Bijdrage Cynthia Ortega inbreng voorstel verantwoordelijkheid gemeenten schuldhulpverlening

woensdag 10 maart 2010 10:00

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorstel tot de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het belangrijk dat de effectiviteit van de schuldhulpverlening op zowel het gebied van de voorzorg, de hulp bij het oplossen van schulden als de nazorg effectiever wordt geregeld, zodat mensen met schulden weer toekomst krijgen om te kunnen participeren in de maatschappij en dat schulden tevens voorkomen worden. Het beoogde doel van de regering met de voorgestelde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening onderschrijven de leden van de ChristenUnie zodoende, maar wel hebben deze leden nog een aantal vragen die zij graag aan de regering ter beantwoording willen voorleggen. 

 

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat aanvankelijk in de memorie van toelichting was opgenomen dat gemeenten een regierol hebben voor de integrale schuldhulpverlening. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is wegens het niet opnemen van deze regierol in het wetsvoorstel de passage in de memorie van toelichting aangepast, zo stellen de leden van de ChristenUnie-fractie vast. Deze leden willen weten waarom de regering, als zij eerst goede gronden had om de regierol op te nemen in de memorie van toelichting, er nu voor gekozen heeft om de memorie van toelichting en niet het wetsvoorstel aan te passen. Welke afwegingen van de regering zijn daarbij van invloed geweest, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Naast de regiorol van gemeenten in de integrale schuldhulpverlening, wordt de houding van schuldeisers door de regering in de memorie van toelichting ook als een belemmering voor een effectieve schuldhulpverlening genoemd. Het voorliggende wetsvoorstel bevat echter geen bepalingen omtrent de medewerking van schuldeisers, zo stellen de leden van de ChristenUnie-fractie vast. Deze leden willen weten om welke redenen de regering geen bepalingen in het wetsvoorstel heeft opgenomen over de medewerking van schuldeisers voor wat betreft zaken als het op tijd doorverwijzen van cliënten en het tijdig reageren op voorstellen voor schuldregelingen of informatieverzoeken. Hoe gaat de regering de gemeenten ondersteunen om de goede samenwerking met verschillende disciplines daadwerkelijk vorm te kunnen geven, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. 

 

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de regering stelt dat het doen van een aanbod of tot het weigeren van schuldhulpverlening een besluit in de zin van de Awb is, waar zodoende bezwaar en beroep tegen mogelijk is. Wat zijn de rechten van cliënten en de mogelijkheden voor bezwaar en beroep bij de overige besluiten die door de gemeente binnen de minnelijke schuldhulpverlening worden genomen, zo willen de leden van de ChristenUnie-fractie weten. Tevens ontvangen de leden van de ChristenUnie-fractie graag een toelichting waarom het wetsvoorstel zelf niet in een klachtensysteem voorziet. Fouten in het systeem kunnen zo namelijk ook beter worden gesignaleerd. 

 

Gezien het maatwerk dat in een schuldhulpverleningstraject noodzakelijk is bevat het wetsvoorstel geen bepaling over een maximale doorlooptijd, zo staat in de memorie van toelichting. De leden van de ChristenUniefractie willen weten welke garantie de regering voorziet om te voorkomen dat de doorlooptijd aan de andere kant ook weer niet onnodig lang gaat duren. 

 

De regering erkent in het memorie van toelichting dat om tot een schuldhulpregeling te komen het noodzakelijk is dat crediteuren voor een bepaalde periode tijdelijk de invorderingsmaatregelen niet uitvoeren, zo stellen de leden van de ChristenUnie-fractie vast. Hoe denkt de regering bij vrijwillig afgesloten moratoria te waarborgen dat alle relevante schuldeisers zich aan een moratorium houden, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. 

 

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen aan de regering wanneer de nadere uitwerking van de wettelijke gereedschapskist van de gemeentelijke schuldhulpverlening verwacht kan worden. Welke mogelijkheden hebben gemeenten bovendien naast het opleggen van een sanctie aan uitkeringsgerechtigden met een verplichting tot re-integratie om recidive tegen te gaan, zo willen deze leden weten. Ook vragen de leden van de ChristenUnie-fractie welke plannen de regering eventueel nog heeft voor de invoering van een wettelijk recht op een basisrekening, zodat de verzoekers gegarandeerd een bankrekening kunnen krijgen. 

 

De uitvoering van voorstel tot de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zal leiden tot extra kosten voor de gemeenten, zo stellen de leden van de ChristenUnie-fractie vast. Deze leden vragen op welke wijze de regering verwacht dat gemeenten in de extra kosten kunnen voorzien. Het extra budget van 130 miljoen euro in de periode van 2009 tot 2011 is bedoeld om de extra toeloop gedurende de economische crisis op te vangen en niet specifiek voor de bekostiging van het voorstel tot de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 

 

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat in het voorliggende wetsvoorstel geen specifiek toezichtarrangement is opgenomen, maar dat wel wordt voorzien in informatieverstrekking van de gemeenten aan de regering. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen aan de regering of de Tweede Kamer bij wezenlijke problemen in de uitvoering ook tussentijds wordt geïnformeerd, in plaats van enkel in het kader van de na vier jaar plaatsvindende evaluatie. 

 

De VNG is van mening dat in het Cebeon-onderzoek slechts een deel van de kosten die gemeenten in de uitvoering maken worden genoemd en dat niet alle vermelde inverdieneffecten bij gemeenten terecht komen, zo constateren de leden van de ChristenUnie-fractie. Deze leden vragen af of de regering de bevindingen van de VNG kan bevestigen en welke gevolgen dit dan heeft voor de financiële onderbouwing van de uitvoering van het voorstel tot de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 

 

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat binnen de voorgestelde wettelijke bepalingen over het plan dat de gemeente moet opstellen over de integrale schuldhulpverlening de verplichting tot het geven van nazorg niet is opgenomen. Op grond van welke redenen heeft de regering dit alleen in de memorie van toelichting genoemd maar niet in het wetsvoorstel zelf, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Ook willen deze leden van de regering graag weten waarom het voorliggende wetsvoorstel geen nadere bepalingen bevat over waaraan de te geven voor- en nazorg moet voldoen, zodat hierbij tevens sprake is van een minimumniveau voor alle gemeenten. Vrijwillige organisaties kunnen tevens een belangrijke rol vervullen bij het verlenen van voor- en nazorg, de leden van de ChristenUnie-fractie vragen dan ook aan de regering hoe in de uitvoering van dit wetsvoorstel hier rekening mee wordt gehouden. In de memorie van toelichting worden daarnaast meerdere aanvullende richtlijnen aangedragen over de wijze waarop gemeenten de schuldhulpverlening kunnen inrichten. De leden van de ChristenUnie-fractie welke waarde de regering hieraan ten opzichte van in het wetsvoorstel opgenomen bepalingen hecht. Worden gemeenten die de schuldhulpverlening op aan andere manier invullen en minder presteren aangesproken door de regering, zo willen de leden van de ChristenUnie-fractie weten. 

 

Binnen vier weken dan wel binnen drie werkdagen in een bedreigende situatie dient het eerste gesprek van de gemeente met de hulpverzoeker plaats te vinden. De leden van de ChristenUnie-fractie verzoeken aan de regering om toe te lichten in hoeverre het overschrijden van deze termijnen sancties voor de gemeenten of rechten voor de verzoeker tot gevolg heeft. Om welke redenen is er in het wetsvoorstel geen recht opgenomen voor de verzoeker om zich aan te melden bij een andere gecertificeerde schuldhulpverleners als de gemeente niet aan de gestelde termijnen voldoet, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Tevens vragen de leden van de ChristenUnie-fractie waarom het hebben van voldoende eten en drinken als eerste levensbehoefte niet als een bedreigende situatie wordt aangemerkt. Kan de regering ook een toelichting geven waarom bij een bedreigende situatie voor een termijn van drie dagen is gekozen en niet voor snellere eerste hulp in een crisissituatie voorzien wordt, zo willen de leden van deze fractie weten. In het wetvoorstel is bepaald dat het college de verzoeker in het eerste gesprek inzicht moet geven over het te bereiken resultaat, zo stellen de leden van de ChristenUnie-fractie vast. Deze leden willen graag van de regering weten hoe dit resultaat precies kan worden gedefinieerd en welke consequenties voortvloeien uit het niet behalen van de afgesproken resultaten. 

 

Labels
Bijdragen
Ed Anker

« Terug

Archief > 2010 > maart