Column Friesch Dagblad

zaterdag 16 februari 2002 12:24

Het najaar is de tijd van de begrotingen in de Kamer. Voor mij was de begroting van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking de eerste die ’ik deed’. Mijn andere begrotingen: die van Defensie en van Verkeer en Waterstaat zijn door fractiegenoten waargenomen. Een mens kan nu eenmaal maar op één plek tegelijk zijn. Je kunt niet als lid van de enquêtecommissie Srebrenica iemand verhoren en tegelijkertijd een begrotingsdebat met de minister voeren. Dat is een menselijke beperking die je als Kamerlid wel eens als storend ervaart. Evenals het feit dat een dag niet meer dan 24 uur heeft en je daarvan ook nog een aantal moet slapen. Als Kamerleden betrokken waren geweest bij de schepping en daar hun zegje over hadden kunnen doen, was op dat beperkte van de menselijke mogelijkheden waarschijnlijk wel een amendement gekomen.

Terug naar mijn eerste begroting. De tijd die ik graag zou nemen om zaken eens rustig voor te bereiden, ontbreekt mij. Dat betekent dat veel voorbereidend werk op de fractiemedewerkers neerkomt. Want de bijdrage van de ChristenUnie moet wel inhoudelijk en verantwoord zijn. Met twee medewerkers, één voor ontwikkelingssamenwerking en één voor buitenlandse zaken en een aantal externe deskundigen en adviseurs spreken we mijn inbreng grondig door. Met de verkiezingen voor de deur is de scoringsdrift in de Kamer toegenomen. Het duidelijk maken van de eigen standpunten, los van de politieke haalbaarheid, staat bij veel partijen bovenaan. Ook wij laten graag weten dat voor ons het budget voor ontwikkelingssamenwerking omhoog moet. In de alternatieve begroting die de ChristenUnie heeft ontwikkeld, is dat heel goed mogelijk. Onze rijkdom houdt verantwoordelijkheid in voor de armen en kanslozen op onze wereld. Maar het lijkt een algemene tendens in de kamer dat ontwikkelingssamenwerking juist wel een tandje minder kan. Het idee is dat delen van vredesmissies en opvang van asielzoekers ook uit de pot voor ontwikkelingssamenwerking kunnen worden betaald. Wanneer ik tegenover de minister opmerk dat met het uitbreiden van het takenpakket van ontwikkelingssamenwerking ook het budget omhoog zou moeten, hoor ik achter mij de woordvoerders van de VVD sissen en ‘nee’ roepen. Zij bepleiten juist verlaging van het budget en vergroting van de taken. Met het opheffen van de handelsbarrières zijn de problemen, volgens de VVD, voor een groot deel opgelost. Alsof daarmee honger, kinderarbeid en ongelijke verdeling in de ontwikkelingslanden zelf, zijn opgelost.
Met de motie over schendingen van het recht op vrijheid van Godsdienst, krijg ik bijna de hele kamer achter mij. Schending van dat mensenrecht grijpt diep in. Godsdienst raakt het diepste en meest wezenlijke van het menselijke bestaan. Martelingen en gevangenschap springen meer in het oog, maar de ernst van het schenden van het recht van mensen om hun geloof te belijden, kun je moeilijk onderschatten. Hier geen gesis, maar algemene instemming met onze motie die voorstelt om de notitie over het beleid inzake schendingen van dit recht, aan te passen en te actualiseren.
De behandeling van een begroting duurt al gauw zo’n anderhalve dag tot twee dagen. In de politieke kringloop is het een belangrijk moment omdat bij uitstek het beleid van de minister aan de orde komt. Kamerleden kunnen alle onderwerpen aansnijden, die zij belangrijk vinden.

Terug in Heerenveen ben ik behoorlijk uitgeput van het hectische Haagse bestaan. Die lege weilanden met een enkele vogel erboven relativeren iets van het soms opgeklopte politieke leven. Dan komt de zondag, die goddelijke dag waarop je mag rusten. Toch maar goed, dat God politici niet mee liet beslissen bij de schepping. Een beperking kan ook een zegen zijn.

Deze column is verschenen in het Friesch Dagblad
Labels
Opinie
Tineke Huizinga

« Terug

Reacties op 'Column Friesch Dagblad'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.