Bijdrage Arie Slob aan het algemeen overleg Visserij

donderdag 20 juni 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob met de commissie van Economische Zaken aan een algemeen overleg met staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken  

Onderwerp:   Visserij

Kamerstuk:    29 664

Datum:            20 juni 2013

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij degenen die hebben gezegd dat de visserijsector in zwaar weer verkeert en dat er grote vraagstukken voor ons liggen. De visserijsector is wat ons betreft een kleine maar belangrijke sector voor Nederland. Wij moeten bezien hoe wij deze sector waar mogelijk kunnen ondersteunen en perspectief kunnen bieden, zodat de visserijsector met het oog op de toekomst op duurzame wijze kan blijven werken. Ik sluit mij in dat opzicht aan bij de vragen die de heer Bosman over duurzame vismethodes heeft gesteld. Wij weten dat daar vergunningen aan vastzitten en dat er altijd is gevochten om vergunningen binnen te halen. Het is ergerlijk dat het soms zo lang blijft hangen, terwijl het ook winst voor de natuur zou zijn als er meer ruimte wordt gegeven. Dan hebben wij het nog niet eens over de brandstofkosten voor vissers, want dat scheelt ook een behoorlijke slok op een borrel. Ik hoop dus dat de staatssecretaris zich waar mogelijk inzet om daar meer ruimte voor te krijgen.

Wij zijn blij met het rapport over de toekomst van de binnenvisserij. Het lijkt mij goed dat daar op initiatief van de Kamer onderzoek naar is gedaan. Als je echter doorleest wat er met de adviezen gebeurt, blijft er heel veel hangen. Ziet de staatssecretaris bijvoorbeeld een rol voor zichzelf weggelegd om even "door te duwen" inzake de certificering van paling? Ik wijs ook op de financiering van het succesvolle project Paling over de dijk. Er wordt gevraagd om het breder op te pakken, maar dan wordt het toch weer op één plek ondergebracht. Ik noem ook het gebruik van beroepsvistuig door sportvissers; moet dat niet ingekaderd worden? Volgens mij vroeg een van de collega's ook al om de visplannen als instrument in de Visserijwet te verankeren.

Kortom, er blijft heel veel hangen. Ik vraag de staatssecretaris daarom om waar mogelijk te bezien of de gedane aanbevelingen kunnen worden uitgevoerd. Wij moeten niet over enige tijd constateren dat er wel mooie aanbevelingen zijn gedaan, maar dat die in de praktijk niet echt van de grond zijn gekomen. Daarbij speelt mee dat er zo veel regisseurs, in het bijzonder op het IJsselmeer, actief zijn. Ik noem ook de visstandbeheercommissies, het beheerplan Natura 2000, vergunningen op basis van de Visserijwet en Rijkswaterstaat als waterbeheerder en noem maar op; er zijn heel veel regisseurs. Ik zeg de heer Geurts na dat het goed is als er met name voor het IJsselmeer een commissaris met een zekere doorzettingsmacht komt, om de partijen goed bij elkaar te krijgen en ervoor te zorgen dat knopen worden doorgehakt. Ik ben benieuwd naar de opvattingen van de staatssecretaris daarover.

Het is mij opgevallen dat er gelukkig een aantal potjes zijn waaruit geld beschikbaar wordt gesteld, ook uit het Europees Visserijfonds. Ik noem bijvoorbeeld de 3 miljoen voor nader onderzoek naar de invoering van de aanlandplicht. Wat betreft de aanlandplicht, sluit ik mij kortheidshalve aan bij de opmerkingen die de heer Bosman daarover heeft gemaakt en de vragen die hij daarover heeft gesteld. Toen ik de berichten over camera's aan boord van visserijschepen las, vroeg ik mij af: mensen, hoever moeten wij gaan? Er is soms sprake van misstanden, in verschillende sectoren in Nederland, maar ik vind permanente camerabewaking heel ver gaan. Het straalt ook veel wantrouwen naar de sector uit. Zijn er volgens de staatssecretaris geen andere manieren om op te treden als dingen niet goed gaan?

Er is ook geld beschikbaar gekomen voor de duurzame ontwikkeling van visserijgebieden, onder de voorwaarde dat ook de provincies bijdragen. Voor 2 miljoen van de rijksoverheid moet ook 2 miljoen bij de provincies vandaan komen. Dat geld is voor 2013 bestemd, maar ik vraag me af of dat nog wel op tijd kan worden weggezet. Het zou erg zonde zijn als we het geld zo laat uitzetten dat het bij wijze van spreken niet meer gebruikt kan worden. Ik hoor hierop graag een reactie. Hetzelfde geldt voor de 3 miljoen voor de garnalensector. Daarvoor is het ook vrij laat. Lopen we niet het risico dat het geld weer terugvloeit in het Europees Visserijfonds als het niet tijdig wordt besteed? Dat zou heel vervelend zijn, want dit soort middelen hebben we heel hard nodig om de sector, die in zwaar weer zit, een toekomst te geven.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


Labels
Arie Slob
Bijdragen
Visserij

« Terug

Archief > 2013 > juni