ChristenUnie) en Van der Vlies (SGP) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over nieuw gemeenschappelijk beleid voor scheepsbouw door de Europese Commissie.(Ingezonden 30 oktober 2003)

Met antwoord.

  1. Komt de Europese Commissie op zeer korte termijn met voorstellen voor een nieuw gemeenschappelijk beleid voor scheepsbouwsteun? 1 Kunt u een nauwkeuriger indicatie geven wanneer u deze voorstellen verwacht en wanneer zij op de agenda van de Raad van het Concurrentievermogen staan?
  2. Deelt u de mening dat dit gemeenschappelijk beleid gevolgen moet hebben voor de toekomst van de Nederlandse scheepsbouwsteun, die nu slechts tijdelijk van aard is? Deelt u de mening, zoals vastgelegd in de motie Van der Vlies/Slob (29200 XIII, nr 17) dat de Nederlandse tijdelijke scheepsbouwregeling volgend jaar moet worden verlengd?
  3. Deelt u de stelling van de heer Van Dooremalen dat de steun verhoogd moet worden tot 15% voor zeer innovatieve schepen, en dat steun tevens nodig is voor onderzoek, financiering en het sociaal ordelijk sluiten van werven?
  4. Bent u op ambtelijk niveau betrokken bij de totstandkoming van de voorstellen die de Europese Commissie op zeer korte termijn zal doen om de scheepsbouw financieel te steunen? Zo ja, welke positie heeft de Nederlandse vertegenwoordiging ingenomen?
  5. Welke overwegingen bepalen uw houding tegenover een gemeenschappelijk beleid voor steun aan de scheepsbouw, onder andere bij onderzoek en financiering?
  6. Heeft u al voorbereidingen getroffen om op nationaal niveau invulling te geven aan een eventueel gemeenschappelijk beleid om de scheepsbouw te steunen?
1 Financieel Dagblad, 29 oktober jl.


Antwoord van staatssecretaris van Gennip (Economische Zaken) (ontvangen 11 december 2003)

  1. Ja, de Europese Commissie heeft op 21 november jl. op basis van het uitgebrachte rapport LeaderSHIP 2015 een besluit genomen over een mededeling inzake scheepsbouw. De voorstellen van de Commissie zijn in de Raad voor het Concurrentievermogen van 27 november jl. gepresenteerd.

    Het rapport “LeaderSHIP 2015” is tot stand gekomen onder aansturing van een "High Level Advisory Group" onder leiding van Commissaris Liikanen. De Europese scheepsbouwindustrie (CESA) heeft het rapport samen met de Commissie opgesteld. De High Level Advisory Group waarin vertegenwoordigers van bedrijven, industrie, vakbonden, de Europese Commissie en het Europees Parlement zitting hadden, heeft het werk gecoördineerd. De High Level Advisory Group werd ondersteund door acht werkgroepen.



    In het rapport worden acht actiepunten benoemd, waar de High Level Advisory Group aanbevelingen voor heeft gedaan:

    - Creëren van eerlijke concurrentievoorwaarden op mondiaal niveau;

    - Steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie;

    - Verbetering financiering en garantieschema's;

    - Bevorderen van veilige en milieuvriendelijke schepen;

    - Europese aanpak bouw marineschepen;

    - Bescherming Europese intellectuele eigendomsrechten;

    - Zorgen voor goed opgeleid personeel;

    - Bouwen aan een duurzame industriële structuur.


    LeaderSHIP 2015 is omarmd door de Commissie en ik ondersteun het initiatief van harte.

    Met name het creëren van eerlijke concurrentievoorwaarden is voor de scheepsbouwsector in Nederland zeer belangrijk. De Commissie geeft in haar voorstellen hoge prioriteit aan het ondersteunen van innovatie en een beter financieringssysteem. Ten aanzien van de mogelijkheden voor financiering heeft Nederland bij de Commissie gepleit voor een aanpak op Europees niveau, omdat daarmee de eenduidige uitvoering en dus het Europese level playing field het best is gewaarborgd.
  2. Zie voor de beantwoording van vraag 2 het antwoord onder vraag 6.
  3. Zie voor de beantwoording van vraag 3 het antwoord onder vraag 6.
  4. Ja. De huidige steunregels zijn gebaseerd op Raadsverordening 1540/98.



    Deze loopt eind dit jaar af. Als opvolger heeft de Commissie op 26 november jl. het framework voor een nieuwe EU-Kaderregeling voor scheepsbouwsteun goedgekeurd. Hiervoor is geen goedkeuring nodig van de Raad.



    Ter voorbereiding van de nieuwe EU-Kaderregeling heeft de Commissie op 18 juli jl. experts bijeengeroepen om de ideeën bij de lidstaten te toetsen. De Nederlandse overheid heeft hierbij als standpunt dat het streven om te komen tot gezonde concurrentieverhoudingen in de zeescheepsnieuwbouw- en reparatiesector van cruciaal belang is. Een essentiële voorwaarde daarbij is het terugdringen van het verlenen van subsidies aan deze sector. In de eerste plaats in Europa maar zeer zeker ook op mondiaal niveau. Het uitgangspunt van de Europese Commissie om zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de horizontale EU-kaderregelingen heeft de steun van de Nederlandse overheid. Nederland heeft gewezen op het belang van innovatie voor de concurrentiepositie van de Europese scheepsbouw. In de nieuwe EU-Kaderregeling zal het maximaal toegestane subsidiepercentage voor innovatieve projecten maximaal 20% bedragen.

    De Nederlandse overheid heeft hierbij de opmerking geplaatst dat het van groot belang is dat eventuele mogelijkheden die de nieuwe EU-Kaderregeling biedt om innovatie financieel te steunen niet zullen gaan leiden tot de herinvoering van een nieuw systeem waarbij er meer ruimte wordt geboden om subsidies aan de sector te verstrekken, m.n. produktiegericht.
  5. Zie voor de beantwoording van vraag 5 het antwoord onder vraag 6.
  6. Recentelijk heb ik met mijn brief aan u (brief TK 3 september 2003, 21 501 - 30, nr. 22) aangegeven dat het beleid van de Nederlandse overheid altijd gericht is geweest op afschaffing van scheepsbouwsteun, zowel Europees als mondiaal, met als doel te komen tot een level playing field. Dit beleid is de afgelopen jaren – met uw instemming – in Europa uitgedragen en verdedigd. Dit neemt niet weg dat Nederland de scheepsbouwindustrie steeds heeft gesteund binnen de toegestane kaders, om de concurrentiepositie van de sector niet negatief te beïnvloeden.



    De Tijdelijke Regeling Ordersteun Scheepsnieuwbouw (TROS) loopt tot en met 31 maart 2004. De TROS is gebaseerd op Verordening nr. 1177/2002 van de Raad van de Europese Unie.

    Deze EU-verordening staat lidstaten toe om aan werven 6% van de contractwaarde van de te bouwen schepen als productiesteun te geven. Van een verhoging van de steun tot 15% in de huidige TROS regeling kan daarom geen sprake zijn. Overigens moeten werven kunnen aantonen dat er sprake is geweest van concurrentie door Koreaanse werven om in aanmerking te komen voor steunverlening. De Verordening loopt tot uiterlijk 31 maart 2004.
    Nederland heeft zich altijd verzet tegen dit tijdelijk defensief mechanisme en is ook tegen de verlenging ervan zoals door sommige lidstaten wordt gevraagd. Tijdens de Raad voor het Concurrentievermogen heeft Commissaris Monti aangekondigd dat hij samen met de Commissarissen Lamy en Liikanen de Commissie zal voorstellen het tijdelijke defensieve mechanisme te verlengen voor de looptijd van de WTO-procedure tegen Zuid-Korea. Nederland heeft hierover zijn zware teleurstelling uitgesproken en gepleit voor een snelle afwikkeling van de WTO-procedure.

    Indien de Commissie besluit tot verlenging van het Tijdelijke Defensieve Mechanisme, dan zijn hiervoor binnen mijn begroting nu geen middelen gereserveerd.



    Zoals aangegeven vind ik het project LeaderSHIP 2015 een prima initiatief om de positie van de Europese scheepsbouw op langere termijn zeker te stellen.

    Over de concrete Nederlandse invulling van LeaderSHIP 2015 kan ik nog geen uitspraken doen. Het positieve oordeel van de Commissie over het rapport LeaderSHIP 2015 is voor mij al wel aanleiding om binnenkort met de sector en andere partijen als toeleveranciers en kennisinstellingen van gedachten te wisselen over de Nederlandse invulling van het initiatief. De voorbereidingen daarvoor zijn inmiddels getroffen.
Labels
Arie Slob
Vragen

« Terug

Reacties op 'Vragen over nieuw gemeenschappelijk beleid voor scheepsbouw door de Europese Commissie'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2003 > oktober