Bijdrage Esmé Wiegman inbreng wijziging wet milieubeheer

donderdag 30 september 2010 10:00

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden onderschrijven het doel van dit wetsvoorstel om te komen tot verdere reductie van CO2-emissies in de glastuinbouw en zijn blij dat hier in samenwerking met de sector hard aan wordt gewerkt, waarbij onnodige extra regeldruk wordt voorkomen. Zij hebben over het wetsvoorstel de volgende vragen. 

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat in het werkprogramma Schoon en Zuinig een ambitie is neergelegd voor de emissie van CO2 van de land- en tuinbouw in 2020. Deze leden vragen in hoeverre de emissieplafonds die zullen worden bepaald voor het systeem van kostenverevening, gekoppeld zijn aan de doelen van Schoon en Zuinig. Klopt het dat binnen het voorgestelde systeem in de eerste jaren de uitstoot als gevolg van energieproductie voor derden door warmtekrachtkoppeling nog niet wordt meegenomen in het plafond? Deze leden vragen of het de bedoeling is het systeem van kostenverevening op dit punt na de eerste twee jaar aan te passen.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de emissieruimte voor de kostenverevening nog niet is vastgesteld. Ligt het niet voor de hand, zo vragen deze leden, aangezien de doelen voor 2020 reeds zijn vastgesteld in Schoon en Zuinig, de periodieke plafonds in voorliggend wetsvoorstel op te nemen zodat er duidelijkheid is voor de sector?

Hoe wordt bij de bepaling van de plafonds in het systeem van kostenvereve-ning omgegaan met de verschillen tussen de IPCC-uitgangspunten (CO2-uitstoot) versus de berekening in Schoon en Zuinig die meer uitgaat van energieverbruik?  De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wat de gevolgen zijn voor het voorgestelde systeem als meerdere bedrijven gedurende de periode 2010–2020 door fusie of autonome groei zo groot worden dat ze wel binnen het EU-ETS gaan vallen. Wordt navenant de emissieruimte voor het systeem van kostenverevening beperkt? Omgekeerd constateren deze leden dat steeds meer glastuinbouwbedrijven ook energie leveren aan derden o.a. door toepassing van warmte krachtkoppeling. Hierdoor produceren zij op een efficiëntere manier energie dan meer conventionele methoden van energieopwekking. Deze leden vragen hoe dit zich verhoudt tot de emissieruimte in dit wetsvoorstel aangezien het niet ondenkbaar is dat de emissies voor de sector in totaal toenemen terwijl, door de energielevering, per saldo sprake is van een meer energie-efficiëntie en CO2-reductie. Deelt de regering de mening dat door de toename van duurzame energieopwekking door glastuinbedrijven buiten het ETS er meer ruimte komt voor CO2-uitstoot binnen ETS?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of inzichtelijk is en gedurende de proefperiode inzichtelijk zal worden gemaakt hoeveel CO2-rechten door de glastuinbouwsector op deze manier worden bespaard zonder dat dit gevolgen heeft voor het ETS-plafond. Deze leden vragen of er een correctie mogelijk is binnen de ETS-sector, zodat winsten die buiten het ETS worden geboekt niet leiden tot ongewenste effecten binnen het ETS.  De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat er geen sprake is van een absoluut plafond. Deze leden vragen daarom wat er gebeurt als meerdere jaren de emissieruimte wordt overschreden, ondanks de kostenverevening. Worden de middelen die dit oplevert ingezet voor compenserende maatregelen, bijvoorbeeld door het opkopen van CO2-emissierechten of het nemen van emissiereducerende maatregelen?

De overheid stelt de hoeveelheid emissies vast. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke criteria hiervoor gelden. Een belangrijk gegeven hiervoor is de opgave van het energieverbruik. Deze leden vragen of deze gegevens openbaar zijn en of de voorgestelde procedure past binnen artikel 7 van het Verdrag van Arhus. Deze vragen tevens of dit besluit open staat voor bezwaar en beroep. Voorts vragen deze leden of er een relatie is tussen het voorliggend wetsvoorstel en de energiebelastingen voor de sector. Klopt het dat het systeem van kostenverevening of een alternatief noodzakelijk is ter onderbouwing van de belastingtarieven?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om inzichtelijk te maken wat de beoogde effecten zijn van de invoering van het systeem van kostenverevening in de initiële fase (tot 2013) en wat deze effecten zouden zijn als het systeem niet zou worden ingevoerd. Deze leden vinden het systeem passen in het reeds eerder ingezette proces om te komen tot reductie van emissies binnen de sector en begrijpen de behoefte aan een opvolger van de eisen gesteld in het Besluit glastuinbouw. Deze leden zouden echter wel graag nader onderbouwd zien dat het voorgestelde systeem niet alleen procedureel een verbetering is ten opzichte van het bestaande systeem van energienormen, maar ook daadwerkelijk tot verdergaande emissiereductie tot 2013 leidt dan als er in deze jaren niets zou gebeuren. Deze leden vragen dit te meer omdat in de periode 2011–2012 sprake is van een beperkt systeem: er is geen constante prikkel om de emissies te reduceren tot een lager niveau dan de vastgestelde emissieruimte. Deze leden vragen op welke wijze een dergelijke prikkel in de toekomst wel kan worden gerealiseerd. Gaat het hier om een financiële prikkel, en zo ja, uit welke budgetten kan die worden gefinancierd of betreft het een andersoortige prikkel? Deze leden vragen waarom een dergelijke prikkel in het initiële systeem nog niet is meegenomen, maar pas eventueel wordt voorgenomen voor de periode 2013–2020. In de memorie van toelichting wordt dit gekoppeld aan een evaluatie. Deze leden vragen op basis van welke criteria een dergelijke prikkel wordt overwogen.

 

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat met energiebesparende maatregelen vaak investeringen zijn gemoeid die over een reeks van jaren moeten worden terugverdiend. Het kan voor bedrijven daarom op natuurlijke investeringsmomenten aantrekkelijk zijn om verdergaand te investeren in emissiereductie. Deze leden geven daarom in overweging om een positieve prikkel toe te voegen aan het systeem gecombineerd met de mogelijkheid om indien daar aanleiding is vanwege versnelde verlaging van de emissies de beoogde plafonds sneller te verlagen om ook sector breed voldoende prikkels te

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2010 > september