Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over de Europese top van 15-16 oktober 2015

woensdag 14 oktober 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een plenair debat met minister Rutte van Algemene Zaken, staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie en minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Onderwerp:   Europese top van 15-16 oktober 2015

Kamerstuk:    21 501 – 20  

Datum:           14 oktober 2015

De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. De afgelopen weken is vaak de vraag gesteld wat nu het eerlijke verhaal over de vluchtelingenproblematiek is. Volgens de ChristenUnie bestaat dat verhaal in ieder geval uit twee onderdelen. Ten eerste zijn er geen eenvoudige oplossingen voor dit megavraagstuk; wantrouw iedereen die pretendeert deze te hebben. Ten tweede zullen we er allemaal iets van merken en zal het ons meerjarig iets kosten. Het vraagstuk leek het kabinet de afgelopen weken over de schoenen te lopen. Hoe kan het dat steeds meer de indruk ontstond dat de minister-president en de zijnen overvallen werden door het groeiende aantal vluchtelingen dat naar ons land kwam? Wat ons betreft, werd vorige week het absolute dieptepunt bereikt in het Drentse plaatsje Oranje, waar gemaakte afspraken met bestuurders en bewoners geschonden werden, met alle gevolgen van dien. Wanneer vertelt de minister-president het eerlijke verhaal aan de bewoners van Nederland? Dat is het verhaal dat ons land waar mogelijk een bijdrage zal leveren aan het oplossen van de problemen in Syrië en de opvang van vluchtelingen in de regio. Dat is het verhaal dat echte vluchtelingen altijd welkom zijn in ons land en dat we het als een erezaak beschouwen om voor goede opvang te zorgen, waarbij we rekening houden met het draagvlak onder en de draagkracht van onze bevolking en waarbij we ons houden aan gemaakte afspraken. Dat is het verhaal waarin ook een woord als "barmhartigheid" mag voorkomen. Dat is het verhaal dat wij ons ervoor inzetten om ook voor de langere termijn de zorg voor vluchtelingen te kunnen waarmaken.

Dit weekend is er weer een Europese top. Hoe staat het met de gemaakte afspraken in Europa? Er wordt gesproken over de versterking van de zogenaamde hotspots aan de buitengrenzen. Mijn collega Joël Voordewind heeft vorige week bij de grens van Macedonië zelf kunnen constateren dat zo'n 6.000 mensen per dag, onder wie zowel arbeidsmigranten als vluchtelingen, ongestoord en zonder registratie de grenzen van Europa kunnen passeren. Dit ondergraaft het broodnodige draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in de samenleving en het versterkt onnodig de mythe dat Nederland geen echte vluchtelingen opvangt. Erkent de minister-president het feit dat er momenteel vrijwel geen enkele vorm van controle, opvang en registratie aan de buitengrenzen plaatsvindt? Is hij bereid om draagvlak te zoeken voor de Europese selectiecentra aan de buitengrenzen, zodat ook de arbeidsmigranten versneld teruggestuurd kunnen worden? Binnen welke termijn is dat realiseerbaar?

Hoeveel waarde hecht het kabinet aan bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen? Hoe gaat het kabinet om met de gisteren aangenomen motie — de ChristenUnie was daarvan mede-indiener; GroenLinks was de eerste ondertekenaar — waarin ruimte wordt gevraagd voor het aanbieden van kleinschalige opvang? Op die manier spreiden we de opvang en voorkomen we situaties als die in Oranje vorige week. Ik ben zelf afgelopen vrijdag ter plaatse geweest en heb geconstateerd dat geschonden vertrouwen alleen hersteld kan worden als snel wordt teruggegaan naar de oorspronkelijk gemaakte afspraken. Daar is toch geen overleg met de burgemeester van Midden-Drenthe meer voor nodig? Er moet nu gehandeld worden. Is de minister-president bereid om toe te zeggen dat het COA nooit los van gemeentebesturen afspraken zal maken met vastgoedbezitters à la Van der Most? Dat heeft namelijk in meer plaatsen problemen opgeleverd. Betrek, zo vraag ik het kabinet, vanaf het allereerste begin gemeentebesturen bij mogelijke opvanglocaties.

Het eerlijke verhaal geldt net zo goed voor de opvang in de regio, een van de pijlers van dit kabinet. Hoe staat het met de uitvoering van de motie die ik zelf heb ingediend bij de Algemene Politieke Beschouwingen, waarin het kabinet wordt gevraagd om te zorgen voor niet alleen meer geld voor de opvang in Nederland, omdat de budgetten achterlopen bij datgene wat nodig is, zeker ook voor volgend jaar, maar ook meer geld voor de opvang in de regio. Hoe is het daarmee?

Ook hoor ik graag wat nu de inzet van Nederland in Brussel is. Ik zie een mooie opsomming over wat Nederland in de afgelopen jaren heeft gedaan, maar ik lees weinig over wat de regering in Brussel tijdens de top hoopt te bereiken. Ik krijg daarover graag wat meer duidelijkheid.

Tot slot. Ik gaf aan dat we het eerlijke verhaal moeten vertellen. Het eerlijke verhaal is ook, ook als we terugkijken naar het verleden, dat Nederland altijd geworsteld heeft met de wijze waarop wij vluchtelingen zouden willen opvangen. In de Eerste Wereldoorlog kwamen er ongeveer een miljoen Belgen naar Nederland toe. We gingen de vluchtelingen zelfs onderverdelen in drie categorieën: gevaarlijke en ongewenste elementen, minder gewenste elementen en fatsoenlijke behoeftigen. En we wilden ze eigenlijk toch zo snel mogelijk weer het land uit hebben. In 1935 mochten alleen de bemiddelde joodse vluchtelingen binnenkomen, Alle anderen moeten aantonen dat ze in hun land echt gevaar liepen. Na de Kristallnacht in 1938 werden zelfs alle joden als ongewenste vreemdeling beschouwd. We hebben gezien wat er later gebeurd is. In de jaren vijftig waren het de Molukkers, die voor een groot gedeelte uit Ambon afkomstig waren. Het waren er meer dan 12.000. Ze werden voor een groot gedeelte in voormalige concentratiekampen gehuisvest. Ze kregen drie gulden per week zakgeld en voedsel- en kledingbonnen. Het heeft nog jaren en jaren geduurd voordat ze een echte fatsoenlijke plaats in ons land konden krijgen. In de jaren vijftig kwamen ruim 3.000 Hongaren ons land binnen. Zij werden wel met heel veel egards ontvangen. Zelfs onze Hare Majesteit, toenmalig Koningin Juliana, heeft ze snel toegesproken. Ze ging zelfs nog met een verzetsvlag naar het paleis toe. Die schijnt ook nu nog in het bezit van onze koninklijke familie te zijn. Maar de toenmalige minister-president Drees deed er toch wel alles aan om het zo veel mogelijk te ontmoedigen.

Het is dus niet nieuw dat we het moeilijk vinden, dat we het lastig vinden. Dat doet echter geen gram af aan de verantwoordelijkheid die we dragen om datgene te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om een bijdrage te leveren aan het oplossen en het ondersteunen van al die mensen die het slachtoffer zijn van die verschrikkelijke strijd die al jarenlang in Syrië heerst. Ik hoop oprecht dat het ons lukt, met de grote politieke tegenstellingen die er zijn, om daarin zo veel mogelijk eendrachtig samen te werken. Aan ons zal dat niet liggen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Arie Slob
Bijdragen
Binnenland
Samenleving

« Terug

Archief > 2015 > oktober