Bijdrage Carla Dik-Faber aan het WGO Regels voor de aanpak van de stikstofproblematiek in relatie tot natuur (Spoedwet aanpak stikstof)

04-12-2019 00:00 04-12-2019 00:00

Bijdrage Carla Dik-Faber aan een wetgevingsoverleg met minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, minister van Nieuwenhuizen Wijbenga van Infrastructuur en Waterstaat en minister van Veldhoven-van der Meer voor Milieu en Wonen

Kamerstuknr. 35347

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Vóór ons ligt de Spoedwet aanpak stikstof, een belangrijke stap om ons uit de stikstofimpasse te krijgen. Het doel van de wet is simpel. Het helpen van de natuur door de neerslag van stikstof te laten dalen en het bieden van perspectief aan ondernemers. Uiteindelijk gaat het erom dat er in ons land een nieuwe balans komt tussen economie en ecologie.

Bij de aanpak van de stikstofproblemen wordt er heel snel naar de landbouw gekeken. De afgelopen periode heb ik meerdere keren met ondernemers — bouwers, boeren — om de tafel gezeten om te horen hoe zij door deze hele crisis worden geraakt. De rode draad van deze gesprekken is — dat hoor ik vooral van boeren — dat zij zeker een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de problemen. Maar, zeggen zij: zorg voor een goed verdienmodel, voor bestendig beleid en voor meer rechtvaardigheid. Er is onzekerheid bij de boeren omdat de overheid niet meer betrouwbaar lijkt door haar steeds wisselende beleid. De boeren die ik heb gesproken, snakken naar een eenduidige visie en naar beleid dat niet de komende maanden of jaren, maar de komende decennia meegaat, zodat zij de juiste keuzes kunnen maken en ook goede investeringen kunnen doen, die houdbaar zijn. Als het gaat om rechtvaardigheid: nu hebben de boeren de indruk dat alleen zij opdraaien voor een probleem dat de hele maatschappij aangaat. Wat de ChristenUnie betreft draagt elke sector zijn steentje bij, ook de industrie en de luchtvaart. Wat dat betreft zien wij ook uit naar het vervolgadvies van de commissie-Remkes.

Voorzitter. Ik kan mijn waardering uitspreken over het meedenken door het Landbouw Collectief en de open blik van de minister voor deze plannen. Deze plannen zijn immers opgesteld door een brede vertegenwoordiging van de sector. Met de biologische of meer extensieve landbouw aan tafel was zelfs de hele sector vertegenwoordigd geweest.

Het voerspoor heeft ook een plek in de spoedwet gekregen. Dat was een van de ideeën van het Landbouw Collectief. Kan de minister bevestigen dat het hier gaat om een doelvoorschrift? Ook ik heb namelijk in de wet gelezen dat het toch heel vaak gaat over regels voor middelen. Volgens mij kan dat niet de bedoeling zijn. Hoe gaat het met eventuele nadeelcompensatie? Ik begreep ook uit de input van het Landbouw Collectief dat het voerspoor niet voor alle sectoren even effectief is. Hoe gaat de minister daarmee om?

Wanneer het gaat om duidelijkheid, is het een opluchting dat de minister en de provincies op hoofdlijnen overeenstemming hebben bereikt. Hoe moet ik dit interpreteren? Hoe gaat het proces nu verder? Voor de ChristenUnie is het belangrijk dat er een gebiedsgerichte aanpak komt, waarbij de natuur wordt hersteld, vragers en aanbieders van stikstof gematcht worden en het platteland leefbaar blijft. Dat kan niet zonder regie van de overheid. Deelt de minister deze uitgangspunten? Hoe ziet zij die balans?

Naast het voerspoor, dat ik al noemde, wordt de maximumsnelheid op snelwegen aangepast en wordt de subsidieregeling voor de warme sanering van varkenshouderijen verhoogd. De stikstofruimte die dit oplevert, komt voor 30% ten goede aan de natuur en voor 70% aan woningbouw en een zevental infraprojecten. Er wordt daarvoor een stikstofregistratiesysteem opgezet. De ChristenUnie vindt dit goede stappen. Wanneer krijgen we meer duidelijkheid over deze stikstofbank? Hoe voorkomen we dat straks gaat gelden dat wie het eerst komt, het eerst maalt? Ook hier is dus de vraag: hoe houden we regie op dit hele proces?

Het introduceren van een drempelwaarde binnen de kaders van de Habitatrichtlijn zal niet eenvoudig zijn, zo waarschuwt de Raad van State. Er moet een geloofwaardig en effectief pakket aan maatregelen worden genomen om de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden te bereiken. Deze maatregelen moeten worden uitgevoerd én volgehouden. Dat is niet een kwestie van een jaartje. De adviezen van de commissie-Remkes zullen hierbij moeten worden betrokken. Wanneer kan de minister meer duidelijkheid bieden over een drempelwaarde? De roep hierom is groot — dat begrijp ik ook — maar het is ook heel complex. De introductie van een drempelwaarde kan alleen met een passende beoordeling en een ecologische onderbouwing, waaruit blijkt dat de gunstige staat van instandhouding bereikt kan worden, met een pakket maatregelen dat de extra depositie als gevolg van vergunde activiteiten weer tenietdoet. Ziet de minister dat ook zo?

Mijn fractie kan zich voorstellen dat vanwege de eenduidigheid een landelijke regeling gewenst is, maar de Raad van State hint op een gebiedsspecifieke drempelwaarde. Wat vindt het kabinet daarvan? Biedt het wetsvoorstel voor die gebiedsspecifieke drempelwaarde ook de ruimte? Ik maak mij daar ook wel zorgen over. Ik hoorde net de heer De Groot al zeggen dat Friesland nu toch een eigen koers lijkt te varen. Ik vind het niet in het belang van boeren, bouwers en andere ondernemers dat er een verschillend provinciaal beleid wordt gehanteerd. Eenduidigheid is gewenst. Tegelijkertijd hebben we toch te maken met verschillende karakteristieken. Dat is een dilemma.

Voorzitter. Het wetsvoorstel gaat uit van een stikstofregistratiesysteem en een drempelwaarde die naast elkaar kunnen bestaan. De Raad van State is daar kritisch over. Eenmaal gerealiseerde depositieruimte wordt via twee verschillende instrumenten weer ingezet. Het bereiken van de instandhoudingsdoelen wordt daardoor bemoeilijkt. Graag een reactie hierop. Hoe wordt voorzien in monitoring en wetenschappelijke onderbouwing van de effecten van de maatregelen, om er daadwerkelijk voor te zorgen dat er stappen worden gezet in het verminderen van de depositie en het bereiken van de natuurdoelen?

Ik heb nog twee punten over de landbouw. Allereerst zijn er duizenden bedrijven die een PAS-melding hebben gedaan en die nu buiten hun schuld geen adequate natuurvergunning hebben. Wanneer is daarvoor een oplossing? Hoe gaan we dat doen?

Het andere punt is de latente ruimte in de stal. Ik hoorde de fracties van VVD en CDA daarover spreken en ook de PvdA kwam met het idee dat boeren hun stal of een deel van hun stal tijdelijk leeg kunnen laten staan om ruimte te geven aan duurzame energieprojecten. Ook ik heb bij mijn werkbezoek in het land gehoord dat boeren hier graag toe bereid zijn. Ik vind het een sympathieke gedachte. Je kunt boeren belonen voor de stikstofruimte die zij bieden, maar wat is daarvan de consequentie voor de ecologie en de goede staat van instandhouding? We hebben immers én een stikstofregistratiesysteem én een drempelwaarde. Misschien veroorzaken we met deze derde route toch weer te veel stikstofdepositie. Ik vind de gedachte heel sympathiek, maar ik wil het in samenhang kunnen bekijken.

Voorzitter. De industrie.

De voorzitter:
Afrondend graag.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dan stel ik mijn laatste vraag. Het begint er steeds meer op te lijken dat omgevingsdiensten geen prioriteit hebben gemaakt van vergunningen voor de industrie en ook niet van het wijzen op een natuurvergunning, het handhaven of het ontbreken ervan. Hoe gaat de minister hiermee om? Ook dit is een kwestie van rechtvaardigheid.

Meer informatie

Labels
Bijdragen
Carla Dik
Carola Schouten
Klimaat
Landbouw
Natuur en Milieu

« Terug

Archief > 2019 > december