Bijdrage Carla Dik-Faber aan het algemeen overleg Landbouw- en Visserijraad d.d. 18 en 19 maart 2013

woensdag 13 maart 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken aan een algemeen overleg met staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken

Onderwerp:   Landbouw- en visserijraad op 18 en 19 maart 2013

Kamerstuk:    21 501 – 32

Datum:            13 maart 2013

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Door voorgaande sprekers werd reeds gememoreerd aan het feit dat het vandaag de biddag voor gewas en arbeid is. Wat er is mooier dan op de biddag voor het gewas te spreken over voedsel en stil te staan bij de waarde van ons voedsel. We moeten beseffen dat het beslist geen vanzelfsprekendheid is dat voedsel in dit deel van de wereld overvloedig aanwezig is.

Ik ga in mijn bijdrage uiteraard in op de GLB-onderhandelingen en sluit daarna af met enkele visserijpunten. Bijna anderhalf jaar na publicatie van de Commissievoorstellen wordt nu zowel in het Europees Parlement als in de Raad de inzet voor de triloog met de Commissie bepaald. De strijd is zeker nog niet gestreden. Op een groot aantal thema's lopen de standpunten tussen de drie partijen uiteen. Mijn fractie kan zich in grote lijnen vinden in de inzet van de staatssecretaris. Ik heb nog een aantal vragen.

Ik begin met de financiële enveloppen. De staatssecretaris heeft in de kwartaalrapportage het budget voor Nederland weergegeven voor zowel de eerste als de tweede pijler. Verrassend genoeg lijkt het er beter uit te zien dan de plaatjes die we eerder hebben gezien. Toch moet Nederland bij de eerste pijler behoorlijk inleveren en komt er voor de tweede pijler juist budget bij. Kan de staatssecretaris toezeggen dat er geen extra overheveling van de eerste naar de tweede pijler plaatsvindt, conform het verzoek in de motie-Lodders c.s.? Verder is het nog afwachten of het hierbij blijft. De Raad, het Parlement en de Commissie schaken zowel op het GLB-bord als op het bord van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Kan de staatssecretaris aangeven wat de waarde is van de zeer specifieke GLB-bepalingen in het Raadsakkoord over het MFK? Hoe groot acht zij de kans dat deze afspraken nog zullen veranderen? Hierover wordt immers binnen zowel het GLB als het MFK onderhandeld.

Een van de vragen luidt bijvoorbeeld of de vergroening nu wel of juist niet verplicht wordt voor boeren. Voor de ChristenUnie is het belangrijk dat de Nederlandse boeren snel weten waar zij aan toe zijn. Welke sectoren komen in aanmerking voor hectaresteun? Laat de staatssecretaris een plafond op de directe betalingen per bedrijf zetten? Een plafond van €300.000, zoals de Commissie heeft voorgesteld, is nog steeds aan de hoge kant. Dit kan lager zonder dat het de Nederlandse boeren raakt. Daarnaast moet er aandacht zijn voor de sectoren die zwaar getroffen worden door de flat rate. Voor deze sectoren moet een goede overgangsregeling komen. Is de staatssecretaris op dit moment in overleg met deze sectoren, zoals de zetmeelaardappeltelers? Wanneer stuurt zij de onderzoeksresultaten van het LEI, de zogenaamde koopkrachtplaatjes, naar de Kamer?

De vergroening van het GLB is een belangrijke voorwaarde voor de ChristenUnie. Ik ben blij dat de staatssecretaris op dezelfde lijn zit en invulling geeft aan mijn motie op dit punt. De teelt van eiwitgewassen kan mijns inziens een bijdrage leveren aan vergroening en komt de biodiversiteit en soja producerende landen ten goede. Bovendien draagt deze bij aan de regionalisering van de voedsel- en veevoerproductie in Europa, waarvan de ChristenUnie een groot voorstander is. Ik wil er wel voor waken dat het ambitieniveau van de vergroening wordt afgezwakt. Flexibiliteit is prima, maar we moeten natuurlijk wel een bepaald ambitieniveau overeind houden. Boeren die nu aan agrarisch natuurbeheer doen en straks ook moeten vergroenen in de eerste pijler, moeten de mogelijkheid krijgen om beide te doen. Uiteraard moet de lat voor het agrarisch natuurbeheer in de tweede pijler hoger liggen. Een onderdeel van mijn motie was de mogelijkheid om collectieve maatregelen op te nemen in de vergroeningsenveloppe. Ik zie mogelijkheden voor gebiedscollectieven om samen aan agrarisch natuurbeheer te doen, hetzij via vergroening in de eerste pijler, hetzij in de tweede pijler. Dit sluit goed aan bij de inzet die de staatssecretaris in haar recente brief over natuurbeleid beschrijft. Is de staatssecretaris dit met mij eens? Ik zie haar al knikken. Ik kom op het plattelandsbeleid. Op welke wijze gaat de staatssecretaris dit invullen en welke focus krijgt het Nederlandse POP (plattelandsontwikkelingsplan)? De regeling voor jonge boeren komt terug. Hoeveel geld blijft er echter beschikbaar voor duurzame stallen en voor agrarisch natuurbeheer? Mijn fractie wil graag duidelijkheid hierover en pleit ervoor dat ook het geld voor de tweede pijler alleen naar de actieve boeren gaat. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij dezelfde definitie gaat hanteren als bij de eerste pijler? Namens mijn collega Slob heb ik nog een paar punten op het terrein van visserij. Allereerst wil ik de staatssecretaris hartelijk bedanken voor haar inzet op het terrein van de pulsvisserij. Mijn fractie is hierover zeer tevreden. Ik kom echter ook op de aanlandplicht en de discard ban. De plannen hiervoor zijn door het Europees Parlement niet afgezwakt, maar zelfs aangescherpt. Daarnaast heeft de staatssecretaris in de Raad zelfs ingezet op het voorkomen van uitzonderingen op de aanlandplicht. Volgens mij is dit in strijd met de motie-Bosman c.s. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom de gemaakte afspraken goed zouden zijn voor de vissers, zoals zij in het verslag van de vorige Raad stelt? De vissers staan namelijk niet te juichen, maar komen juist in verzet. Waarom zou een grotere deminimisregeling niet goed zijn voor Nederland? Nederlandse vissers pleiten juist hiervoor. Ik overweeg om op dit punt een motie in te dienen. De vissers willen met kooiexperimenten aantonen dat vis die wordt teruggegooid voor een groot deel overleeft. De resultaten zijn positief. Is de staatssecretaris bereid om hierover in gesprek te gaan met Nederlandse visserijorganisaties en de resultaten van het onderzoek in te brengen in de Landbouw- en Visserijraad?

Tot slot wil ik de staatssecretaris vragen om in de Landbouw- en Visserijraad stevig de nadruk te leggen op de praktische uitvoerbaarheid van de plannen voor de aanlandplicht en de discardban, en te pleiten voor een goede balans tussen de economische kosten en ecologische baten.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Carla Dik

« Terug

Archief > 2013 > maart