spoeddebat tekort aan kraamverzorgenden

woensdag 28 mei 2008 00:00

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Het eerste bericht over een dreigend tekort aan kraamverzorgenden kwam bij mij binnen in de vorm van een eenvoudig emailtje van een moeder van twee kinderen die zwanger was van haar derde. Wat staat haar in de zomer te wachten, als zij is uitgerekend? In mijn bijdrage vandaag wil ik daar ook mee starten. Als wij het hebben over dreigende tekorten in de kraamzorg gaat het niet om gemiddelden -- landelijk gezien zou het gemiddeld gezien misschien wel kunnen meevallen -- maar om de garantie waarop elke zwangere vrouw persoonlijk moet aankunnen. "Ik krijg de zorg waar ik recht op heb tijdens en na de bevalling, ik ben verzekerd van goede zorg."

Voor ons als ChristenUnie is het debat van vandaag extra wrang, omdat de extra uren kraamzorg waarvoor wij altijd hebben gepleit en die in het coalitieakkoord terecht zijn gekomen, waarna ze in het basispakket zijn omgezet in extra uren, in de praktijk kennelijk niet altijd kunnen worden vertaald in daadwerkelijke kraamzorg. Vorige week kreeg ik de antwoorden op mijn schriftelijke vragen binnen, waarvoor dank. Het antwoord van de minister op een vraag over de plicht van de zorgverzekeraars, het tijdelijke karakter van de krapte en zijn verwachting voor een flexibele inzet stelt mij nog niet gerust. In hoeverre kan er nog meer flexibiliteit verwacht worden voor een sector waar in de afgelopen jaren al zoveel flexibiliteit is gevraagd en waar nu al sprake is van meer uren werken dan in het contract staat? Er wordt bij twee, soms drie gezinnen per dag gewerkt, met daarbij ook nog eens veel reistijd. Een belangrijke vraag is ook wat deze krapte betekent voor het werk van verloskundigen. Hoeveel flexibiliteit mag van deze beroepsgroep worden verwacht? Wat betekent dit alles voor de veiligheid en goede zorg voor moeder en kind?

Zorgverzekeraars Nederland zou aan een oplossing werken. Hoever staat het daarmee? Hoe beoordeelt de minister de noodoplossing van UVIT, het extra paar handen of kraamzorg van een bekende? Wat betekent de krapte voor het extra geld dat beschikbaar is gesteld? Er is 34 mln. extra in de kraamzorg gestopt, maar volgens de beroepsorganisatie van kraamvrouwen is er niet genoeg personeel om het geld aan uit te geven. Op welke termijn verwacht de minister dat de kraamzorg op volle kracht kan werken en alle uren zorg kan leveren waarop vrouwen recht hebben? Om de percentages uit de borstvoedingsmotie, door mij ingediend tijdens de begrotingsbehandeling, te halen heeft de minister de kraamzorg hard nodig. De ChristenUnie verwacht dan ook van hem maximale inzet om de krapte in de kraamzorg weg te werken.

Mevrouw Langkamp (SP):

Hoe staat u tegenover het idee van noodoplossingen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voor mij is het belangrijkste dat er zorg wordt geleverd, het liefst door de kraamverzorgenden zelf. Dat is immers de beroepsgroep die dat het beste kan. Maar ik kan mij wel voorstellen dat de minister geen blik open kan trekken, waarna het is geregeld. Ik kan mij daarom voorstellen dat op heel korte termijn moet worden gekeken wat nog meer mogelijk is aan uitwisseling, maar ook aan alternatieve vormen van zorg. Maar op het moment dat je van een beroepsgroep extra inzet vraagt, moet dat financieel worden vertaald.

Mevrouw Langkamp (SP):

Dat verbaast mij want kraamverzorger is een heel specifiek beroep waar specifieke kennis voor nodig is. Die kijkt bijvoorbeeld of een pasgeboren baby'tje goed groeit, of de borstvoeding goed gaat, enzovoorts. Daar is een verloskundige niet voor opgeleid. Het verbaast mij dus dat u dat acceptabel vindt.

Wat vindt mevrouw Wiegman ervan om alle kraamverzorgers die afgehaakt zijn via een wervingscampagne te verzoeken om er weer bij te komen en de nood te ledigen? Zij zijn er immers wel voor opgeleid en kunnen nu bijspringen om het probleem tijdelijk op te lossen, in ieder geval voor deze zomer. Daarnaast moeten natuurlijk structurele maatregelen worden genomen om de tekorten weg te werken. Wat vindt zij van een wervingscampagne?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dat lijkt me heel goed. Het mooiste zou zijn als dit probleem binnen de organisaties van kraamverzorgers zelf opgelost kan worden. Daar ben ik een groot voorstander van. Als het echter na wervingscampagnes niet lukt om het probleem op te lossen en je staat voor de keuze om tegen een vrouw te zeggen dat er geen kraamzorg is of om met alle mogelijke middelen een vorm van zorg proberen te bieden, dan kies ik voor het laatste. Liever dat dan tegen mensen zeggen: bekijk het maar. Dat kraamverzorger echter een specifiek beroep is en dat kraamzorg het beste door deze beroepsgroep geleverd wordt, staat als een paal boven water.

Mevrouw Langkamp (SP):

Mevrouw Wiegman is het dus met mij eens dat wij eerst alles op alles moeten zetten om de kraamverzorgers die nu niet meer als zodanig werkzaam zijn er weer bij te krijgen en daarna pas over

second best-oplossingen te gaan nadenken.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ja, het liefst zie ik kraamverzorgers. Misschien kan het geld dat nu niet wordt ingezet voor extra uren kraamzorg, worden gebruikt om via een verkorte opleiding in een korte tijd meer kraamverzorgers op te leiden dan via de reguliere opleidingen? Eerst moet de focus op de kraamverzorgers liggen. Naar alternatieven mag alleen gekeken worden onder de voorwaarde dat er financieel wat tegenover staat, zodat er echt goede zorg geleverd kan worden.

Mevrouw Arib (PvdA):

Ik ben het met mevrouw Wiegman eens dat alles op alles moet worden gezet om kraamverzorgers terug te winnen voor het beroep en dat verloskundigen bij moeten kunnen springen. De minister houdt in zijn antwoord op mijn schriftelijke vragen ook de mogelijkheid open om vrouwen een budget te geven zodat zij zelf kraamhulp kunnen regelen. Die hulp kan ook van de buurvrouw of van de familie zijn. Wat vindt mevrouw Wiegman daarvan?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dat moet dan ook echt een mogelijkheid zijn. De vrouwen die nu om kraamzorg vragen verwachten ook echt kraamzorg en geen zakje met geld om zelf zorg te gaan inkopen. Daar zijn zij immers voor verzekerd, zeggen zij. Wat dat betreft ben ik benieuwd of daar vanavond meer over gezegd kan worden. Met een zak geld voor de mensen zelf wordt het probleem immers niet opgelost.

Mevrouw Schermers (CDA):

Mevrouw Wiegman zei zo-even dat het niet-gebruikte geld, bestemd voor de vijf uur extra, gebruikt kan worden voor een korte cursus. Benadert zij het beroep van kraamverzorgende daarmee niet wat negatief? Is dat met een korte cursus of een cursusje te leren?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik heb niet gesproken van een korte cursus of een cursusje. Ik doel erop dat in een kort tijdsbestek wellicht een volwaardige opleiding kan worden aangeboden in plaats van de reguliere, langdurige opleiding. Ik heb begrepen dat die mogelijkheden er zijn. Dat zou deels een mooie oplossing zijn van het probleem.

De heer Dibi (GroenLinks):

Er blijft nu geld op de plank liggen omdat er gewoonweg niet genoeg kraamverzorgers zijn. De Kamer wil nu in meerderheid oude kraamverzorgers weer inschakelen. Zou het niet-gebruikte geld niet ook gebruikt kunnen worden om deze mensen wat meer te geven als zij bereid zijn opnieuw hun beroep te op te pakken? Zij krijgen dan extra betaald.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik weet niet of ik degene ben die vanavond moet spreken over meer geven. Het is ontzettend belangrijk dat binnen de beroepsorganisaties oplossingen worden gezocht en dat daar keuzes worden gemaakt over de beste inzet van geld dat niet via de reguliere weg weggezet kan worden.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dien een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

- het basispakket is uitgebreid met meer uren kraamzorg;

- voor deze uitbreiding 34 mln. beschikbaar is gesteld;

- er onvoldoende kraamverzorgenden zijn om dit geld in meer uren kraamzorg om te zetten;

verzoekt de regering:

- zorgverzekeraars op te roepen de genoemde 34 mln. deels in te zetten voor de flexibele inzet van kraamverzorgenden gedurende de periode waarin sprake is van een tekort aan kraamverzorgenden en daarover met kraamzorgaanbieders afspraken te maken;

- zorgverzekeraars op te roepen de genoemde 34 mln. deels in te zetten om de kosten van een verkorte opleiding voor kraamverzorgenden mogelijk te maken en daarover met kraamzorgaanbieders afspraken te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Wiegman-van Meppelen Scheppink en Arib. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 61 (29282).

Mevrouw Schermers (CDA):

In de inbreng van de ChristenUnie is gesproken over de verkorte kraamzorgopleiding. Dat doet mevrouw Ortega-Martijn nu in de motie weer, terwijl de minister heeft toegezegd dat hij dat geld gedeeltelijk zou willen besteden aan het opleiden van kraamverzorgenden, dus aan de gewone kraamzorgopleiding. Wilt u dat woordje "verkorte" handhaven?

De voorzitter:

Ik denk dat mevrouw Ortega daar naderhand misschien even overleg over nodig heeft.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Dat denk ik ook.

De voorzitter:

Ik help eventjes.

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Reacties op 'spoeddebat tekort aan kraamverzorgenden'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2008 > mei