Bijdrage Joël Voordewind aan het plenair debat over het besluit vervolgingsmechanisme MH17

woensdag 06 september 2017 00:00

Bijdrage Joël Voordewind aan een plenair debat met minister Koenders van Buitenlandse Zaken en minister Blok  van Veiligheid en Justitie, kamerstuknummer 33997

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Het verdriet van de nabestaanden, die bij de ramp met de vlucht MH17 hun geliefden plotseling zijn kwijtgeraakt, is nog nauwelijks voor te stellen. Niets kan hun verlies goedmaken. Wat wel moet gebeuren, is dat de daders bestraft worden. Maar ook dat blijkt heel moeilijk, gezien de geopolitieke arena waarin dit vreselijke drama zich heeft afgespeeld. De verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 zullen nu in Nederland worden berecht. Dat is de keuze van dit kabinet, samen met de landen die deel uitmaken van het Joint Investigation Team, het JIT. Het is een tweede keuze, uit onmacht: onmacht tegen het Russische veto tegen een internationaal VN-tribunaal; en onmacht om Rusland te bewegen om mee te werken aan de oprichting van een nieuw internationaal tribunaal. Zonder de medewerking van Rusland kunnen eventuele Russische verdachten immers niet worden uitgeleverd.

De keuze voor een rechtsgang in Nederland biedt nu in ieder geval de mogelijkheid om verdachten die niet uitgeleverd kunnen of mogen worden, bij verstek te berechten. Hoewel niet ideaal, is dit wel degelijk van groot belang. Ik vind het, gezien de omstandigheden, daarom goed te verdedigen dat dit de keuze van het kabinet is. Ook het spreekrecht van de nabestaanden is een belangrijk voordeel van de berechting in Nederland. Het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk waarom die keuze nu al gemaakt moest worden. Waarom is dit besluit niet pas genomen nadat het strafrechtelijk onderzoek was afgerond en er echt concrete verdachten aangewezen konden worden? Zou dat misschien mogelijk hebben gemaakt dat Rusland toch medewerking had verleend aan een internationaal tribunaal, met een afgerond onderzoek, inclusief concrete verdachten? Ik vraag dit aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Het draait grotendeels om de opstelling van Rusland in deze tragedie. Ook al zijn er geen concrete verdachten in staat van beschuldiging gesteld, de vlucht MH17 is geraakt door een Buk-raket, afkomstig van Russisch grondgebied, afgeschoten vanaf een gebied dat in handen was van de pro-Russische rebellen. Rusland ontkent elke betrokkenheid, zelfs bij het hele conflict in Oost-Oekraïne. Het veto in de Veiligheidsraad, de ontkenningen van desinformatiecampagnes, ze laten allemaal zien dat Rusland ermee in zijn maag zit. Mochten er te zijner tijd eventueel Russische verdachten bij verstek worden veroordeeld, dan zal dat zeker tot een reactie van Rusland leiden. Mijn vraag aan het kabinet is in hoeverre Nederland hierop anticipeert. Zorgt Nederland er bijvoorbeeld voor dat het de volwaardige steun van de gehele Europese Unie houdt? Denkt de minister van Buitenlandse Zaken dat de EU op dit punt echt een gesloten front blijft?

Tegelijkertijd is het verstandig als Nederland in gesprek probeert te blijven met datzelfde Rusland. Het recht moet wel zijn loop hebben, maar ook diplomatiek moet de zaak aangekaart blijven. Wij hebben begrepen dat er multilateraal contact is, maar er is ook contact tussen de Russische president en onze eigen minister-president, zo lees ik in de stukken. De radarbeelden zijn inmiddels geleverd. Na drie maanden is er een handleiding bij geleverd. Is het bekend of deze radarbeelden nu wel kunnen worden uitgelezen en of deze beelden ook authentiek zijn? Kan het kabinet daar iets over zeggen, in deze fase? Heeft Rusland op een of andere manier ook gereageerd op het besluit om verdachten hier te gaan berechten, of is er nog een kans dat de Russen gaan meewerken aan een eventuele berechting via een videoverbinding, zoals dat mogelijk ook gaat plaatsvinden in Oekraïne?

Tot slot. De uiterst pijnlijke vraag waarom het Oekraïense luchtruim nog open was op 17 juli 2014, blijft. De ramp zou mogelijk nooit gebeurd zijn als dat anders was geweest. Dit is een bijna onverdragelijke gedachte, maar juist daarom moet eens en voor altijd duidelijk gemaakt worden welke kennis over de risico's voor 17 juli al beschikbaar was en wie er eventueel in de fout is gegaan. Is de vraag over individuele aansprakelijkheid ook een vraag die in het strafrechtelijk onderzoek een rol speelt of zou moeten spelen?

Meer informatie

Labels
Bijdragen
Buitenlands beleid
Joël Voordewind
Justitie

« Terug

Archief > 2017 > september