Algemeen Overleg Enquête Bouwfraude

dinsdag 16 maart 2004 15:16

Arie Slob vraagt zich af of de brief van 10 maart van de minister van Economische Zaken het uiteindelijke kabinetsstandpunt verwoordt. In de brief van 20 februari wordt de indruk gewekt dat bedrijven die vrijwillig gegevens aan de NMa verstrekken, erop kunnen rekenen dat die gegevens niet worden doorgegeven aan het OM. In de brief van 10 maart wordt gewezen op de geheimhoudingsplicht volgens artikel 90 Mededingingswet, maar deze blijkt toch minder absoluut dan de heer Slob dacht. Onduidelijk blijft of een valsheid in geschrifte die uit een schaduwboekhouding blijkt, ook moet worden doorgegeven aan het OM.
Valsheid in geschrifte is een strafbaar feit, maar valt dit nu wel of niet onder de artikelen 160 en 162 Wetboek van Strafvordering? Als de bij de NMa ingeleverde schaduwboekhouding niet zelfstandig door het OM mag worden onderzocht, verdwijnen veel strafbare feiten in de doofpot.
Zijn de problemen die kunnen ontstaan door het nemo-tenetur-beginsel opgelost door de verwijzing naar de aangifteplicht door NMa-beambten en het feit dat door de NMa verkregen informatie in beginsel niet zal worden gedeeld met het OM? Toch kan bewijsmateriaal dat vrijwillig aan de NMa is verstrekt, worden gebruikt voor strafrechtelijke vervolging. Waarom is dat niet in strijd met het nemo-tenetur-beginsel?
De richtsnoer clementietoezegging geldt niet slechts voor bedrijven die zich voor 1 mei 2004 bij de NMa melden; de regeling is permanent en geldt al enkele jaren. Het enige voordeel voor bedrijven die zich voor 1 mei 2004 melden, is dat zij «in beginsel» niet worden uitgesloten van opdrachten van de rijksoverheid. Wat hebben deze bedrijven daaraan?
Worden bedrijven die niets inleveren dan wel «in beginsel» uitgesloten?
 
 
Labels
Bijdragen

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Enquête Bouwfraude'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2004 > maart