Inbreng Carla Dik: reactie op een motie van de leden Dik-Faber en Van Veldhoven over Ruit Eindhoven

donderdag 23 januari 2014 00:00

Inbreng schriftelijk overleg van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu: Reactie op een motie over de Ruit Eindhoven

Onderwerp:   Reactie op motie van de leden Dik-Faber en Van Veldhoven over de Ruit Eindhoven

Kamerstuk:    33 750 - A

Datum:            23 januari 2014

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van de reactie op motie van de leden Dik-Faber en Van Veldhoven over de Ruit Eindhoven. Genoemde leden hechten er aan dat motie goed en volledig wordt uitgevoerd. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen. 

De motie (Kamerstuk 33750-A nr. 52 ter vervanging van 36) verzoekt de regering twee dingen. Allereerst is het verzoek nog geen bestuursovereenkomst te tekenen voor realisatie van de Ruit Eindhoven, het project te optimaliseren en daarbij rekening te houden met (potentiele) natuurwaarden van de EHS en tevens een nieuwe MKBA te maken met zowel een hoog als een laag groeiscenario op basis van actuele verkeersprognoses (op basis van verkeersmodel van Rijkswaterstaat). Het tweede verzoek is de Rijksbijdrage voor de Ruit Eindhoven niet te schrappen maar te temporiseren en eerst in te zetten op een aantal andere projecten.

Genoemde leden constateren dat de minister in de brief van 17 december het eerste verzoek, de wens van de Kamer om het project te optimaliseren, niet zelf gaat uitvoeren maar de wens zal overbrengen aan de provincie. Genoemde leden zullen de voorwaarden in de motie nadrukkelijk als toetssteen gebruiken bij eventuele nieuwe voorstellen en de rijksbijdrage aan deze voorstellen. Zij zijn daarom van mening dat alleen het overbrengen van wensen vrijblijvend is. De minister moet in dit omvangrijke project niet aan de zijlijn staan maar juist met de provincie zorgdragen voor het uitwerken van de motie.

Het is voor genoemde leden nu niet duidelijk welke kaders aan de provincie zijn meegegeven. Het doel van de motie is dat de rijksbijdrage aan de Ruit Eindhoven afhankelijk is van de in de motie genoemde voorwaarden. Heeft de minister dit ook zo besproken met de provincie?

De minister wil de provincie nu de ruimte geven. In het bestuurlijk overleg najaar 2014 zal worden gekeken hoe voortgang zal worden gegeven aan de Ruit waarbij de optie is dat de provincie mogelijk de voorkeur heeft om andere projecten in de regio te versnellen. Pas dan zou eventuele temporisering van het budget van de Ruit aan de orde zijn. Genoemde leden constateren dat hiermee nog steeds realisatie van de Ruit voorop staat en eventuele temporisering slechts een optie. In de motie is de keuze voor temporiseren echter niet voorwaardelijk. De motie spreekt duidelijk uit dat andere projecten nu meer prioriteit verdienen. Hoe gaat de minister zorg dragen dat er eerst wordt ingezet op de in de motie genoemde projecten? In hoeverre is versnelling van deze projecten afhankelijk van de ‘mogelijke voorkeur’ van de provincie Noord-Brabant?

De tijd die door het prioriteren van de in de motie genoemde projecten vrij komt kan volgens genoemde leden worden benut om de plannen voor de Ruit Eindhoven te optimaliseren. De conclusie zou dan uiteindelijk kunnen zijn dat de Ruit niet wordt gerealiseerd of slechts gedeeltelijk of (op een later tijdstip dan oorspronkelijk gepland) helemaal, nog los van het exacte tracé en de inpassing.

Volgens de minister is een aantal van de in de motie genoemde projecten niet geprogrammeerd. Genoemde leden wijzen er op dat dit slechts om een klein deel van de projecten gaat. Het grootste deel van de projecten is wel geprogrammeerd. Door de motie wordt het volgens genoemde leden mogelijk om de temporisering van deze projecten (deels) ongedaan te maken. Genoemde leden delen daarom niet de mening dat het inzetten van het gereserveerde budget voor de Ruit Eindhoven voor de andere projecten (automatisch) het schrappen van de bijdrage voor de Ruit betekent. Het zou inderdaad kunnen betekenen dat een deel van de bijdrage wordt geschrapt. Indien door het prioriteit geven aan andere projecten een deel van  het budget niet meer beschikbaar is en toch wordt besloten de Ruit te realiseren kan dit volgens genoemde leden ook worden opgelost door de Ruit nog iets meer te temporiseren dan wel de aanleg van de Ruit te faseren.

Volgens de minister is een besluit in het najaar ruim op tijd om de geprogrammeerde projecten A27 Houten-Hooipolder en de A58 Eindhoven-Tilburg alsnog te versnellen. De start van deze projecten kan pas op zijn vroegst in 2018 plaatsvinden. Genoemde leden vragen dit te onderbouwen. Wat is de huidige planning (mijlpalen) en wat is de maximaal mogelijke versnelling?

Genoemde leden wijzen er op dat de motie met betrekking tot de A27 ook uitspreekt over het optimaal rekening houden met een toekomstige spoorlijn Breda-Utrecht. Genoemde leden vragen de komende maanden te benutten om dit aspect in samenwerking met de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland uit te werken zodat het project geen vertraging oploopt.

In het verleden is gesproken over het “niet onmogelijk” maken van een spoorlijn. Genoemde leden wijzen er op dat ruimtelijk gezien niets onmogelijk is, maar dat dit wel heel kostbaar kan zijn. De kwestie rond de spoorlijn is juist dat de omvangrijke verbreding van de A27 kan worden gebruikt om zo optimaal mogelijk rekening te houden met een eventuele toekomstige spoorlijn. Mocht besloten worden deze spoorlijn in de toekomst te realiseren, dan kunnen de aanlegkosten van deze spoorlijn honderden miljoenen euro goedkoper uitvallen, zoals de initiatiefnemers hebben aangetoond. Met name op het traject Werkendam-Scheiwijk (rond de brug bij Gorinchem en het knooppunt met de A15) is hier potentieel veel kostenbesparing te boeken voor de spoorlijn als bij de A27 hier optimaal rekening mee wordt gehouden. Omdat dit wel eens bepalend kan zijn voor de vraag of in de toekomst realisatie van de spoorlijn mogelijk is mag volgens genoemde leden deze kans niet worden gemist. Genoemde leden vragen daarom om voor het notaoverleg MIRT dit najaar conform de motie onderzoek te doen naar het “optimaal rekening houden met” en de resultaten vanaf nu mee te nemen in de planvormingsprocedures en de besluitvorming over het wegproject A27 (Tracewet, MER, etc.)

Genoemde leden onderschrijven dat het project in samenwerking met de provincie Noord-Brabant moet worden uitgevoerd, maar zijn van mening dat dit net zo goed geldt voor de betrokken gemeenten. Genoemde leden zouden graag zien dat de motie er toe leidt dat er een breed Elverding proces van de grond komt waarbij samen met de bezwaarmakers ook wordt gekeken welke oplossingen voor de verkeersknelpunten rond Eindhoven en Helmond op een breder draagvlak kunnen rekenen.

Tenslotte vragen deze leden de Kamer blijvend informeren over de stand van zaken met betrekking tot uitvoering van de motie. Zij vragen in ieder geval voor het AO MIRT op 18 juni een brief over de stand van zaken.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Carla Dik
Verkeer & Vervoer

« Terug

Archief > 2014 > januari