Bijdrage Eppo Bruins aan het AO RBZ/Handelsraad

dinsdag 26 april 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Eppo Bruins aan een algemeen overleg met minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Onderwerp:   RBZ/Handelsraad

Kamerstuk:    21 501 – 02  

Datum:           26 april 2016

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter. Vrijhandel is belangrijk voor de Nederlandse economie. De VS en Canada zijn nu al belangrijke handelspartners voor ons land. De grote vraag is: wat hebben we te winnen en wat hebben we te verliezen? Het CETA-verdrag is al in een vergevorderd stadium. De ondertekening en de voorlopige toepassing van onderdelen van CETA zijn volgens de minister al dichtbij. Als Nederlands parlementariër hecht ik eraan om hier uitgebreid over te spreken. Wat wordt bedoeld met "voorlopige toepassing"? Dat is toch niet aan de orde voordat er is ingestemd en geratificeerd? Als de EU of Canada een voorlopige inwerkingtreding van het verdrag wil beëindigen, dan zal dit binnen 180 dagen gebeuren. Bij het ICS (Investment Court System) geldt zelfs een termijn van drie jaar. Waarom wordt voor het ICS een uitzondering gemaakt?

Als we iets geleerd hebben van het Oekraïneverdrag, dan is het dat we vooraf helder moeten vastleggen welke onderdelen voorlopig in werking zouden mogen treden. Bij het Oekraïneverdrag zijn namelijk ook "niet-EU only"-clausules al voorlopig in werking getreden. Hoe wil de minister al vooraf vastleggen wat "EU only" is, zowel bij CETA als bij TTIP? Wil zij dat ruim voor het voorstel van de commissie in juni met de Kamer delen?

Vindt er in lijn met het SER-advies een impactonderzoek plaats over de economische, sociale en duurzame effecten van CETA? De ChristenUnie wil geen verdragen sluiten die ten koste gaan van belangrijke verworvenheden zoals de rechtsstaat, de positie van werknemers of de verduurzaming van de economie. De SER heeft een goed advies uitgebracht over TTIP en de bescherming van publieke belangen. Hij neemt als uitgangspunt dat de EU haar relatief hoge beschermingsniveau moet kunnen handhaven. Wij moeten de bescherming van mens, milieu en dierenwelzijn zelf in handen houden. Maar het gaat nu juist om inhoudelijke normen. Als je harmoniseert, dan onderhandel je toch ook over ons hoge beschermingsniveau?

De heer Teeven (VVD):
Ik hoorde de heer Bruins net op het podium veel harde teksten uitspreken in de trant van "de ChristenUnie is tegen TTIP" en "we gaan dit niet tekenen", maar dit zijn wel weer wat realistische teksten van de ChristenUnie. Ik heb toch de volgende vraag aan de heer Bruins en daarmee kom ik dan tot een snelle interruptie conform uw wens, voorzitter. Heeft de heer Bruins het SER-advies gelezen? Daar staat namelijk duidelijk in dat de voorstellen van de Europese Commissie waarborgen bevatten om aantasting van beschermingsniveaus voor mens en milieu te voorkomen. Als dat erin staat, als dat wordt geconstateerd door een onafhankelijk adviesorgaan dat door de minister is geraadpleegd, dan ken ik de ChristenUnie als een partij die dat altijd serieus neemt. Wat denkt de heer Bruins wanneer hij dat leest? Denkt hij dan dat het de goede kant op gaat of blijft hij bij zijn toon van net op het podium buiten en zegt de ChristenUnie gewoon nee, ongeacht wat wordt voorgelegd?

De heer Bruins (ChristenUnie):
Ik dank de heer Teeven voor zijn vraag. Dit is een mooie kans om hier nader op in te gaan. Op het podium buiten heb ik zojuist gezegd dat de ChristenUnie vindt dat landbouw en voedselvoorziening buiten TTIP moeten blijven. Als die twee onderwerpen in TTIP zitten, zal de ChristenUnie tegen TTIP zijn. Verderop in mijn bijdrage komt dat ook terug, maar dat heb ik op het podium gezegd. Ik heb het SER-advies gelezen. Ik vind het een heel verstandig advies. Het komt in feite op het volgende neer. De TTIP-tekst ligt er niet. Er is nog geen TTIP-tekst; daar wordt nu over onderhandeld. Als parlementariër heb ik in de geheime kamer op het ministerie de tekst mogen lezen en heb ik gezien over welke onderwerpen er al enige overeenstemming ontstaat en over welke niet. Ik mag daar in deze microfoon helemaal niets over zeggen. Ik kan daar met de minister ook niet over debatteren, maar ik kan op grond van wat ik daar gelezen heb, zeggen dat de adviezen van het SER goed zijn. Daarin schrijft de SER eigenlijk in zes of zeven punten: dit en dit moet op die en die wijze worden geregeld; dat is belangrijk. De ChristenUnie is het ermee eens dat de zaken waarvan de SER stelt dat die geregeld moeten worden, geregeld moeten worden.

De heer Teeven (VVD):
Dan heb ik toch een vraag ter verduidelijking. In het SER-advies staat dat de voorstellen van de Europese Commissie waarborgen bevatten om aantasting van beschermingsniveaus voor mens en milieu te voorkomen. Dat staat daar gewoon in. De heer Bruins is in die geheime kamer geweest. Ik ben daar ook geweest. Daar praten we niet over, maar de SER constateert op basis van wat de Commissie op dit moment aan het doen is, dat zij op de goede weg is. Dat komt toch niet overeen met wat de heer Bruins op dat podium heeft gezegd? Hij zei daar namelijk dat de ChristenUnie contra gaat als het over mens en milieu gaat.

De heer Bruins (ChristenUnie):
De heer Teeven stelt het waarheidsgetrouw. De EU-voorstellen bevatten waarborgen op al deze gebieden, maar die voorstellen zijn nog niet overgenomen. We zitten midden in een onderhandeling. Ik heb in die geheime kamer ook de tekstvoorstellen van de Amerikanen gezien en die klinken heel anders. Ik kan hier niet praten over de verschillen, maar ik kan wel zeggen dat ik alleen maar kan hopen dat onze EU-onderhandelaars een heel sterke ruggengraat hebben zodat die tekst blijft staan. Als het gaat zoals de Amerikanen nu voorstellen, kunnen wij niet instemmen op het punt van voedselvoorziening en landbouw in TTIP.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik ben erg blij dat de ChristenUnie duidelijk stelt dat TTIP niet meer kan rekenen op de steun van de ChristenUnie als de landbouw en de voedselvoorziening in TTIP worden geregeld. Het was een tijdje onduidelijk hoe de ChristenUnie hierin zou staan. Het is goed dat we daarover nu veel meer helderheid hebben gekregen. De onderhandelaar van de Europese Unie waarmee de Kamer heeft gesproken, zei bijvoorbeeld dat dierenwelzijn — dat is een van de belangrijke onderdelen van het landbouwbeleid — absoluut noch een issue, noch een doorslaggevend argument is bij de keuze om TTIP door te laten gaan of niet door te laten gaan. Wat vindt de ChristenUnie van zo'n opmerking? Moeten we de minister niet oproepen om op basis hiervan hier nu al te erkennen dat het helemaal de verkeerde kant opgaat met dit TTIP-verdrag?

De heer Bruins (ChristenUnie):
De ChristenUnie is van mening dat TTIP niet mag morrelen aan de Europese standaarden op het vlak van het welzijn van mensen, van het milieu en van dieren. We hebben hier een heel duidelijk andere manier van landbouw en veeteelt bedrijven. We leggen daarbij andere prioriteiten dan de Amerikanen. Als het inderdaad met TTIP de kant opgaat waarbij we die Europese en de Nederlandse standaarden niet kunnen handhaven, dan moeten we niet aan TTIP beginnen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is nog steeds onduidelijk of het kabinet vindt dat het een breekpunt in de onderhandelingen zal moeten zijn als wij het niet voor elkaar krijgen dat er in Europa geen hormoonvlees en geen chloorkippen op de markt komen, en als wij het niet voor elkaar krijgen dat de Europese standaard de minimumstandaard is voor import. Vindt de ChristenUnie met mij dat de minister hier klip-en-klaar moet stellen dat dat een breekpunt moet zijn voor Nederland? Als we dat niet voor elkaar krijgen, kan Nederland niet instemmen met TTIP.

De heer Bruins (ChristenUnie):
In ieder geval is het voor de ChristenUnie een breekpunt. De ChristenUnie vindt dat TTIP niet moet doorgaan als landbouw en voedselvoorziening erin zitten. Ik hoor graag of de minister bereid is om hier een breekpunt van te maken.

De voorzitter:
De heer Bruins zet zijn betoog voort. Hij heeft nog twee minuten spreektijd over.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Ik kom op de arbitrage. De grote vraag blijft, waarom arbitrage rondom TTIP en CETA nu eigenlijk nodig is. Nederland heeft een goed functionerend en transparant rechtssysteem. Daarvan kan ieder bedrijf gebruikmaken. Ik ben benieuwd of de minister drie voorbeelden kan geven van situaties waarin het nu misgaat. Waarom wil de minister rechtsongelijkheid creëren tussen enerzijds binnenlandse en anderzijds buitenlandse bedrijven? Binnenlandse bedrijven kunnen naar de rechter, buitenlandse bedrijven kunnen naar de arbitrage. Waarom zouden buitenlandse investeerders niet ook naar de Nederlandse rechter kunnen stappen? Daar vindt toch de evenwichtige afweging plaats tussen Nederlandse publieke belangen en investeringsbelangen?

Eerder heeft de ChristenUnie gepleit voor het uitzonderen van landbouw en voedsel uit deze verdragen. Ik heb dat zojuist in mijn antwoord op vragen van de heer Teeven en mevrouw Thieme bevestigd. De maatstaven in de VS worden sterk beïnvloed door grote spelers als Monsanto, Tyson en Cargill. Wat hebben we dan te winnen? Natuurlijk zie ik dat er winnaars en verliezers zijn; winnaars, zoals de zaadsector en de sierteelt, maar ook verliezers, bijvoorbeeld de vleessectoren. Wat betekent dat — daar komt 'ie dan — voor onze dierenwelzijnsstandaarden en voor onze standaarden voor de voedselveiligheid? Wat betekenen TTIP en CETA voor de grote verduurzamingsopgave in ons land? Er ligt een aangehouden motie-Dik-Faber/Klaver over een carve-out-bepaling. Dat betekent dat klimaatmaatregelen niet via bovennationale investeringsarbitrage aangevochten kunnen worden. In november wilde het kabinet dit niet betrekken in de onderhandelingen in Parijs, maar wil de minister deze carve-out wél afdwingen in TTIP en CETA?

Ik noem ten slotte in het bijzonder het Canadese bedrijf Vermilion. Dat heeft plannen voor gaswinning in Friesland en Woerden. Stel dat we de gaswinning op die plekken verbieden. Wat de ChristenUnie betreft, zouden we dat moeten doen. Zet CETA de deur in zo'n geval niet wagenwijd open voor investeringsclaims gericht tegen de Nederlandse overheid? Canada staat wereldwijd op nummer vijf als het gaat om het starten van arbitragezaken door bedrijven.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Buitenlands beleid
Eppo Bruins
Ontwikkelingssamenwerking

« Terug

Archief > 2016 > april