Bijdrage Joël Voordewind plenair debat wijziging drank- en horecawet

woensdag 07 april 2010 10:00

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Omwille van de tijd heb ik al een bladzijde van mijn tekst geschrapt.

 

Wij staan aan de vooravond van de invoering van een groot pakket aan maatregelen om het alcoholmisbruik tegen te gaan. Het is dan ook de ChristenUnie geweest die het initiatief heeft genomen om deze wet van de controversieellijst af te halen. Wij hadden het niet verantwoord gevonden om de invoering van een en ander uit te stellen. De gezondheidswinst voor onze jongeren moeten wij niet langer uitstellen. Wij moeten er nu wat aan doen, juist omdat het drankmisbruik onder jongeren nog steeds veel te hoog is. Van de jongeren van 12 tot 14 jaar is 13,2% nog steeds een zware drinker. Er is weliswaar een kleine verbetering bij de allerjongste gebruikers te zien, maar wat de groep van 15 jaar en ouder betreft behoort Nederland nog steeds tot de top van zware drinkers.

 

De schadelijke effecten zijn overbekend. Het gebruik van alcohol onder de 24 jaar geeft blijvende schade aan de hersenen, die tot die tijd in ontwikkeling zijn. Elk uitgesteld biertje levert dus gezondheidswinst op. De bewijzen zijn overvloedig. Ik noem het Trimbos-instituut, het onderzoek van de Universiteit Utrecht, de onderzoeken en aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie, van kinderartsen, van de commissie-Van de Donk, de Gezondheidsraad, het VNG en de grote steden. Een NIPO-onderzoek onder de bevolking laat zien dat 76% voor is. Zelfs onder jongeren tussen de 15 jaar en 19 jaar is een meerderheid voor het optrekken van de leeftijd van 16 jaar naar 18 jaar. Van de lidstaten in de EU hebben 17 van de 27 dat inmiddels gedaan. Alles wijst dus in de richting van het optrekken van de leeftijd naar 18 jaar.

 

Nu het kabinet een stevige wetswijziging heeft voorgesteld, waarin veel wensen van de Kamer zijn verwerkt, trekt de PvdA de stekker eruit. Die trekt de steun in voor een van de belangrijkste pijlers van het wetsvoorstel, het experiment om de leeftijd te verhogen naar 18 jaar. Dat is een voorstel van CDA en ChristenUnie. Juist veel kinderartsen en gemeenten geven aan dat deze maatregel heel effectief is om drankgebruik en drankmisbruik onder jongeren tegen te gaan. Daarom was mijn fractie erg blij dat het kabinet dit voorstel heeft overgenomen.

 

Voorzitter: Gerkens

 

De heer Zijlstra (VVD): Kan de ChristenUnie aangeven waar de effectiviteit precies uit blijkt? Ik heb al gezegd dat de groep van 14- en 15-jarigen de meeste comadrinkers bevat. Die vallen nu ook al onder de richtlijn.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): In het interruptiedebatje met collega Van der Ham heb ik dat al gewisseld. De Universiteit Utrecht heeft er onderzoek naar gedaan. Met het optrekken van de leeftijdsgrens van 16 naar 18 trek je automatisch ook de probleemcategorie van 14 en 15 op. Lees het onderzoek van de Universiteit Utrecht!

 

De voorzitter: Voordat ik de heer Zijlstra het woord geef: mijnheer Dibi, als u iets wilt zeggen dan doet u dat in de microfoon, maar u schreeuwt niet door de zaal heen.

**

 

De heer Zijlstra (VVD): Sorry, maar dit kan ik even niet volgen. Als je de leeftijdgrens naar achttien jaar optrekt, trek je ook de 14- en 15-jarigen op? Nee, die zijn onder de 16 en mogen nu ook al niet aan de alcohol komen. Verkoop aan hen is verboden, en toch zijn zij in staat om massaal -- dat is misschien wat overdreven -- of in ieder geval in groten getale op alcoholpoli's terecht te komen vanwege comadrinken. Het naar 18 jaar verhogen van de leeftijdsgrens verandert daar niets aan, want zij vallen dan nog steeds onder hetzelfde handhavingsregime. Daaraan moet eerst iets worden gedaan. Als dat niet genoeg blijkt te zijn, kan de heer Voordewind het pleidooi houden dat hij nu houdt. Ik heb nog steeds geen inhoudelijk argument gehoord waaruit blijkt dat alleen het optrekken van de leeftijdsgrens leidt tot een verbetering van de situatie.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): De onderzoeksresultaten zijn duidelijk. Ook STAP heeft dit onderzocht.

 

De heer Zijlstra (VVD): Die is lekker wetenschappelijk!

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Het onderzoek van de Universiteit Utrecht zit daaronder. Dit wil ik echt bij de heer Zijlstra aanbevelen. Het signaal van het optrekken van de leeftijd naar 18 heeft een duidelijke doorwerking, niet alleen voor de groep tussen 16 en 18 maar ook bij 14 en 15. We zijn daarmee niet meteen van de comazuipers af en niet iedereen zit meteen op de 18, maar het optrekken van die leeftijd zorgt wel voor een structurele verhoging van de leeftijd waarop men gaat drinken. Dat erkent de heer Zijlstra niet, dus ik raad hem aan om die onderzoeken te gaan lezen.

 

De heer Van der Ham (D66): Ik ken het onderzoek. Het klopt dat de gemiddelde leeftijd kan stijgen. Het gaat nu echter om de groep van kinderen die echt ontzettend veel drinken en comazuipen. Voor dat probleem is die verhoging geen oplossing. Het betreft een hardnekkige groep, die valt te plaatsen in bepaalde gebieden zoals West-Friesland. Daar bestaat een cultuur waarin die kinderen worden meegetrokken. Met een ophoging van de leeftijd kun je daar niet zo veel aan doen; daarvoor zijn andere maatregelen nodig. Ook dat komt uit die onderzoeken. Hopelijk heeft de heer Voordewind dit ook gelezen.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat is waar, er is meer dan alleen de verhoging nodig. Er is een aanpalende set aan maatregelen nodig. Naar comazuipen loopt een onderzoek, waaruit blijkt dat de bulk 14 of 15 jaar is. Van dokter Van der Lely weten wij dat er ook 12- en 13-jarigen bij zitten, maar dat is niet de bulk. Bij de categorie van 12- en 13-jarigen moet worden gedacht aan meer voorlichting aan de ouders en op scholen, het aanpakken van het doorverkopen en de strafbaarstelling onder 16 jaar in de publieke ruimte. Er is dus een hele set aan maatregelen nodig en in dat kader heeft het kabinet dit wetsvoorstel ingediend. De heer Van der Ham heeft dus gelijk dat er meer maatregelen nodig zijn. Juist op de groep van 14 en 15 heeft dit echter wel een positief effect.

 

De heer Van der Ham (D66): Ter correctie, dit is belangrijk: uit het onderzoek is gebleken dat het omhoogtrekken van de leeftijdsgrens leidt tot een hogere leeftijd bij het eerste gebruik. Daarbij kan het gaan om iemand die voor de eerste keer champagne of een biertje drinkt. Dit heeft niks te maken met de probleemgevallen waarover wij het vooral hebben. Als je één keer hebt gebruikt, kan dit inderdaad leiden tot vervolggebruik; ook dat komt uit de onderzoeken. Dan gaat het echter nog niet over de groep van comazuipers. Dat probleem heeft veel meer te maken met cultuur, en daarop moet je veel meer loslaten om het probleem aan te pakken. De stelling dat het experimenteerartikel om de grens naar achttien op te trekken de oplossing is voor de meest problematische groep, klopt dus echt niet.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Misschien mag ik dan toch het andere argument gebruiken om de heer Van der Ham te overtuigen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat alles wat je voor je 24e drinkt -- vooral als het gaat om structureel drankgebruik -- slecht is voor de hersenontwikkeling. De heer Van der Ham heeft dit zelf ook genoemd. Dit geldt met name voor jongeren die zelfs hun middelbare school nog moeten afmaken! Daarover zijn wij het als Kamer wel eens. Als wij dat met elkaar concluderen, waarom hebben wij als Kamer dan niet de politieke moed om die grens op zijn minst naar 18 te brengen? Amerika heeft een grens van 21 en 24 is niet haalbaar, dus laten wij het op zijn minst op 18 zetten. Waarom doen wij dat niet als Kamer?

 

De heer Zijlstra (VVD): Maar dan wil ik ook boter bij de vis, en moet de heer Voordewind een amendement indienen om de grens naar 24 te brengen, waarover we dan kunnen stemmen. Dan is zijn argumentatie consequent.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik kan de heer Zijlstra geruststellen: ik heb een amendement ingediend voor een verhoging naar 18 jaar. Ik weet ook wel dat 24 niet haalbaar is, maar 18 lijkt mij heel redelijk. Als de heer Zijlstra daar heel positief over is, nodig ik hem uit om het amendement mee te tekenen. Dat zal een amendement zijn medeondertekend door de heer Van der Vlies. Dan zijn wij al een eind op weg: drie partijen die richting 18 willen. Dan is de heer Dibi misschien ook tevreden. Ik hoor mevrouw Leijten ook zeggen: als je het doet, moet je het op één leeftijd stellen. Die ene leeftijd is volgens mij dan 18, want anders heb je alsnog twee leeftijden. Ik neem niet aan dat de PvdA-fractie de leeftijd voor sterke alcoholische dranken op 16 wil stellen. Laten wij doorpakken en die grens 18 zetten. Dat is een simpel verhaal. Het is mijn verhaal. Ik heb er een amendement over ingediend en de heer Van der Vlies ook. Eenduidigheid maakt het beter te handhaven.

 

De heer Dibi (GroenLinks): Het is helemaal niet eenduidig. Wij verwachten heel veel van 16-jarigen. Die moeten allerlei dingen kunnen. Dat maakt u ook niet allemaal ongedaan, mijnheer Voordewind. Volgens mij moet je als politicus op een gegeven moment de politieke moed hebben om te zeggen dat mensen op een bepaalde leeftijd zelf een aantal keuzes kunnen maken. Ik sluit mij aan bij de heer Zijlstra: als het aan u ligt, wordt de leeftijd opgetrokken naar 21 of 24 jaar als het dan echt nog schadelijk is voor het brein.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik krijg mails van ouders die schrijven dat zij, gezien de wetenschappelijke onderzoeken, hun kind pas met 18 jaar willen toestaan om te drinken. Wij hebben het bij roken gezien. Wij hebben nu de kennis, dus wij kunnen niet meer zeggen dat wij het niet weten. Deze ouders schrijven dat zij discussies krijgen met hun zoon omdat hij zegt dat de overheid de leeftijd op 16 heeft gesteld. Wij helpen heel veel ouders ermee om een eenduidige norm van 18 neer te zetten. Als u net zo begaan bent als ik met de gezondheidswinst die dit kan opleveren, zou ik zeggen: onderteken dat amendement mee.

 

De heer Dibi (GroenLinks): Ik ben net zo begaan als u. Nu wil ik even heel erg zorgvuldig zijn. Wij hebben net geconstateerd dat de grootste probleemgroep zich bevindt in de leeftijdscategorie 14 en 15 jaar en dus niet in de groep van 16 en 17 jaar. Voor die groep zal een structurele leeftijdsverhoging niets veranderen. Daarvoor is een aantal andere maatregelen nodig. Alleen die zullen effectief zijn om die groep te bereiken. De groep waar de problemen zit, bereikt u niet met uw voorstel, mijnheer Voordewind, hoe begaan u ook bent het met lot van die kinderen.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat is aanpalend beleid. Ik heb al gezegd dat op verschillende sectoren moet worden ingezet. Wij moeten inzetten op alcoholpoli's -- al ben je dan al te laat -- en op voorlichting. Wij moeten er bovendien voor zorgen dat de supermarkten hun controle sluitend maken en het bezit van openbare ruimte, waar nog steeds veel wordt gezopen ook door jongeren onder de 16, strafbaar maken. U kent de hele rits aan maatregelen die het kabinet nu voorstelt. Het moet inderdaad een geïntegreerd pakket zijn. De wetenschappelijke onderzoeken wijzen erop dat de leeftijd van de probleemgroep, die nu 14 en 15 is, omhoog zal gaan als de leeftijdsgrens wordt verhoogd. Als die leeftijd 16 en 17 wordt, ben ik al blij want dan gaat deze twee jaar omhoog. Zoals gezegd: hoe jonger het kind, hoe groter de schade aan de hersenontwikkeling.

De PvdA-fractie krijgt de felicitaties van de plattelandsjongeren voor het feit dat zij de steun voor het experimenteerartikel heeft ingetrokken. Ik vraag de PvdA-fractie of de ouders van die plattelandsjongeren daar ook zo blij mee zijn. Vorig jaar steunde de PvdA-fractie het experimenteerartikel nog. Ik heb ook in dit debat geen nieuw argument gehoord, behalve dat er nog geen uitgewerkt plan ligt van de minister om tot het experimenteerartikel te komen. De minister heeft dat toegezegd en het zou zelfs nog voor de tweede termijn aan de Kamer gestuurd worden.

De wethouder in Den Haag -- dat zeg ik ook tegen de heer Dibi -- is een groot voorstander van het optrekken van de grens van 16 jaar vanwege de handhaafbaarheid van het systeem. Hij liet het mij vandaag nog weten. Eén leeftijdsgrens voor zwak en sterk alcoholische dranken is ook volgens de horecaondernemers in het centrum van Den Haag beter voor de veiligheid in hun kroeg. Volgens hen wordt de sfeer meestal verziekt door beschonken 18-minners. Zij zeggen bovendien dat een 18-jarige beter te onderscheiden is van een minderjarige dan een 16-jarige. Politieagenten hebben mij verschillende keren op het hart gedrukt om die leeftijd op te trekken naar 18 omdat die leeftijdsgrens veel beter te handhaven is dan een grens van 16. Een eenduidige leeftijdsgrens maakt de handhaving makkelijker, omdat deze gelijk wordt gelegd aan de grens met volwassenheid. Ik vraag de PvdA-fractie dus uitdrukkelijk om haar besluit te heroverwegen.

 

De heer Zijlstra (VVD): Voorzitter.

 

De voorzitter: Mijnheer Zijlstra, u hebt al twee keer op dit punt geïnterrumpeerd. Het gaat nog steeds om de leeftijdsgrens en ik neem aan dat u daarover weer wilt interrumperen. Ik geef het woord aan mevrouw Bouwmeester.

**

 

Mevrouw Bouwmeester (PvdA): Excuses voor mijn afwezigheid. Ik kom net uit een heel klein kamertje. Toen hoorde ik de vraag half.

De vraag ging over de ouders van de plattelandsjongeren. Tegen hen zou ik zeggen: u bent in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor uw kinderen. Ik heb al aan de minister gevraagd hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de ouders hun kinderen in toom houden en hun kunnen bijbrengen wat de schadelijke gevolgen zijn en waarom zij het niet moeten doen. Wij kunnen wel zeggen dat de grens 18 jaar is, maar dan zullen de plattelandsjongeren of welke jongeren dan ook niet opeens allemaal stoppen met drinken. Was het maar zo gemakkelijk, want dan hadden wij dat natuurlijk allang gedaan. Het zit hem dus vooral in de bewustwording, de preventie, de handhaving en het strafbaar stellen.

 

De voorzitter: Dat hebt u al heel vaak gezegd.

**

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik heb zonet gezegd -- mevrouw Bouwmeester was toen eventjes weg -- dat ik verschillende mails krijg waarin ouders mij op het hart drukken: alstublieft, trek die leeftijd op naar 18. Nu moeten zij de discussie aangaan met hun kinderen, die zeggen: met 16 jaar mag ik los. Zij kennen echter de onderzoeken van wetenschappers die stellen: alsjeblieft, begin er niet aan, in ieder geval niet tot je 18de. Uit wetenschappelijk onderzoek weten wij immers dat de hersenontwikkeling pas voltooid is op 24-jarige leeftijd.

 

Mevrouw Bouwmeester (PvdA): Een korte opmerking, want ik werd uitgedaagd. Als die jongeren zich erop verheugen dat zij op hun 16de los mogen, is er nog steeds iets niet goed in hun hoofd. Het gaat er dus nog steeds om dat ouders hun kinderen bijbrengen: al mag het, dan nog moet je niet helemaal losgaan. Het argument gaat nog steeds op dat wij wel kunnen verbieden van hier tot heel oud, maar dat het om bewustwording en om gedragsverandering gaat. Dat is veel effectiever en heeft op korte termijn effect. Daar gaat het om. Anders wordt wat de heer Voordewind voorstelt een symboolmaatregel, en wij willen effect. Ik hoop dat hij mij daarin steunt.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): De ouders zijn allang veel verder dan mevrouw Bouwmeester. Zij vragen mij om de leeftijd op te trekken naar 18. Zij hebben de constatering dat zij hun kinderen niet willen laten drinken voor hun 18de allang gedaan. Ik hoop dat mevrouw Bouwmeester diezelfde mailtjes krijgt. De bewustwording is er allang. Zij hoeven niet te worden voorgelicht. Het gebeurt allang. En het probleem op straat pakken wij via deze wetgeving aan, zeg ik in de richting van de heer Zijlstra.

Op het argument van mevrouw Bouwmeester dat er eventueel toerisme zou ontstaan op het moment dat er een experimenteerartikel zou zijn, vraag ik de minister te reageren. Als wij dat experiment alsnog van de grond krijgen, laten wij dan gemeentes die eraan meedoen stimuleren om tot regionale afspraken te komen. Dat zou des te beter zijn. Ik weet dat verschillende gemeentes die dit willen, met name de grote steden, heel graag regionale afspraken willen maken met randgemeentes.

Ik kom op de kwestie van de verkrijgbaarheid en op "three strikes out". De ChristenUnie is voorstander van "three strikes out". Wij hebben de motie van mevrouw Bouwmeester daarover gesteund. De naleving van de leeftijdsgrenzen laat nog steeds te wensen over. Ik dank de minister voor de uitvoering van mijn motie over de inventarisatie van de werkwijze voor leeftijdscontrole bij supermarkten. Uit dit onderzoek blijkt dat het op dit moment nog steeds zo lek is als een zeef. Daarom is het heel goed dat het Ageview-systeem er is. Het gaat mij niet zozeer om het specifieke systeem of om de vraag welke producent het maakt. Het gaat mij erom dat wij een sluitend systeem krijgen bij de supermarkten. Dat is haalbaar voor 96%. Ik vraag de minister dan ook of hij bereid is om met het CBL te praten en om dit nieuwe systeem, dat veel sluitender is en beter werkt dan de huidige voorlichtingscampagne en de identiteitskwestie bij 20 jaar, actief met het CBL te gaan promoten. Ik weet dat de bedrijven er zelf over gaan, maar ik vraag de minister wel om een actieve houding.

 

De heer Van der Ham (D66): De maatregel van de 20 jaar en de identificatieplicht, die supermarkten zichzelf hebben opgelegd, is nog maar een paar maanden aan de gang. Als nu al de conclusie wordt getrokken dat dit niet werkt, vind ik dat niet echt coulant tegenover de mensen bij de supermarkten die daarmee aan het experimenteren zijn. Het is nog maar net in de lucht. Hoe kan de heer Voordewind die conclusie al trekken?

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dit is bijna een jaar geleden ingevoerd. De heer Van der Ham heeft misschien de inventarisatie gelezen. Daarin is te zien dat door de invoering van bijna een jaar geleden het percentage van, wat is het, 14% naar 24% gaat. Dan hebben wij dus nog steeds driekwart van de jongeren niet bereikt. Als de heer Van der Ham daarmee tevreden kan zijn, is dat aan hem, maar ik ben er niet tevreden mee.

 

De heer Van der Ham (D66): Dat is een heel grote stijging binnen het dossier, die we nog niet hebben gemaakt op het gebied van handhaving. Ik doe dit dossier al een paar jaar en dit is een behoorlijke vlucht naar boven. We kunnen nog eens een jaar kijken of het in dit tempo blijft stijgen. Dan kan het nog wat worden. Dat is veel simpeler dan het voorstel van de heer Voordewind betreffende Ageview.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Als het over simpelheid gaat, moet de heer Van der Ham eens op bezoek gaan bij de supermarkt in Alphen aan den Rijn -- ik zal de naam niet noemen, want we mogen geen reclame maken -- waar ik aan de band heb gestaan. De leeftijdscontrole was binnen twee seconden gepiept en leverde geen vertragingen op. Je kunt het kostendekkend organiseren. Daar ligt het dus niet aan; Ageview is heel gemakkelijk inpasbaar. Als de heer Van der Ham wil wachten op dit experiment van het CBL, dat misschien nog jarenlang kan doorsudderen en dat dan mogelijk een scoringspercentage kan krijgen van 50%, is dat aan hem. Mijn belang ligt erin, de netwerken zo veel mogelijk te sluiten. Ik zie een systeem en ik vraag de minister om dat veel actiever dan nu het geval is te promoten.

 

Mevrouw Joldersma (CDA): Ik snap niet waarom de heer Voordewind in het licht van de nieuwe wet ervoor kiest om het promoten van het systeem bij de minister neer te leggen. Is dat straks namelijk niet gewoon onderdeel van het toezicht? Als je kiest voor een waterdicht systeem kan het toezicht minder zijn. Dan heb je de zelfregulering prima op orde en kan het externe toezicht afnemen. Zo kun je een vorm van gefaseerd toezicht krijgen. Dat lijkt me de manier die past in de nieuwe wet.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): De "three strikes out"-benadering zal een swingeffect krijgen, zodat de supermarkten er waarschijnlijk sneller voor zullen kiezen. Ik hoop dan wel dat die benadering in de wet blijft en er niet uit wordt geamendeerd. Zolang dit kabinet er nog zit en wij dit allemaal een belangrijk dossier vinden, is er de mogelijkheid om met het CBL om tafel te gaan zitten en te vragen om welk systeem dan ook te bekijken dat effectiever is dan het huidige.

Dan kom ik toe aan de decentralisatie. De resultaten van de pilot zijn positief. De inzet van gemeentelijke toezichthouders is verbeterd. De kennis in het veld over de regelgeving is toegenomen en het begrip is verbeterd. Er wordt gerichter en beter toezicht gehouden. Met name het naleefgedrag onder drankverstrekkers neemt toe. De decentralisatie moet er niet toe leiden dat we de expertise van de VWA van de ene op de andere dag overboord gooien. Ik begrijp uit de wetgeving dat de minister dat niet wil. Welke rol blijft de VWA dan de komende jaren nog spelen? Er komt een expertisecentrum. Kan dat ook ongevraagd advies geven, bijvoorbeeld aan gemeenten die hun handhavingsbeleid niet op orde hebben?

Dan kom ik op de paracommerciële instellingen in een alcoholvrije omgeving. Bij de behandeling van de begroting voor Jeugd en Gezin heb ik een motie ingediend om te bevorderen dat scholen en sportverenigingen alcoholvrij zijn voor jongeren. Ik heb eerder al aandacht gevraagd voor de schoolfeesten. Hoe zit het met de uitvoering van deze motie? Gaan er al meer gemeenten met het project Alcoholvrije omgeving voor jongeren aan de slag? Ik heb begrepen dat er een subsidieaanvraag ligt bij het ministerie, maar dat deze niet toegekend zal worden, waardoor het project niet landelijk kan worden uitgerold, terwijl dit toch de wens is van een meerderheid van de Kamer, als neergelegd in een motie van mij.

Ook in sprotkantines komen jongeren nog te gemakkelijk aan alcohol. Uit cijfers van STAP blijkt dat de naleving van de leeftijdsgrenzen bij alcoholverkoop in sportkantines meestal onder de 38% ligt. In sommige gevallen ligt die zelfs onder de 10%. Hiervoor geldt ook dat gemeenten afspraken moeten maken met sportclubs om geen alcohol te schenken bij jeugdwedstrijden. Ik vraag mij in dit verband af of de Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA) voldoende waarborgen biedt voor goedgetrainde vrijwilligers. De IVA kun je net zolang invullen totdat je de vragen goed hebt beantwoord. Moet er niet meer aandacht komen voor de training van barvrijwilligers?

Ik dank de minister voor de uitvoering van mijn motie betreffende de hokken en keten. De inventarisatie is er gekomen. Ik maak mij wel zorgen over de medewerking van de gemeenten bij de handhaving en bij de regulering van de keten. Ik maak mij er echt zorgen over dat maar 23% van de gemeenten bereid was om de adressen door te geven. Maar goed, collega Joldersma en ik hebben op dit punt een amendement ingediend. Ik hoop dat dit de gemeenten aanzet, via een wettelijke regeling, hun ketenbeleid te organiseren.

Dan kom ik toe aan Vroeg op stap. Ik dank de minister voor het voorstel van de ChristenUnie om de leeftijdsgrenzen te koppelen aan de sluitingstijden. Ik heb eerder aandacht gevraagd voor het voorstel, een onderscheid te maken tussen avond- en nachthoreca. Zijn de gemeenten voldoende op de hoogte van deze optie? We waren onlangs op Urk. Daar bleek niet scherp op het netvlies te staan dat de nieuwe wet deze mogelijkheid biedt. Ik roep dus op tot actieve promotie ervan, zodat gemeenten ermee aan de slag kunnen.

 Ik steun het pleidooi van de heer Van der Lely, die vanmorgen liet weten dat de subsidies voor de uitrol van de alcoholpoli's voor kinderen stopgezet dreigen worden. Wil de minister de financiering van deze poli's garanderen?

 

Ik rond af. De ChristenUnie-fractie vindt dat we nu stappen moeten nemen. Daar is politieke moed voor nodig. Laten we het belang van de gezondheid van onze jongeren vooropstellen. Het mag duidelijk zijn dat de ChristenUnie-fractie de wetswijziging van harte steunt. Zij hoopt dat de wet ongeschonden door de Kamer komt.

 

De heer Van der Ham (D66): Ik heb een amendement ingediend om horecaondernemingen te verplichten om op een nader te bepalen wijze een vorm van voorlichting te geven over hersenschade en allerlei andere zaken. Ik hoor graag uw appreciatie daarvan.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik heb het amendement nog niet gezien, maar als het zo is als u omschrijft, sta ik er zeer sympathiek tegenover.

 

*N

 

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks pleit voornamelijk voor nuchterheid in het alcoholdebat. Het is een debat met veel emoties. Dat is terecht, maar wij willen daarin nuchter opereren.

Tijdens mijn nachtelijke werkbezoeken -- mevrouw Joldersma noemt het "nachtelijke werkbezoeken", ik noem het gewoon "uitgaan" -- zie ik dat alcohol meer kapot kan maken dan ons lief is, vooral bij jongeren. Hun hersens zijn volop in ontwikkeling en alcohol kan dat proces bruut verstoren. We weten ook allemaal dat Nederlandse jongeren veel drinken. Als er kampioenschappen drinken zouden worden gehouden, is onze jeugd zeker weten in de race om de gouden plak. Jongeren drinken op steeds jongere leeftijd, ze drinken steeds meer en het aantal jongeren dat drinkt, neemt toe.

GroenLinks is ook op een ander terrein nuchter, want niet iedere jongere drinkt zich iedere week in een coma. Wodkatampons zijn van een grote zeldzaamheid en vroeger werd er net zo goed veel gedronken.

Bovendien moeten we realistisch zijn over de reikwijdte van de overheid. Met verscherpte wetgeving zal het nog steeds voorkomen dat jongeren regelmatig dronken worden. Een goed voorbeeld hiervan is dat jongeren die zo veel drinken dat ze zichzelf vergiftigen, dat meestal doen bij vrienden thuis. Je kunt dus zo veel strenge regels invoeren als je wilt, maar dan is er toch nog een sluiproute voor jongeren.

 

De heer Zijlstra (VVD): Om misverstanden te voorkomen: dat van die gouden plak valt mee. Elke plek is er een te hoog, maar we staan slechts op plaats dertien in Europa.

 

De heer Dibi (GroenLinks): Dertien is toch te hoog.

Mijn fractie is met name geïnteresseerd in effectieve maatregelen. Wij zijn daarom enthousiast over de wetswijzigingen die gemeenten meer bevoegdheden geven in de naleving van de Drank- en Horecawet. Dat past binnen ons idee om gemeenten meer verantwoordelijkheid te geven voor regelgeving die de leefomgeving van mensen direct raakt. In tegenstelling tot de SP-fractie geloven wij niet dat je vanuit Den Haag met een verrekijker kunt controleren wat er in gemeenten gebeurt, om er vervolgens met een zweep overheen te gaan.

Daarbij komt ook dat door de beperkte capaciteit van de VWA nu gemiddeld maar twee tot drie keer per jaar wordt gecontroleerd. Om alcoholmisbruik onder jongeren tegen te gaan, zet GroenLinks vooral in op betere handhaving van de bestaande regelgeving. Men kan ons standpunt in het alcoholdebat samenvatten in drie woorden: handhaven, handhaven en nogmaals handhaven.

Uit de pilot Decentralisatie toezicht Drank- en Horecawet van NovioConsult blijkt dat dit leidt tot meer maatwerk in gemeenten doordat er gerichter en beter toezicht kan worden gehouden. Met het mogen uitvoeren van toezichtstaken wordt bovendien de cyclus van beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving gesloten.

Het is positief dat voor gemeenten mogelijk wordt om de vergunning van ondernemers die in de fout gaan bij alcoholverkoop tijdelijk te schorsen. Dat staat vaak meer in verhouding tot de overtreding dan het afnemen van de vergunning. Ik was en blijf voorstander van de motie van mevrouw Bouwmeester over het systeem van three strikes you're out, maar ik vind het amendement van mevrouw Joldersma eigenlijk beter. Het druist niet in tegen het EVRM en het verplicht de burgemeester niet om na drie keer te sluiten, maar het geeft hem de bevoegdheid daartoe. Hij kan ook besluiten om eerder dan na drie keer tot sluiting over te gaan.

Voorwaarde is dat gemeenten goed zijn toegerust om deze nieuwe taak op zich te nemen. Wij dragen heel vaak verantwoordelijkheden over op gemeenten, maar dat doen wij niet altijd met een gerust hart. Vaak zijn gemeenten niet in staat om taken goed uit te voeren. Wij willen van beide demissionaire ministers horen hoe zij de gemeenten daarin willen ondersteunen.

Eigenlijk vind ik dat deze wet controversieel verklaard had moeten worden. Een substantiële minderheid wilde dat en nu worden toch allerlei maatregelen in een soort potpourri doorgevoerd. Ik vind dat eigenlijk niet kunnen.

Is de overdracht aan of de samenwerking met de Voedsel en Waren Autoriteit goed geregeld? Zo veel gemeenten, zo veel problemen. Het is goed dat gemeenten beter kunnen inspelen op lokale problematiek, maar wel vrees ik voor grote verschillen tussen gemeenten op andere gronden, bijvoorbeeld ideologische gronden. Hoe denkt de minister daarmee om te gaan? Ik heb al eerder in een debatje met de heer Van der Vlies gememoreerd dat in gemeenten in de zogenaamde bible belt een grote concentratie is van hokken en keten. Ik zeg dit niet om vervelend te doen, maar als je de gemeentelijke verordeningen erop naslaat, zijn dat vaak gemeenten waarin men voor 23.30 binnen moet zijn en waar om 02.00 uur alles gesloten moet zijn. Dat leidt ertoe dat veel jongeren gedwongen zijn om ergens anders, op pleintjes, in parken, in hokken en keten en bij vrienden thuis, te gaan zuipen zonder toezicht van een volwassene. Dat vindt mijn fractie een probleem.

Labels
Bijdragen
Joël Voordewind

« Terug

Archief > 2010 > april