Inbreng Gert-Jan Segers tbv Wijz. Wetboek Strafrecht tbv maatregelen bestrijding voetbalvandalisme

donderdag 03 april 2014 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie ten behoeve van een Wijziging van de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht

Onderwerp:   Wijziging van de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht ter aanscherping van de maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast

Kamerstuk:    33 882

Datum:            3 april 2014

De leden van de ChristenUnie fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben hierover enkele vragen. Zij hebben zorgen over de verstrekkendheid van met name het voorgestelde gebiedsgebod.

Gebiedsgebod

Met het wetsvoorstel wordt het mogelijk om niet alleen een gebiedsverbod op te leggen zoals thans al mogelijk is, maar ook een gebiedsgebod. Genoemde leden constateren dat de Raad van State in haar advies kritisch is over dit instrument onder meer omdat deze niet is afgebakend hoewel hij blijkens de toelichting vooral gericht is op maatregelen voor de korte duur van bepaalde evenementen zoals bijvoorbeeld voetbalwedstrijden en de oudejaarsviering.

De Raad adviseert in de wet concreet te bepalen voor welke doelen de maatregel kan worden opgelegd, welke ruimtelijke beperkingen mogelijk zijn en voor welke (korte) periodes de maatregel kan worden opgelegd. Een zodanige precisering van de wettekst zou ook in overeenstemming zijn met de toelichting. Genoemde leden vragen waarom de regering desondanks geen aanleiding ziet voor een nadere toespitsing van het gebiedsgebod? Genoemde leden vragen dit met nadruk omdat zij nog steeds spanning zien tussen het voorstel en artikel 5 EVRM aangaande vrijheidsontneming. Volgens de regering is het aan de rechter om de reikwijdte en de duur van het gebod te bepalen. Hierdoor kan echter strijdigheid ontstaan met artikel 5 EVRM. Genoemde leden zijn van mening dat discussie hierover moet worden voorkomen en dat de wet zelf hier zo veel mogelijk duidelijkheid over dient te geven.

Ook vragen genoemde leden naar de samenhang tussen het voorgestelde gebiedsgebod en andere vrijheidsbeperkende maatregelen. Is er een getalsmatige onderbouwing van de noodzaak van deze maatregel? Hoe vaak zal deze maatregel naar verwachting worden toegepast en hoe vaak wordt thans het gebiedsverbod toegepast.

Particulier (stadion)verbod

Het voorstel voorziet in een alternatieve grond voor het burgemeesters-bevel: zo’n bevel kan op grond van het wetsvoorstel voortaan ook worden gegeven als een private organisatie aan iemand een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen sanctie heeft opgelegd, wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren. Hierdoor kan de burgemeester iemand die een stadionverbod heeft gekregen ook een gebiedsverbod opleggen. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat de burgemeester tot een eigen oordeel moet komen. Het loutere feit dat een privaat-rechtelijke rechtspersoon een sanctie heeft getroffen is een onvoldoende grondslag. Genoemde leden vragen of dit desondanks niet toch tot een soort automatisme kan leiden. Zij geven in overweging dat in zo’n geval een zogenaamd Doe-normaal-bevel, analoog aan het Engelse ASBO wellicht meer voor de hand ligt. Met het Doe-normaal-bevel wordt in feite een soort waarschuwing afgegeven waarna bij een eerstvolgende overtreding maar ook bij overlast in de publieke ruimte harder kan worden opgetreden. Zo kan volgens genoemde leden vastgehouden worden aan het straffen op basis van een publiekrechtelijke rapportage.

Genoemde leden vragen waarom in de wet niet wordt gefixeerd welke organisaties en/of sancties in aanmerking komen voor een burgemeesters-bevel op basis van een particulier verbod. Er is weliswaar voor gekozen dit in een AmvB een nadere invulling te geven zodat de Afdeling advisering van de Raad van State dan een oordeel kan geven of de uitwerking de gewenste waarborgen biedt, maar hierbij is geen rol voor de Kamer. Genoemde leden geven in overweging op zijn minst via een voorhangprocedure de Kamer hier een rol in te geven maar zij vragen ook uitgebreider te motiveren waarom er niet is gekozen voor een afbakening in de wet.

First offenders

De hoofdregel van een herhaalde verstoring van de openbare orde blijft de hoofdregel voor het mogen opleggen van de maatregelen in het wetsvoorstel. Met het wetsvoorstel wordt het wel mogelijk om in specifieke gevallen first offenders een burgemeestersbevel op te leggen namelijk indien ze de openbare orde ernstig hebben verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol hebben gehad. Genoemde leden vragen hoe hiermee voorkomen wordt dat onder de titel van handhaving van de openbare orde in feite punitief wordt opgetreden. Immers, daarvoor is de burgemeester niet het bevoegde orgaan.

Evaluatie huidige maatregelen

Genoemde leden constateren dat de aanscherpingen al worden ingevoerd terwijl de oorspronkelijke wet nog moet worden geëvalueerd. Genoemde leden vragen of er al wel inzicht is in het aantal keer dat de burgemeesters gebruik maken van de nieuwe instrumenten en de omvang ervan. Klopt het dat er soms al een meldplicht om 8 uur ’s ochtends wordt opgelegd voor een wedstrijd van 12.30 uur? Klopt het dat het huidige stadionverbod vaak niet wordt gehandhaafd?

Alternatieven

Genoemde leden wijzen er op dat de specifieke aanleiding van de wet, de overlast rond voetbalwedstrijden, ook met strengere sancties door de KNVB kan worden aangepakt. Zij vragen welke aanvullende maatregelen de KNVB neemt en of die maatregelen niet een zelfde of zelfs beter effect kunnen hebben als de maatregelen in dit wetsvoorstel. Zij vragen daarbij reactie op de maatregelen die genomen zijn in het Verenigd Koninkrijk en een vergelijking van deze maatregelen met die zoals die thans in ons land gelden. Zij wijzen daarbij op de mogelijkheid van een levenslange schorsing om in voetbalstadions te komen als bijvoorbeeld het veld wordt betreden. Ook vragen zij naar de uitvoering van de combi-regeling. Is het opleggen van deze regeling in alle gevallen wel nodig?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Gert-Jan Segers
Justitie

« Terug

Archief > 2014 > april