Bijdrage Stieneke van der Graaf aan het algemeen overleg Herijking ouderschap

donderdag 14 november 2019 00:00

Bijdrage Stieneke van der Graaf aan een algemeen overleg met minister Dekker voor Rechtsbescherming

Kamerstuknr. 33836

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Het krijgen van een kind, en het zijn van een gezin, is iets moois en iets bijzonders. Tegelijkertijd is dat niet vanzelfsprekend. De biologische werkelijkheid is dat een kind wordt geboren uit één vader en één moeder, en we zien en erkennen dat er veel vragen ontstaan op het moment dat dat niet haalbaar is.

Voorzitter. De ChristenUnie heeft de voorstellen van de staatscommissie beoordeeld vanuit het belang van het kind. Daar zit ook een spanning met de wens die ouders hebben, maar uiteindelijk is voor de ChristenUnie het belang van het kind doorslaggevend. De staatscommissie koppelt juridisch ouderschap aan intentioneel ouderschap, naast biologisch ouderschap. De voorstellen rond meerouderschap en draagmoederschap worden ook vanuit dat perspectief gedaan, maar daarin volgt de ChristenUnie de staatscommissie niet. Wij steunen de lijn van het kabinet, dat is teruggekomen op de inzet van het vorige kabinet en niet overgaat tot een regeling voor meerouderschap of meeroudergezag.

Het ging net even over het toenemen van conflicten. Dat is zeker niet ondenkbaar op het moment dat meer mensen met rechten met betrekking tot het kind erbij betrokken zijn. We weten ook dat echtscheidingen leiden tot grote loyaliteitsconflicten bij kinderen. Dat is een grote zorg voor ons hierbij.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ja, kort. Over de uitwerking kan je van mening verschillen, maar is het juist niet mooi, ook vanuit een christelijke gedachte, dat je het biologisch ouderschap zo veel gelijkwaardiger kunt wegen aan intentioneel ouderschap? Kijk naar al die pleegouders. Kijk naar al die adoptieouders. Is er nou één verschil in beleving tussen de liefde, de genegenheid en de onvoorwaardelijkheid? Het is toch net zo mooi? Dat je het anders uitwerkt, daar gaan we het over hebben, maar juist die gelijkwaardigheid is toch zo christelijk?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik denk dat ik dat ook niet kan ontkennen, zeg ik tegen mevrouw Van Toorenburg. Ik denk dat er in heel verschillende gezinsvormen heel liefdevol kan worden samengeleefd en dat ook daar een kind veilig en liefdevol kan opgroeien. Dat is ook niet het punt waar we het vandaag over hebben. We hebben het over de uitwerking van de voorstellen die de staatscommissie heeft gedaan. Die hebben een juridische uitwerking en de vraag is hoever de rol van de overheid daarin moet gaan. Daar hebben we het vandaag over.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Omdat mevrouw Van der Graaf begon met te zeggen dat ze wat moeite had met de gelijkstelling, vond ik het belangrijk om dat te markeren. We kunnen over de uitvoering en uitwerking verschillen, maar die gelijkwaardigheid vind ik wel belangrijk.

De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Voorzitter. Het kabinet stelt voor om met een regeling voor deelgezag te komen. Dat kan de ChristenUnie steunen. Dit kan in de dagelijkse zorg voor een kind wel een oplossing bieden; in samengestelde gezinnen, waar er stiefouders zijn, maar ook in pleeggezinnen of daar waar er meerdere verzorgers in een gezin zijn; bij het contact met de school bijvoorbeeld, bij een bezoek aan de huisarts of om de apotheek inzage te geven in het patiëntendossier of de medische geschiedenis van een kind. Helderheid over rollen en verantwoordelijkheden zien wij hier wel in het belang van het kind. Ik heb een vraag hierbij. In de brief stelt het kabinet voor dat de deelgezagdragers een vorm van blokkaderecht hebben bij een substantiële wijziging van een zorgregeling voor hun kind, die ook de deelgezagdragende ouder draagt. Het zijn wat termen die hier voorbijkomen, maar daar gaat het over. Welke situatie heeft het kabinet daar nou bij voor ogen?

Voorzitter. Uit de interruptie bleek al wel dat mijn fractie grote zorgen heeft bij het voorstel rondom het draagmoederschap. Daar is altijd een heel terughoudend beleid, zo niet een ontmoedigingsbeleid gevoerd waarbij, indien het zich toch voordeed, de rechter uiteindelijk een uitspraak deed en een afweging maakte. Dit heeft nooit een grote vlucht genomen. Ik vraag de minister waarin de noodzaak wordt gezien om dit wettelijk te regelen. Het is niet ondenkbaar dat het aantal draagmoederschappen hierdoor zal toenemen. Het in het leven roepen van een regeling zou een aanmoedigende werking kunnen hebben. Wij maken ons daar zorgen over, want er zijn veel risico's aan verbonden voor de kinderen, maar ook voor de draagmoeders. Dat stelt de minister ook. Kunnen die risico's bij een binnenlandse constructie nu worden weggenomen? Als dat niet zo is, hoe is het belang van het kind daar dan mee gediend? En waarom blijft de buitenlandse route voor de minister wel een begaanbare weg? Zouden we die niet helemaal moeten afsluiten als we weten dat we het in het buitenland niet kunnen regelen en dat misstanden en de risico's daarop gewoon heel groot zijn?

Voorzitter. Het is dan ook goed dat kinderkoop expliciet strafbaar wordt gesteld. Daar zijn wij blij mee. Het is niet bekend wat de langetermijneffecten voor kinderen zijn als zij geboren worden uit een draagmoederschapsconstructie, bijvoorbeeld op de psychosociale ontwikkeling, de hechting en de identiteit van het kind. Is de minister bereid om een onderzoek te doen naar de langetermijneffecten voor kinderen die uit draagmoederschap zijn voortgekomen? Ik krijg graag een reactie daarop.

Voorzitter. Een regeling in het leven roepen brengt ook nieuwe vragen met zich mee. De positie van de draagmoeder oogt kwetsbaar. Hoe wordt druk op de draagmoeder voorkomen? En wat als blijkt dat een kindje tijdens de zwangerschap een beperking heeft en de wensouders terugkomen op hun wens? Kunnen de wensouders een draagmoeder dan bijvoorbeeld vragen om naar een abortuskliniek te gaan? Hoe wordt dat voorkomen? Dat zijn pijnlijke vragen, dat realiseer ik me, maar ze zijn niet hypothetisch. Ik krijg graag een reactie hierop van de minister.

De voorzitter:
U heeft nog een halve minuut.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik sluit af met het ontstaansregister. Het is belangrijk voor kinderen om te weten waar ze vandaan komen. Sterker nog, dat is ook een recht voor kinderen. De ChristenUnie is heel erg positief over het initiatief tot een ontstaansregister. Waar de biologische afkomst voor een kind niet ondubbelzinnig duidelijk is, moet het kind hier altijd op kunnen terugvallen. Dat is belangrijk bij vragen over identiteit en herkomst, maar het kan ook om medische redenen van belang zijn. Ik heb daarbij nog wel twee vragen. Ik lees dat de minister nog niet spreekt van verplichte registratie bij draagmoederschap en andersoortige situaties. Waarom gaat hij daar niet toe over? Is hij misschien wel bereid om dat te doen? Wie zijn de andere betrokkenen die toegang zouden moeten hebben tot het register?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is er nog een interruptie voor u van mevrouw Bergkamp.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Mijn collega van de ChristenUnie geeft aan dat er een onderzoek zou moeten komen naar de uitwerking, de gevolgen voor hechting en identiteit. Als uit dat onderzoek nou blijkt dat het goed gaat, is mijn collega dan bereid om een minder negatief standpunt in te nemen ten aanzien van draagmoederschap? Ook als het gaat om het worden grootgebracht door twee vrouwen of twee mannen, hebben we in het verleden gezien dat uit onderzoek blijkt dat dit hartstikke goed gaat en dat er geen problemen zijn. Een onderzoek is dus prima, maar het is dan wel belangrijk dat ook de ChristenUnie de uitkomsten ervan uiteindelijk serieus wil nemen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Er is nu gewoon geen onderzoek bekend over de effecten op de lange termijn op een kind dat hieruit voortkomt. Dat hebben we kunnen zien in het hele traject in de aanloop naar dit overleg. De ChristenUnie denkt wel dat het van belang is dat dat onderzoek er komt. Ook in het buitenland is dat niet bekend, dus dat vinden we van belang. Wij zijn heel benieuwd naar de uitkomsten en naar wat het betekent voor de hechting en de identiteit van een kind. Maar ik heb net ook aangegeven dat wij terughoudend zijn als het gaat om het draagmoederschap. Dat standpunt is er juist ook vanwege de kwetsbaarheid van de draagmoeder. Dat volgt niet uit dat onderzoek.

De voorzitter:
Ja, mevrouw Bergkamp nog?

Mevrouw Bergkamp (D66):
Ja, voorzitter. Ik heb toch nog even een vraag over de draagmoederschapsregeling in Nederland. Mijn collega heeft zorgen over de internationale regeling. Ik heb hier een boek voor me van een dame die via een draagmoeder zwanger is. Ik probeer me ook even te verplaatsen in de christelijke attitude. Is het niet het mooiste geschenk dat je iemand kan geven, door op een goede en zorgvuldige manier hulp te bieden bij het zwanger worden? Ik vraag echt oprecht wat er mis is met een structuur van een draagmoeder, wanneer dat in goed overleg, met goede afspraken, zorgvuldig en niet gedwongen gebeurt. Wat zou daar nou mis mee zijn?

De voorzitter:
Mevrouw Van der Graaf, enigszins beknopt graag.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ja, voorzitter, dat zal ik doen. Het leven geven wij elkaar niet als mensen. Ik geloof dat het nieuwe leven een geschenk is dat je mag ontvangen. Er zijn medisch gezien meer mogelijkheden, maar dat leidt ook tot nieuwe vragen. De vraag is of je juridisch alles goed kunt regelen. Daar hebben wij wel zorgen bij. Ik zie ook dat het kabinet nu voorstelt om niet alleen bij medische noodzaak een regeling in het leven te roepen, maar ook overweegt aan vergoedingen te doen. Dat zijn punten waarvan de uitwerking ons grote zorgen geeft. Ik denk ook niet dat we moeten onderschatten wat het betekent om als vrouw een kind te dragen en afstand te moeten doen van een kind. Ook dat aspect vind ik hierbij van belang om te wegen.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Gent heeft ook nog een interruptie voor u.

De heer Van Gent (VVD):
Mevrouw Van der Graaf roept op tot onderzoek. Ik vind dat ook heel belangrijk. We moeten onze politiek zoveel mogelijk baseren op feiten. Maar u deed wel enkele stellige uitspraken over allerlei misstanden bij internationaal draagmoederschap. Is dat ook gebaseerd op onderzoek? Er zijn natuurlijk ook allerlei succesvolle draagmoederschapkinderen uit het buitenland.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik verbaas mij wel een beetje over deze vraag. Uit de interrupties is net ook al een beetje naar voren gekomen dat er misstanden zijn. Er zijn vrouwen die in een noodsituatie zitten en erg blij zijn met het geld dat ze ervoor kunnen krijgen. Er zijn vrouwen die onder druk worden gezet om een kindje te dragen en af te staan. De misstanden zijn talloos. Daar hebben wij zorgen over. Dat is ook de reden waarom wij oproepen om de buitenlandse route eigenlijk volledig af te snijden. Daar hebben wij zorgen over.

De heer Van Gent (VVD):
Ik onderken zeker dat er misstanden zijn, maar daar wordt dan vaak weer gelijk adoptie bij gehaald. Maar is er echt een onderzoek geweest naar allerlei misstanden rondom internationaal draagmoederschap? Dat is mij niet bekend.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Volgens mij wel, maar ik stel voor dat we na afloop van het debat daar nog even naar gaan kijken. Nog even voor de duidelijkheid: het onderzoek waar ik om vraag, is naar de langetermijneffecten van draagmoederschap die bij kinderen naar voren komen: de psychosociale ontwikkeling, de hechting en de identiteit van kinderen. Dat is er nu niet. Ik denk wel dat het van belang is dat wij die effecten kennen, helemaal als wij weten dat er in Nederland een regeling wordt ingesteld.

Meer informatie

Labels
Bijdragen
Justitie
Stieneke van der Graaf

« Terug

Archief > 2019 > november