Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking

16-06-2021 00:00 16-06-2021 00:00

Bijdrage Pieter Grinwis aan een plenair debat met staatssecretaris Vijlbrief van Financiën

16 juni 2021

Kamerstuknr. 35216

 

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. En dank aan collega Bontenbal voor een prachtige maidenspeech over betekenisvolle relaties, zij aan zij, en rentmeesterschap dat actief doorgeven is wat van waarde is. Dank, en gefeliciteerd.

Voorzitter. Soms behandelen we wetten waarbij je denkt: hoe bestaat het, hoe kwamen ze erop en wat is de meerwaarde hiervan? En vandaag behandelen we zo'n wet, namelijk de Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking. Graag krijg ik van de staatssecretaris een reactie op de bovengenoemde drie vragen.

Wat ik in ieder geval kan doen, is míjn verhaal achter deze wet vertellen. Daarvoor moeten we terug naar de coalitieonderhandelingen van de zomer van 2017. De ETS-prijs voor COlag op €7 per ton. Al jaren kwam die prijs nauwelijks van zijn plek. Er waren veel te veel uitstootrechten en er werden er te veel gratis weggegeven. Kortom, de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid werkte voor geen ene meter. Het PBL raamde in die tijd dat de prijs tot 2030 maar licht zou stijgen, namelijk tot €20 per ton. Dat onderstreept overigens maar weer eens dat modellen, planbureaus en beleidsmakers alleen maar lineair kunnen denken en voorspellen, en moeilijk greep kunnen krijgen op tipping points. Het EU-reductiedoel voor COlag op 40% in 2030 ten opzichte van 1990. Dat was ook al niet erg ambitieus. Er moest wat gebeuren.

En zo geschiedde. Naar Engels voorbeeld spraken we in het coalitieakkoord een CO2-minimumprijs in de elektriciteitsopwekking af, om zo geleidelijk dit broeikasgas een echte prijs te geven, en om en passant de kolencentrales uit te roken. We zouden beginnen met €18 in 2020, oplopend naar €43 in 2030, fors hoger dan de projecties van het PBL indertijd. Om te voorkomen dat de kolencentrales het met behulp van biomassabijstooksubsidies nog langer zouden volhouden, spraken we af geen nieuwe subsidiebeschikkingen meer af te geven voor vuurtje stoken. Tegelijk sprak de toenmalige coalitie af dat we nationaal gingen inzetten op 49% CO2-reductie in 2030, onderwijl in Europa strijdend voor 55% reductie. Dat laatste lukte, want afgelopen najaar heeft de EU deze inzet overgenomen.

Voorzitter. Van het coalitieakkoord uit 2017 naar het Klimaatakkoord uit 2019. Dat Klimaatakkoord betekende namelijk een verslechtering en daarmee een fundamentele verandering van het instrument minimumprijs. Het prijspad ging fors omlaag, van ruim boven de ETS-prijs naar ruim beneden die prijs, om redenen van leveringszekerheid. Daarmee was ook de kans verkeken dat we met sec de minimumprijs als instrument de kolencentrales voor 2030 uit de energiemix zouden duwen. Mijn vraag: hoe valide was en is het argument leveringszekerheid eigenlijk, zowel in 2019 als anno nu onder het huidige prijspad?

Voorzitter. Door naar de actualiteit van het heden. Nadat kijken naar de ETS-prijs voor CO2 jarenlang hetzelfde was als kijken naar groeiend gras, is de CO2-prijs in Europa het afgelopen jaar als een raket de lucht ingeschoten, tot zelfs meer dan €50 per ton CO2. Collega Bontenbal haalde het al aan. En dat terwijl het PBL bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma begin dit jaar nog raamde dat de CO2-prijs in 2030, over negen jaar, nog niet eens zo hoog zou zijn, namelijk €46. Die voor 2030 voorspelde prijs was anderhalve maand geleden al geschiedenis. Zo snel kan het gaan. Ook al zit er in de huidige prijs vast ook een speculatiecomponent, de op energie deskundige organisaties beginnen hun CO2-prijsramingen te verhogen, naar boven bij te stellen. Neem Bloomberg. Zij gaan nu uit van €108 per ton in 2030. Bij een CO2-prijs van rond de €100 gaat het echt hard met de energietransitie en met CO2-reductie. Stelt u zich eens voor: fossiele energie wordt dan uit de markt geprijsd, vele duurzame opties zijn dan rendabel en kunnen zonder subsidie. Niet alleen wind, maar ook zon, CCS, noem maar op.

Voorzitter. Dit alles roept natuurlijk wel vragen op over de toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel, met een prijspad dat begint met €12,30 en eindigt met nog geen €32 in 2030. Oké, ik zie het voordeel van investeringszekerheid voor de energiebedrijven. Zij hebben met dit wetsvoorstel de zekerheid dat de prijs nooit onder de voorgestelde waarde zakt. Hun financieringslasten worden daarmee lager, het aantrekken van vermogen wordt door de gegarandeerde minimumprijs namelijk goedkoper. Maar is dit voordeel dan nog wel groot genoeg om dit wetsvoorstel te rechtvaardigen?

Daarom nogmaals mijn vraag aan de staatssecretaris: wat is volgens hem anno nu nog de meerwaarde van de voorgestelde minimumprijs? Hoe is hij voornemens de afspraken in het kader van de minimumprijs uit het Klimaatakkoord uit te voeren of uit te laten voeren? Om precies te zijn, citeer ik even wat er staat: TenneT onderzoekt ieder jaar risico's voor leveringszekerheid voor steeds de daarop volgende zes jaar op basis van objectieve indicatoren. Hierin worden nieuwe ontwikkelingen in de ETS-prijs meegenomen. Twee regels verder: opwaartse bijstellingen van het prijspad worden minimaal vijf jaar van tevoren aangekondigd, waarbij op basis van de eerder genoemde objectieve indicatoren, TenneT, blijkt dat de leveringszekerheid gewaarborgd blijft. Mijn vraag: wat is de ambitie van de staatssecretaris als het gaat over het tijdpad? Immers, de nu voorgestelde minimumprijs heeft in de praktijk waarschijnlijk vrij weinig toegevoegde waarde.

Voorzitter. Omdat er serieuze vragen zijn te stellen bij enerzijds de toegevoegde waarde van de wet en anderzijds het gekozen prijspad, én gelet op de snelle ontwikkelingen in het Europese klimaatbeleid, heb ik een amendement ingediend om de evaluatie te vervroegen: niet binnen vijf jaar, maar binnen drie jaar, zodat er eind 2022/begin 2023 een evaluatie van deze wet ligt. Dat valt samen met de beoogde invoering van een grensheffing en met de afspraak uit het Klimaatakkoord om dan na te denken over het minimumprijspeilpad na 2030.

Voorzitter. Dan kom ik bij een ander aspect van de Europese CO2-prijs. Deze mag namelijk in Europa flink oplopen. Een groot deel van de wereld doet hier niet aan mee. Dat levert zonder aanvullende maatregelen natuurlijk nadelen op voor de Europese industrieën. Die nadelen worden tot op heden ondervangen door gratis emissierechten uit te delen, niet bepaald een goede oplossing. Bovendien: binnen Europa relatief nadelig voor de Nederlandse industrie, omdat deze al langere tijd relatief efficiënt was. Kortom, het is hoog tijd om dit beter te gaan regelen en om de grootste interne markt ter wereld te gaan beschermen tegen valse klimaatconcurrentie. Ofwel: kom maar door met de CO2-grensheffing. Mijn vragen. Wat is de inzet van de staatssecretaris? Knokt hij voor snelle implementatie, 2023, maar wel zo dat het dan gelijk is afgelopen met het voor miljarden euro's gratis uitdelen van emissierechten? De tijd van grandfathering lijkt me voorbij.

Voorzitter. Ik geef toe: dit was een beschouwing met veel achtergronden en cijfers. Die is wat mij betreft relevant voor de wetsgeschiedenis. Maar het gaat natuurlijk om veel meer dan CO2-prijzen. Alleen een cynicus kent immers de prijs van alles, maar van niets de waarde. Dit wetsvoorstel staat in het teken van iets wat ver uitstijgt boven CO2-prijzen en zo. Het gaat hier namelijk om onze zorg en verantwoordelijkheid voor de aarde, die we in bruikleen hebben van onze kinderen. Om de aarde netjes over te dragen, kan het prijsmechanisme een essentiële rol vervullen in de transitie die onze economie en energievoorziening moeten maken. Vanuit die gedachte is deze afspraak over een minimumprijs in 2017 tot stand gekomen. CO2 was toen gewoon veel en veel te goedkoop. Laten we vooral die originele gedachte achter een effectieve minimumprijs vasthouden.

De voorzitter:
Was dat uw bijdrage?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja.

De voorzitter:
Perfect.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank aan de heer Grinwis. Ik luister altijd met veel plezier naar hem. Hij heeft zinnige dingen gezegd. Maar één ding valt me altijd wel op bij de ChristenUnie, en overigens ook bij het CDA, namelijk dat altijd wordt gesteld dat de wereld, als we die nu zouden doorgeven, mooier is dan we die aantroffen. Kijkend naar de brede welvaart is dat absoluut niet het geval. Is de heer Grinwis het met de Partij voor de Dieren eens dat we op dit moment de wereld gewoon minder goed doorgeven en dat er dus een enorme verplichting op ons rust, zeker als we de Monitor Brede Welvaart goed lezen? Ik ben benieuwd wat de heer Grinwis daarop te zeggen heeft.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Laat duidelijk zijn dat de ChristenUnie de opdracht voelt om de wereld op z'n minst even goed en het liefst beter door te geven aan de volgende generatie. Dat is echt iets anders dan stellen dat we dat op dit moment doen. Sterker, in 2017 ging het juist om dat ontbrekende gevoel van urgentie met een ETS-prijs die niet van z'n plek kwam, die op €5, €6, €7, €8 een beetje een bestaan leidde. Daar ging geen enkele impuls of prikkel van uit om te investeren als bedrijfsleven, als energiesector in duurzame alternatieven voor fossiele-energieopwekking. Juist daarom hebben we toen besloten om naar Engels voorbeeld, waar dat goed werkte, een minimumprijs af te spreken in het toenmalige coalitieakkoord.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank voor dat antwoord. Dat beantwoordt niet helemaal de vraag. De vraag was meer: het frame dat geschetst wordt, het beeld dat geschetst wordt is dat we de wereld mooier gaan doorgeven. Maar ook vier jaar geleden en ook tien jaar geleden stond die er beter voor als je kijkt naar de voornaamste indicatoren voor de Monitor Brede Welvaart. Dus ik snap wel dat de intentie was om dat te doen, maar zoals het er nu voor staat, is dat volledig mislukt. Erkent de heer Grinwis dat?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Integendeel. Ik heb in mijn bijdrage geschetst dat een ander deel van de coalitieafspraken destijds was om in Europa in te zetten op een verhoging van de CO2-reductie van 40% in 2030 naar 55%. Kijk naar wat er gebeurt: op dit moment gebeurt dat. Vooruitwerpend gaat de ETS-prijs omhoog van toen €7 à €7,50 in oktober 2017 naar nu ongeveer €51 à €52. Kortom, op dit moment zie je in de markt prikkels ontstaan om aan de slag te gaan. Is dat genoeg? Nee. Moet er meer gebeuren? Ja. Mijn bijdrage staat in het teken om toch iedere keer weer een stapje verder te komen, maar wel in het besef dat we dat samen moeten doen, om het in de woorden van collega Bontenbal te zeggen: zij aan zij.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik denk dat de heer Grinwis van de ChristenUnie een heel eerlijke inzage heeft gegeven in hoe het wetsvoorstel tot stand is gekomen en wat de betrokkenheid van de ChristenUnie als regeringspartij daarbij is geweest. Nu ligt dit wetsvoorstel er. Te laat, zo zegt de heer Grinwis eigenlijk ook, en eigenlijk zonder doelstelling op de CO2-reductie, waar we het allemaal wel om doen. Gaat de ChristenUnie voor of tegen dit wetsvoorstel stemmen?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten eerste. Ik zit nog maar een paar maandjes in de Kamer. Ik verbaasde me erover dat dit wetsvoorstel er nog altijd lag, want het is uit mijn hoofd gezegd al in september 2019 aangemeld voor plenaire behandeling. Ik heb geen idee wat er de afgelopen jaren in de Kamer is gebeurd, maar dit wetsvoorstel is in ieder geval niet behandeld. Dat is één. Twee: wij hebben met elkaar een Klimaatakkoord gesloten. Daar heeft de ChristenUnie in die zin ook haar handtekening onder gezet. Vanuit dat perspectief voel ik nog altijd commitment aan dit voorstel. Tegelijkertijd heb ik ook eerlijk aangegeven dat ik echt met een loep moest zoeken naar de toegevoegde waarde van dit voorstel. Ik heb er echt maar één gevonden. Dat is dat de minimumprijs, met de zekerheid dat de prijs daar niet onder zakt, energiebedrijven de zekerheid geeft om te investeren. Geldverstrekkers bieden dan rentevoordelen, omdat ze aan de voorkant weten dat de minimumprijs nooit lager wordt dan x.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat zou je natuurlijk ook op een hele andere manier kunnen oplossen, zou ik willen zeggen. De heer Grinwis zegt hier eigenlijk: "We hebben dat in 2017 afgesproken vanuit een gevoel van urgentie. Vervolgens kwam er een Klimaatakkoord. Dat was een forse stap achteruit, maar ja, ik heb nou eenmaal mijn handtekening gezet, dus we gaan een onzinwet aannemen." Ik vind dat eigenlijk een beetje raar. Maar goed, ik heb gehoord dat hij voor gaat stemmen. Dat heeft u toch maar mooi in de tas, staatssecretaris.

De voorzitter:
Dat was geen vraag, maar ...

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, ik mag toch wel kort reageren? Collega Leijten heeft zeker een punt, maar collega Leijten ziet dat ik mijn medewetgevende taak wel serieus neem. Ik heb een amendement ingediend om die evaluatie tenminste te versnellen, natuurlijk met als doel om óf tot effectievere wetgeving te komen óf misschien andere conclusies te trekken. Maar dat is in ieder geval mijn bijdrage aan het wetgevingsproces: een amendement om de evaluatie te versnellen.

De heer Thijssen (PvdA):
De vraag die ik heb, is de volgende. Ik snap dat er een Klimaatakkoord is en dat de heer Grinwis de afspraken die daarin gemaakt zijn wil respecteren. Daar zaten ook heel veel fossiele bedrijven bij. Die hebben ervoor gezorgd dat het huidige prijspad in de wet staat zoals dat erin staat, en dat dat nu dus niet effectief is. Er staat ook een andere afspraak in het Klimaatakkoord, namelijk dat het moet leiden tot 49% CO2-reductie. De planbureaus stelden afgelopen najaar dat maar ongeveer de helft gehaald wordt van wat er eigenlijk nodig is. Dus welke afspraak weegt nou zwaarder: dat we het klimaat gaan redden en die doelstelling gaan halen, of dat we met een hele lage prijs komen waar de fossiele lobby tevreden mee is?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Allereerst: de ChristenUnie staat voor de maatregelen die we hebben afgesproken in het Klimaatakkoord. Ten tweede: ja, 49% was het doel, en het doelbereik van het Klimaatakkoord is zoals het er nu uitziet inderdaad slechts 43%. Als je kijkt naar dat doel, moeten er dus stapjes bij. De ChristenUnie heeft een verkiezingsprogramma vol met plannen om dat doel te bereiken. Sterker, dat doen wij zonder weglekeffecten naar het buitenland voor de industrie en dat doen wij met minder CCS dan de PvdA. Maar dat is een plagerijtje.

De heer Thijssen (PvdA):
Plagen mag, maar laten we dan nu dit wetsvoorstel aanpassen en zorgen dat er meer CO2-reductie is in de elektriciteitssector. Dat kunnen we hier vandaag regelen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nogmaals, een andere afspraak uit het regeerakkoord van 2017 was al: in Europa strijden voor effectiever Europees klimaatbeleid, in de wetenschap dat CO2 en klimaat zich niet aan grenzen houden. En laat nou net dat gebeurd zijn. Het Europese klimaatbeleid heeft hogere doelstellingen dan het Nederlandse klimaatbeleid. Dat krijgt de komende weken zijn beslag in concrete voorstellen. Daar moeten wij mee aan de slag. Welk kabinet hier ook komt te zitten en welke Kamer hier ook zit, daar moeten wij mee aan de slag. Volgens mij zijn collega Thijssen en ik het uiteindelijk dus eens, voorzitter.

 

Labels
Bijdragen
Financiën
Klimaat
Pieter Grinwis

« Terug

Archief > 2021 > juni