Bijdrage Joël Voordewind aan het plenair debat over de uitkomsten van de Europese Raad

dinsdag 02 september 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken aan een plenair debat met minister-president Rutte

Onderwerp:   Debat over de uitkomsten van de Europese Raad

Kamerstuk:    21 501 - 20

Datum:            2 september 2014

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Het waren dramatische zomermaanden met het neerstorten van de MH17 en het verlies van vele Nederlanders, maar ook mensenlevens uit Australië en andere landen. Het leven van vele landgenoten zal nooit meer hetzelfde zijn. Er zijn gaten geslagen in vele families en gemeenschappen in Nederland; een onvoorstelbaar leed. Het is dan ook goed dat de Kamer hierbij vanmiddag heeft stilgestaan. De ChristenUnie wil nogmaals haar waardering uitspreken voor de enorme inzet van het kabinet, en ook voor de inzet van het onderzoeksteam om de lichamen terug naar Nederland te krijgen. Het is ook goed dat wij nog een nationale herdenking krijgen om hierbij collectief stil te staan, zoals wij dat eerder al deden tijdens de dag van nationale rouw.

Zelfs na de ramp ging de oorlog in Oekraïne door. Dat gold ook voor de Gaza-oorlog, de doorlopende oorlog in Syrië en de opmars van ISIS in Irak. Ik noem ook de humanitaire ramp die volgde toen de yezidi's, christenen en andere minderheden moesten vluchten. Ik heb het vanmiddag ook genoemd: twee weken geleden was in Irak. Ik heb daar met vluchtelingen gesproken. Je kon de doodsangst in hun ogen zien. Zij waren gevlucht voor een demonische macht van ISIS, met alle rampen van dien: een vrouw die haar gehandicapte man achter moest laten, en zo gingen de verhalen maar door. De Europese Raad heeft erkend dat er sprake is van een humanitaire crisis in Irak en veroordeelt het geweld van ISIS, het moorden en verdrijven van met name religieuze en etnische minderheden. Wat wordt de komende weken de inzet binnen Europa en binnen Nederland als het gaat om de vreselijke dreiging die nu in het Midden-Oosten waant?

Wij hebben hierover vanmiddag ook in het mondelinge vragenuurtje gesproken. Ik vraag de minister-president om de coördinatie op zich te nemen om zo mogelijk in ieder geval met Duitsland te bekijken wat Europa nog verder zou kunnen doen om de minderheden in Noord-Irak te beschermen. Dat gaat ook over fysieke bescherming. Mensen hebben mij gezegd: wij durven niet meer terug, want als wij dat doen, zullen wij onze Arabische buren uit onze buurtdorpen en zelfs uit onze eigen dorpen weer onder ogen moeten zien, terwijl het deze Arabische buren waren die de letter N op onze huizen hebben geschilderd, zodat de jihadisten precies wisten waar de christenen en yezidi's zaten. Wat gaat Nederland daarin betekenen? Vanmiddag hoorden we van de minister van Defensie dat daarvoor transportmogelijkheden worden vrijgespeeld. Ik ben daar blij mee, maar de Koerden hebben meer nodig dan alleen transportmiddelen, helmen en vesten. Ik hoor graag van de minister-president welke mogelijkheden hij ziet voor een Nederlandse inzet. Datzelfde geldt voor de humanitaire hulp. De Europese Raad heeft daarover gesproken, maar verder geen actieplan gemaakt of een coördinerende campagne ingezet rond de vraag hoe nu om te gaan met de vluchtelingen. Graag hoor ik hoe de minister-president dat ziet, ook voor de komende week en weken.

Ik kom dan op Oekraïne. Voor de Europese top wilde dit kabinet nog niet spreken van een Russische invasie of het meevechten van de Russische troepen met de separatisten. De Europese top heeft daar verandering in gebracht. Er wordt heel duidelijk gezegd dat er nu troepen en materieel van Rusland actief zijn in Oost-Oekraïne. Erkent de minister-president dat er op dit moment sprake is van een duidelijke Russische aanwezigheid in Oost-Oekraïne? Ondertussen leveren de gesprekken in Minsk tussen Oekraïne en Rusland weinig op, behalve dat Poetin nog eens heeft aangegeven binnen twee weken Kiev te kunnen veroveren als hij dat zou willen. Aan het kabinet vraag ik waar de rode lijn nu ligt. Uit eerdere debatten kan ik me herinneren dat we hebben gezegd dat er een rode lijn zou worden overgegaan op het moment dat de Krim zou worden aangevallen en ingenomen. Dat hebben we meegemaakt. Nu hebben we gezien — in het verslag van de Europese top wordt dat ook genoemd — dat de Russen daadwerkelijk in Oost-Oekraïne aanwezig zijn. Wanneer gaan we nu echt tot actie over wat Europa betreft? We lezen over een very high readiness joined task force. Gaat Nederland daaraan deelnemen en leveren? Is dat dan het militaire signaal dat we op dit moment aan Moskou afgeven? Graag hoor ik van dit kabinet of we inderdaad aan deze snellereactiemacht gaan deelnemen.

In hetzelfde kader waren er opmerkingen van de president van Oekraïne, en ook van secretaris-generaal Rasmussen, over het snel van de NAVO lid laten worden van Oekraïne. Wat vindt de minister-president van die uitspraak? Is dat een optie? Misschien is het dat niet nu, maar ziet het kabinet die mogelijkheid dan in de toekomst? Of ziet het kabinet dit als oorlogstaal vanuit de NAVO? Wordt er in dat geval ook overleg gevoerd over de signalen van de Europese Unie en dat van de NAVO? Het kan toch niet zo zijn dat er tegenstrijdige berichten worden gegeven, zowel door de NAVO als door de EU? Graag ontvang ik daarop een reactie van de minister-president.

Ten slotte, voorzitter, hoor ik graag duidelijkheid over de kandidatuur van de — nu nog — minister van Buitenlandse Zaken. Voor welke Commissiepost is hij gekandideerd? Kan de minister-president daarover wat zeggen? Is dat een post waaraan het vicevoorzitterschap van de Commissie gekoppeld is?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Buitenlands beleid
Joël Voordewind

« Terug

Archief > 2014 > september