Column Friesch Dagblad

zaterdag 16 november 2002 12:20

Dinsdag is de dag van de fractievergaderingen. Bijna iedere fractie vergadert ’s morgens over de debatten en algemene overleggen die voor de komende week geagendeerd staan. Er wordt gesproken over standpunten die ingenomen zullen worden, wie naar welk algemeen overleg zal gaan en ga zo maar door. Na de lunchpauze begint dan het ‘vragenuurtje’ in de grote zaal. De mogelijkheid voor kamerleden om bewindspersonen over allerhande zaken aan de tand te voelen, live op televisie. Vanzelfsprekend komen in het vragenuurtje uitsluitend zaken aan de orde die de Kamerleden erg hoog zitten. Maar het feit dat heel Nederland je in gesprek met misschien wel de minister-president kan zien, is ook op zichzelf genomen een aanlokkelijke gedachte. Vandaar dat het ‘uurtje’ elke week weer meer dan gevuld is. De dag wordt afgesloten met stemmingen over amendementen en moties die de week ervoor zijn ingediend. In de fracties is daarover overleg geweest en meestal heeft de fractiediscipline zijn werk wel gedaan: alle leden van een bepaalde partij stemmen hetzelfde.
In de afgelopen week werd een motie ingediend door de PvdA. Een motie van afkeuring tegen de vorige minister van justitie Korthals. Er is gebleken dat hij de Kamer vorig jaar niet goed heeft ingelicht over de aanpak van bolletjeslikkers. Dat is een politieke doodzonde. Hoe kan de Kamer de regering controleren, één van haar taken, wanneer ze niet voldoende of zelfs verkeerde informatie van de ministers krijgt? Een motie van wantrouwen is in zo’n geval een zwaar, maar wel terecht middel om de minister duidelijk te maken dat hij op moet stappen.
In dit geval was er wel een probleem: Korthals is al sinds deze zomer geen minister van justitie meer. En in vak K, het vak waar leden van de regering zitten, zat dan ook niet Benk Korthals (VVD), maar de huidige minister van justitie, Donner (CDA). Die heeft aan de hele zaak in feite part noch deel, maar is als huidig minister wel verantwoordelijk. Korthals is inmiddels demissionair minister van Defensie. De motie van wantrouwen kwam dus te laat om nog doel te treffen bij degene voor wie hij bedoeld was.
Vlak voor de stemming kwam de woordvoerder van de PvdA naar voren om aan te kondigen dat de motie van wantrouwen veranderd was in een motie van treurnis. Dat betekent nogal wat. Een motie van wantrouwen is een zware uitspraak van de Kamer aan het adres van een minister. Vaak een reden voor een minister om op te stappen. Een motie van treurnis heeft geen kracht. De kamer spreekt uit dat zij iets jammer vindt en de minister haalt er doorgaans zijn schouders over op. Geen enkele bewindspersoon ligt er wakker van dat hij een motie van treurnis aan de broek krijgt, zoals dat in vakjargon heet.
De PvdA gaf als reden van de verandering de positie van het CDA. Deze partij zat, begrijpelijkerwijs, in een lastig parket met de motie van wantrouwen. De motie was gericht tegen de VVD-minister, maar kwam terecht bij de eigen CDA-bewindspersoon. De naams verandering mocht niet baten, ook de motie van treurnis werd niet aangenomen. De meeste partijen stemden tegen omdat zo’n motie die een gevoelen uitdrukt weinig zoden aan de dijk zet. Ook voor de ChristenUnie was dat de reden om tegen te zijn.
Met mijn buurman in de Kamer nam ik op dat moment eens door welke moties je nog meer in zou kunnen dienen om een bepaald gevoel van de Kamer uit te drukken. De mogelijkheden zijn groot. Wij voelden wij wel voor een motie van consternatie of voor een motie van uitbundige vrolijkheid. In gevallen waarin dat gepast is natuurlijk. Maar ik hoop wel dat de Kamer zo verstandig blijft om zo’n motie vervolgens niet aan te nemen. Politiek is tenslotte een serieuze zaak, nietwaar?

Deze column is verschenen in het Friesch Dagblad
Labels
Opinie
Tineke Huizinga

« Terug

Reacties op 'Column Friesch Dagblad'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2002 > november