Bijdrage Esmé Wiegman aan Algemeen Overleg dierziekten en antibioticagebruik in de veehouderij.

donderdag 26 mei 2011 00:00

Bijdrage ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een algemeen overleg, gevoerd met staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onderwerp:   Dierziekten en antibioticagebruik in de veehouderij

Kamerstuk:   29 683

Datum:            26 mei 2011

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Ik wil graag beginnen met MKZ. De beelden van de indrukwekkende documentaire Mannenbroeders van Kootjebroek staan nog op mijn netvlies. Ik ben blij met de open houding van de staatssecretaris voor een onafhankelijk onderzoek. Waarom besluit hij hiertoe niet nu? Alleen een onafhankelijk onderzoek doet recht aan de betrokkenen bij de MKZ-crisis in 2001. We stellen ons een soort tweetrapsonderzoek voor, waarbij allereerst alle relevante documenten openbaar gemaakt worden en de interpretatie van deze documenten op basis waarvan destijds het besluit tot ruiming genomen is, onderzocht worden. De staatssecretaris schrijft in zijn brief dat volgens het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) niet mag worden getwijfeld aan de testuitslag van MKZ-besmetting en dat de maatregelen destijds terecht zijn genomen. Ik zie dat niet terug in de CBB-uitspraak. Het CBB heeft geoordeeld dat niet is vastgesteld dat de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) tijdens het nemen van maatregelen beschikte over aanwijzingen die tot twijfel zouden moeten leiden. Dat is wat anders. De bestreden besluiten zijn vernietigd. Hebben de bezwaarden wel een eerlijke kans gehad om kennis te nemen van de gegevens en vervolgens om te kunnen reageren?

Ik wil vandaag nog eens wijzen op het Handvest van de grondrechten. In artikel 41.2 wordt ten eerste gesproken over "het recht van eenieder te worden gehoord voordat jegens hem een voor hem nadelige individuele maatregel wordt genomen". Ten tweede wordt er gesproken over "het recht van eenieder om toegang te krijgen tot het dossier hem betreffende, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim". Ten derde wordt er gesproken over "de plicht van de betrokken instantie om hun beslissingen met redenen te omkleden".

Dit recht lijkt in het geding te zijn gekomen bij de MKZ-crisis van tien jaar geleden. Dit risico lijkt echter voordurend op te duiken, ook bijvoorbeeld bij de Q-koorts. Een afweging tussen algemeen en individueel belang blijft moeilijk. Het moet in ieder geval altijd toetsbaar, verifieerbaar en transparant zijn waarop ruimingsbesluiten uiteindelijk zijn gebaseerd. Tijdens het reces in mei ben ik bij een geitenhouder op bezoek geweest. Duidelijk werd dat de overheid nog heel wat moet doen aan het herstel van vertrouwen. Deze geitenhouder heeft bijvoorbeeld een toezegging van €125.000 gekregen, terwijl vervolgens het bedrag niet werd uitgekeerd. Dat soort dingen kan niet. Bovendien heeft deze geitenhouder nog een aantal geiten waarmee niet gefokt mocht worden terwijl de schadevergoeding voor de slacht te laag is. De schaderegelingen spelen constant op. Tijdelijke regelingen geven geen rechtszekerheid. Het is voor de getroffen geitenhouders nog steeds erg lastig om de opbouw van hun bedrijf gefinancierd te krijgen.

We spreken terecht over antibiotica. Het kabinet geeft blijk van inzicht. Dat is goed om te merken want met de toenemende resistentie voor verschillende antibiotica hebben we met een serieus probleem voor de volksgezondheid te maken. De voornemens voor transparantie en centrale registratie zijn goede voornemens maar vooral gericht op het einde van de keten in plaats van het begin. De uitdaging ligt nu vooral bij de manier waarop de ondernemers de gewenste reductie bereiken. Hebben de ondernemers voldoende in handen om deze uitdaging aan te pakken? Hebben ze voldoende inzicht in de mate van het eigen gebruik ten opzichte van alle andere ondernemers? Hebben ze voldoende kennis van alternatieven in preventie, diermanagement, stalinrichting, gebruik van voer etc.? Bovendien is er nogal een verschil in urgentiegevoel per sector. In het bijzonder bij de vleeskuikens, de vleesvarkens en de vleeskalveren ligt er een grote uitdaging om het antibioticagebruik terug te dringen. Op welke manier wordt een transitie met name in deze sectoren gestimuleerd? De overheid moet de gestelde doelstellingen zo snel mogelijk verduidelijken. Gaat het om 50% minder kilo's of om 50% minder blootstelling? Geldt die 50% voor alle diersectoren? Bovendien is er controle en handhaving nodig. Het gaat niet alleen om kwantiteit, die reductie van 50% en waar mogelijk liever nog meer. Ook de kwaliteit van het antibioticagebruik is belangrijk. Het gaat dan om optimale middelenkeuze, juiste dosering en het afmaken van kuren. Ook zijn er sancties nodig als stok achter de deur.

Het is belangrijk dat de SDa op korte termijn duidelijke normen vaststelt voor het maximale antibioticagebruik per diersoort en dat dierenartsen en veehouders vervolgens precies weten wat de consequenties zijn als die normen gedurende langere tijd niet gehaald worden. In Denemarken heeft men sinds kort een soort gelekaartsysteem waarbij varkenshouder en dierenarts het goed merken als men in een periode van negen maanden meer dan de norm gebruikt. De aanpak in Nederland is vooral gericht op bewustwording, meten en benchmarken. Dat is een prima start maar we moeten ervoor zorgen dat het blijft gaan om het behalen van de doelstellingen. Van vrijblijvendheid mag geen sprake zijn. Het gelekaartsysteem is nog maar net ingevoerd in de Deense varkenshouderij maar de eerste indrukken zijn nu al erg bemoedigend.

Gelet op de grote verschillen in antibioticagebruik tussen bedrijven lijkt het zeker mogelijk om het gebruik fors te reduceren. De ondernemer lijkt een cruciale rol te spelen en hij of zij kan met de nodige kennis en toewijding veel bereiken. Reeds beschikbare kennis en praktijkkennis moeten breed en makkelijk toegankelijk gemaakt worden. De overheid kan dit in samenwerking met bijvoorbeeld een faculteit Diergeneeskunde, een gezondheidsdienst voor dieren of de Wageningen Universiteit stimuleren.

Ook humaan antibioticagebruik is belangrijk. We moeten niet de illusie hebben dat alleen door een vermindering van het veterinair antibioticagebruik de hele resistentieproblematiek afdoende wordt aangepakt. Het humane antibioticagebruik, met name in andere landen, speelt een minstens zo belangrijke rol en verdient dus ook heel veel aandacht.

Niet alleen de veehouder moet zijn aanpak wijzigen; de dierenarts moet dit ook. De KNMvD heeft vijf goede suggesties gedaan met als kern dat het geld verdiend wordt met het consult en niet met het schrijven en verstrekken van recepten. Bij de minister van VWS moet een dergelijke discussie heel herkenbaar in de oren klinken. Het lijkt ons een goede suggestie dat de dierenarts de rol van een bedrijfscoach in kan nemen in het kader van preventie. Coaching lijkt nu al veel op te leveren. Graag hoor ik een reactie van de staatssecretaris. De staatssecretaris spreekt over de koppeling van het gebruik van antibiotica en het tussensegment: een prima insteek. Dan is het wel van het grootste belang dat we ook een koppeling leggen tussen inspanningen van ondernemers voor een goed product en het betaald krijgen voor dit goede product. Boeren moeten nu al voor een van de grote zuivelverwerkers voldoen aan een aantal voorwaarden waaronder een gering antibioticagebruik maar ze krijgen daarvoor geen extra betaling. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij een eerlijke prijs voor geleverde diensten in de gesprekken zal inbrengen? Vanmorgen hebben we hierover al gesproken en dit punt kan goed meegenomen worden.

Voor meer informatie zie ook: www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > mei