meditatie residentiepauzedienst 180203

maandag 24 februari 2003 17:02

TEKST UITGESPROKEN TIJDENS RESIDENTIEPAUZEDIENST 180203
Waalse kerk te den Haag

Het jaarthema voor de residentiepauzediensten 2003 is te vinden in Galaten 5 vers 22. Het is een bijbeltekst die al een aantal jaren in mijn woning is terug te vinden. Iedere dag opnieuw gaan mijn ogen er langs. En naar ik hoop ook de ogen van mijn vrouw, kinderen en iedereen die bij ons te gast is. Galaten 5 vers 22 is de tekst die gaat over de negenvoudige vrucht van de Geest. Er staan – om met de Engelse theoloog Stott te spreken – waarheden in die voor een ieder van Gods volk van geweldige betekenis zijn. Al meer dan 20 jaar lang spreekt Stott deze tekst iedere morgen een keer hardop uit. Hij inspireerde mij om deze tekst ergens in mijn huis op te hangen. Dat is de koelkast geworden. Op het lijstje met het rooster voor het afruimen van de tafel. Daar hangen ze dan: de negen vruchten van de Geest. En er staat heel fraai achter geschreven dat de wet er niets op tegen heeft (vertaling GNB).

De vorige residentiepauzedienst is er stil gestaan bij de eerste vrucht van de Geest: die van de liefde. Het is niet voor niets dat de liefde voorop staat. Liefde is namelijk het grootste dat er in de wereld bestaat. En dan heb ik het over de bijbelse liefde. Liefde die niet zichzelf maar de ander zoekt. Vader, Zoon en Geest zijn in een in zichzelf weggevende liefde met elkaar verbonden. Hij die liefde is en zijn liefde aan ons heeft geschonken, roept ons op Hem en anderen lief te hebben. Bv in 1 Joh 4: 19: ‘wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad’. Liefde is het uitgangspunt, de hoogste, de verhevenste, de meest onderscheidende karaktertrek van het volk van God.

En dan volgt na de vrucht ‘liefde’ in Galaten 5 de vrucht ‘blijdschap’. Mij is gevraagd als christenpoliticus iets te zeggen met betrekking tot het thema ‘de vrucht van de Geest is …blijdschap’. Wat moet ik daar nu mee aan?, was mijn eerste gedachte toen ik dit onderwerp doorkreeg. Over de vrucht van de geest ‘liefde’ zou ik uren kunnen praten. Over de volgende vrucht ‘vrede’ ook wel, maar wat moet ik als christenpoliticus zeggen over de geestesvrucht ‘blijdschap’. Hebben we namelijk wel zoveel reden om blij te zijn. Wie praat er nu over blijdschap in een tijd waarin verwarring en twijfel vrijbaan hebben. De wereld waarin wij leven houdt haar adem in. Komt er nu wel of niet een oorlog met Irak. Het houdt ons allemaal bezig. Niet alleen de situatie rond Irak is bedreigend. In het Midden-Oosten lijkt er maar geen einde te komen aan de spiraal van geweld. En in grote delen van het werelddeel Afrika is er honger en maakt de ziekte Aids dagelijks duizenden slachtoffers. Hoe zou je daar nu blij bij kunnen zijn. Hier past eerder het wie zou niet wenen.

Ook in ons eigen land is er vaak weinig reden om blij te zijn. Economisch krijgen we steeds meer tegenwind. Het aantal werklozen is weer sterk aan het oplopen. Hetzelfde kan gezegd worden van het aantal mensen dat dakloos is. Vertwijfeling is er ook bij de vele duizenden asielzoekers die al jaren tevergeefs wachten op uitsluitsel op hun verzoek om in ons land te mogen blijven. En wat moet ik zeggen van het feit dat jaarlijks ca. 35.000 kinderen sterven in de moederschoot. En zou kan ik nog wel even doorgaan. Hoe zo, blijdschap? Ook hier zou eerder kunnen gelden: wie zou niet wenen.

En toch is een van de vruchten van de Geest, de vrucht van de blijdschap. Het is evenals de liefde, de lankmoedigheid en al die andere vruchten van de Geest aan het leven van een christen verbonden. Blijdschap. In het bijbelboek Filippenzen worden we zelfs door de apostel Paulus verscheidene malen opgeroepen om blij te zijn. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 4 vers 4 waarin hij de oproep zelfs tweemaal laat horen en daaraan toevoegt dat onze vreugde er moet zijn ‘te allen tijde’. Blijdschap is dus niet alleen maar een gave, een vrucht van de Geest, maar ook een opgave. Het moet er zelfs in alle omstandigheden – te allen tijde - zijn. Dus ook in omstandigheden die we als minder plezierig ervaren, zoals ik die zojuist ook voor onze tijd heb geschetst. In dat opzicht is Paulus en de Filippenzen ons overigens ten voorbeeld. Zowel voor Paulus als de gemeente te Filippi waren de omstandigheden niet plezierig. Paulus zat in de gevangenis en de gelovigen te Filippi hadden veel strijd te verduren en moesten ter wille van het Evangelie lijden. Bovendien bevonden ze zich in een vijandige en verdwaasde wereld. De blijdschap waartoe opgeroepen wordt, kan dan ook niet bepaald worden door de omstandigheden. Het moet en mag een blijdschap in de Here zijn. Wie zich niet door de omstandigheden maar door Christus die Heer is laat beheersen, zal echte blijdschap ervaren, zelfs onder druk en moeite.

Blijdschap is in de brief aan de Filippenzen en in het hele Nieuwe Testament nooit iets dat op zichzelf staat. Als we ook in onze tijd blijdschap als een zelfstandig doel zouden nastreven, dan is dat bij voorbaat al gedoemd om te mislukken. Dan is blijdschap een dwaallicht, een fata morgana. Blijdschap is vanuit Bijbels perspectief gezien– en dat geldt ook voor de vrede – echter een bijproduct van de liefde. God geeft het ons niet als we het najagen, maar alleen als we ernaar streven Hem en onze naaste lief te hebben. Alleen als we liefhebben kunnen we blijdschap ervaren. Dat is iets om goed vast te houden. Ook voor mij als christenpoliticus. Als je God kent door de Here Jezus, dan komt er een diep geluk in je. Zelfs in moeilijke omstandigheden. Een onverwoestbare blijdschap. En die is van de Heilige Geest. Net als bij die mensen op de 1e Pinksterdag. Het trilde bij hen van vreugde. Die mensen waren zo blij, dat anderen dachten dat ze dronken waren. Opgetogen waren ze, in vervoering en ze verheerlijkten God. En dat is het nou wanneer het Koninkrijk van God doorbreekt in je leven; dan word je opgetild, je voelt je licht, je raakt enthousiast, je gaat zingen.

Dat mag voor iedere christen gelden. Op welke plaats God hem of haar ook gesteld heeft. Ik merk bij mijzelf ook dat het kracht geeft om vol te houden. Ook als politiek gezien –naar de mens gesproken- soms al je werk bij de handen lijkt af te breken. Ook als – en weer naar de mens gesproken- de ruimte voor christelijke politiek soms eerder kleiner dan groter lijkt te worden. Ook dan geldt voor mij de dagelijkse opdracht om de vrucht van blijdschap in mijn leven de ruimte te geven. Ik weet het: dat gaat niet vanzelf. Dat ging het ook niet bij Paulus en Silas die in die gevangenis te Filippi zaten. Leest u het maar na. Ze hebben eerste gebeden. En terwijl ze baden, uitte zich hun blijdschap in lofprijzing. En zo mag ook in het leven van een christen in deze tijd onze blijdschap, onze vriendelijkheid alle mensen bekend zijn. De blijdschap in de Here die niet alleen onszelf moet en mag veranderen, maar ook onze omgeving.

Ik las eens het verhaal van een man die in de bergen van Californië een oude bergbewoner ontmoette. De bergbewoner had twee honden die steeds met elkaar aan het vechten waren. De man vroeg aan de bergbewoner welke hond meestal won. De hond die ik het beste voer, zei de oude bergbewoner. Dat is een mooi beeld. Onze nieuwe menselijke natuur – waarin de vruchten van de Geest centraal mogen staan, ook de vrucht van blijdschap – zal namelijk ook de overwinning behalen over onze oude natuur als we de nieuwe goed voeren en de oude uithongeren. Dat brengt ons ook bij de boodschap van Pinksteren. Pinksteren betekent: de Geest maakt je blij. En wanneer je blij bent, ervaar je de kracht van de Heilige Geest in je. En die blijdschap houdt nooit meer op. Zo mag Gods rijk in ons leven doorbreken. Halleluja.

Bij de voorbereiding van deze meditatie heb ik onder meer gebruik gemaakt van:

Dr. L. Floor, Filippenzen. Een gevangene over de stijl van Christus. Kampen, 1998

John Stott, De christen als tijdgenoot. Apeldoorn, 1996

Preek van mijn wijkpredikant ds. H.J. Messelink over Romeinen 14.
Labels
Arie Slob
Toespraken

« Terug

Reacties op 'meditatie residentiepauzedienst 180203'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2003 > februari