Bijdrage Joël Voordewind aan AO Afganistan

woensdag 02 juli 2008 00:00

<!-- /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; line-height:150%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; mso-bidi-font-size:10.0pt; font-family:Arial; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman";} p.MsoHeader, li.MsoHeader, div.MsoHeader {margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; tab-stops:center 8.0cm right 16.0cm; font-size:9.0pt; mso-bidi-font-size:10.0pt; font-family:Arial; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman";} p.BVKop1, li.BVKop1, div.BVKop1 {mso-style-name:BVKop1; mso-style-next:Standaard; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; line-height:150%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:14.0pt; mso-bidi-font-size:10.0pt; font-family:Arial; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; font-weight:bold; mso-bidi-font-weight:normal;} p.BVKop2, li.BVKop2, div.BVKop2 {mso-style-name:BVKop2; mso-style-next:Standaard; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; line-height:150%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; mso-bidi-font-size:10.0pt; font-family:Arial; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; text-transform:uppercase; font-weight:bold; mso-bidi-font-weight:normal;} p.BVOnderwerpTitel, li.BVOnderwerpTitel, div.BVOnderwerpTitel {mso-style-name:BVOnderwerpTitel; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; line-height:150%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; mso-bidi-font-size:10.0pt; font-family:Arial; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; font-weight:bold; mso-bidi-font-weight:normal;} p.StandaardVoorblad, li.StandaardVoorblad, div.StandaardVoorblad {mso-style-name:StandaardVoorblad; mso-style-next:Standaard; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; line-height:150%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:Arial; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman";} @page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:72.0pt 72.0pt 72.0pt 72.0pt; mso-header-margin:1.0cm; mso-footer-margin:1.0cm; mso-paper-source:0;} div.Section1 {page:Section1;} -->

 

 

CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER:

Afghanistan

 

(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)

 

Heeft u gesproken tijdens het algemeen overleg? Dan heeft de Dienst Verslag en Redactie u dit verslag toegezonden. U kunt uiterlijk 7 augustus 2009 te 18.00 uur eventuele correcties doorgeven. Vragen? Neem dan contact op met de Dienst Verslag en Redactie, telefoon (070-318) 2104.

Let op! Neem voor uitstel van de uiterste correctiedatum contact op met de griffier van de desbetreffende commissie.

 

De vaste commissie voor Defensie <1> en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken <2> hebben op 2 juli 2008 overleg gevoerd met minister Van Middelkoop van Defensie, minister Verhagen van Buitenlandse Zaken en minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking over:

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken dd. 15 mei 2008 houdende het verslag van zijn bezoek aan Afghanistan (27925, nr. 311);

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie dd. 20 juni 2008 inzake voortgangsrapportage Afghanistan (27925, nr. 315);

- het verslag van het werkbezoek van de vaste commissie voor Defensie aan Afghanistan april/mei 2008 (27925, nr. 314);

- de brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking dd. 1 juli 2008  inzake de voortgang van de Werkgroep Economische Wederopbouw Afghanistan (WEWA) (27925, nr. 317);

- de brief van de minister van Defensie dd. 1 juli 2008 over de gevolgen en details van de inhuur van civiele transporthelikopters in Afghanistan (27925. nr. 316).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

 

Vragen en opmerkingen uit de commissies

 

De heer Boekestijn (VVD) spreekt zijn respect en waardering uit voor het werk dat de Nederlandse militairen onder zeer moeilijke omstandigheden in Afghanistan doen. Verder betuigt hij zijn medeleven met de nabestaanden, familie en vrienden van de twee militairen die in de afgelopen vier maanden zijn omgekomen.

            Op 13 juni jongstleden hebben de Taliban het gevangeniscomplex Sarpoza opgeblazen. Er zijn duizend gedetineerden ontsnapt waaronder vierhonderd opstandelingen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat zegt dit over de “intelligence” positie van de NAVO in het gebied? Is de Nederlandse “intelligence” beter? Heeft Nederland voldoende aan de Sperwer die vanaf september 2008 kan worden ingezet? Zou het niet beter zijn om snel een “predator” aan te schaffen met een softwarepakket waarmee “improvised explosive devices” kunnen worden gezien? Willen de bewindslieden ingaan op de relatie tussen deze situatie en de bevoorradingslijnen naar Uruzgan?

            In september 2008 trekt Nederland het extra Nederlandse wachtpeloton terug na de komst van de Slowaakse bewakingseenheid in Tarin Kowt. Op dat moment is de papaver allang geoogst en zijn er dus nieuwe acties van de Taliban te verwachten. Is de regering bereid dit besluit te herroepen indien de veiligheidssituatie hierom vraagt?

            De nieuwe regering van Pakistan wil een wig drijven tussen de stamleiders en de extremistische militanten in de grensgebieden. Zij heeft dit eerst geprobeerd via onderhandelingen, maar toen dit geen resultaat opleverde, heeft zij weer voor een militaire aanpak gekozen. Is de minister van Defensie het ermee eens dat dit bewijst dat diplomatie alleen onvoldoende is en dat hard militair optreden soms nodig is?

            Nederland is vanaf augustus 2006 actief in Afghanistan. In april van dit jaar hebben acht vertegenwoordigers van ngo’s een bezoek gebracht aan Tarin Kowt. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat Nederlandse ngo’s in het geweer kwamen? Waarom is de Duitse organisatie GTZ (Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit) wel snel ter plekke en in staat om zich te beveiligen en bovendien goede afspraken te maken met de Nederlandse PRT’s (Provinciale Reconstructie Teams), terwijl de Nederlandse ngo’s kennelijk niet in die richting willen denken? Hoe is het mogelijk dat Cordaid en Novib in een apart schrijven aan Kamerleden pleiten voor het opvoeren van de hulp, maar tegelijkertijd zelf bedroevend weinig doen? Hoe is het mogelijk dat zij klagen over het falen van de “hearts and mind”-strategie, maar zelf nauwelijks participeren in langlopende projecten?

            De regering trekt zelf de les dat er geen gat mag vallen tussen de fase waarin de Taliban worden verdreven en de opbouw die daaruit volgt. Daarom moeten OS-projecten ruim tevoren in kaart worden gebracht met de Afghaanse autoriteiten. Welke rol zouden de Nederlandse ngo’s daarin moeten spelen?

            De Taliban maken gebruikt van tribale twisten om hun machtsbasis te vergroten. Waarom betaalt DFID een team van tribale deskundigen in Uruzgan en niet Nederland? Dit is toch cruciaal voor de veiligheidspositie.

            Er wordt al twee jaar gewacht op een vertegenwoordiging van UNAMA in Tarin Kowt. Waarom is dit nog steeds niet gelukt? Waarom blijft UNAMA in Kandahar en wordt Uruzgan slechts tweemaal per maand bezocht?

            De heer Boekestijn vraagt tot slot aan alle drie bewindslieden wat nu eigenlijk precies het doel is van de Nederlandse missie. Is die erop gericht om de Taliban in Uruzgan te verslaan, om Hamdan in het zadel te houden, om Uruzgan te democratiseren, om Uruzgan van armoede te verlossen, om te voorkomen dat er weer trainingskampen van Al Qaida komen, om een drugseconomie te bestrijden of om te voorkomen dat de NAVO tot de aftocht wordt gedwongen? Een helder antwoord op deze vragen heeft grote gevolgen voor de wijze waarop de Nederlandse troepen en het Nederlandse geld worden ingezet.

 

Ook de heer Knops (CDA) uit zijn waardering voor het werk van de militairen, diplomaten en ngo’s in Afghanistan. Verder betuigt ook hij zijn medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers.

            Er is vooruitgang zichtbaar in Afghanistan. De medische zorg is verbeterd, er is een toenemende bouwactiviteit en betere toegang tot elektriciteit en sinds maart zijn er vijf nieuwe scholen geopend in Uruzgan. Hij maakt zich echter zorgen over de algemene veiligheidssituatie, de situatie in Arghandab en de impact die dit kan hebben, ook al lijkt de situatie nu onder controle. Is die controle duurzaam?

In de brief over de uitbraak van duizend gevangenen wordt wat gemakkelijk over dit feit heengestapt. Hoe kon dit gebeuren? Hoe kan worden voorkomen dat dit nog eens gebeurt? Welke gevolgen kan de ontsnapping van 400 Taliban hebben? Wat betekent dit voor de veiligheid in Afghanistan en de invloed van de Taliban?

            Om Afghanistan verder te brengen, zijn afstemming en coördinatie van de inzet van alle internationale organisaties van groot belang. De VN-vertegenwoordiger Kai Eide moet hierin een belangrijker rol gaan spelen en hij moet zorgen voor “close coordination” tussen ISAF, VN en EU. Hij zou bij wijze van spreken een kantoor moeten delen met de commandant van ISAF. Zo lang er aan de top geen afspraken kunnen worden gemaakt over een gecoördineerde aanpak van de opbouw en de papaverteelt, zullen de operaties weinig effectief zijn en wordt de voortgang geblokkeerd. Hoe zien de bewindslieden dit?

            Het is verheugend dat er inmiddels een consortium van vijf ngo’s is ontplooid. Kan er inzicht worden gegeven in de voortgang van hun werk? Met de data van hun inzet wordt steeds in de tijd geschoven. Kan dit worden toegelicht? Deelt het kabinet de mening dat een spoedige inzet en goede resultaten van belang zijn voor het draagvlak en de ontwikkeling in Uruzgan?

            De heer Knops sluit zich aan bij de vragen over het uitblijven van een UNAMA-kantoor. Tweemaal in de maand een bezoek aan Uruzgan is onvoldoende en getuigt niet van een goede voorbeeldfunctie van de VN. Is de regering bereid om samen met de ISAF-partners meer druk uit te oefenen opdat UNAMA zich ook in Uruzgan vestigt?

            De vernietiging van de papaveroogst lijkt zich te beperken tot een aantal slechte percelen en geschiedt op basis van vrijwilligheid. Zo kunnen corruptie, drugshandel en criminaliteit niet wezenlijk worden aangepakt. Om te voorkomen dat de Afghaanse bevolking het slachtoffer wordt van een harde aanpak, moeten er alternatieven worden geboden. Hoe wordt uitvoering gegeven aan de motie-Ferrier waarin de regering wordt gevraagd een alternatieve agrarische productie te realiseren? Deelt de regering de opvatting dat een reëel perspectief op duurzame ontwikkeling van Afghanistan onmogelijk is zonder een spoedige oplossing van het “poppy”-probleem? Wanneer gaat de WEWA aan de slag?

            Tijdens het werkbezoek in april is gemeld dat er een grote slag is gemaakt bij de opbouw van het ANA (Afghan National Army) en dat er 1150 militairen zouden zijn. In de brief van het kabinet is sprake van 1750 militairen. Kan dit verschil worden verklaard? Hoe staat het met de vijfde kandak die in Helmand is ontplooid en die zou worden toegevoegd aan de vierde brigade om de veiligheidssituatie in Uruzgan op peil te brengen?

            Het is goed dat Nederland het Duitse voorstel heeft gesteund om meer politiecapaciteit te sturen. Hoe verloopt dit?

            De heer Knops maakt zich zorgen over de invloed van China en India in Afghanistan. Die landen jagen concessies na, terwijl zij geen actieve bijdrage leveren aan verbetering van de veiligheid en de opbouw van het land. Welke inzet kiest de regering op dit punt?

 

Mevrouw Eijsink (PvdA) uit haar respect voor en medeleven met de gesneuvelden en de gewonden in Afghanistan.

            Bij de totstandkoming van de artikel 100-brief had niemand kunnen bedenken dat er nu zo veel en vaak zou worden gesproken over de D van “development”, zo vervolgt zij. Als dit allemaal wordt uitgevoerd, kan de bevolking echt een stapje vooruit maken. Uit de evaluatie van het 3D-beleid blijkt dat het moeizaam gaat, maar het is er en het groeit door. In de afgelopen twee jaar hebben militairen, opbouwwerkers en diplomaten een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbeteringen in Uruzgan. Ook de bijdragen van buitenlandse en Nederlandse ngo’s worden stap voor stap zichtbaar en dragen bij aan de bewustwording en ontwikkeling van de Afghaanse bevolking. Nu, halverwege de missie, vraagt zij om een reactie van de bewindslieden op de oorspronkelijke doelstelling van de bijdrage van toen. Welke betekenis heeft die missie, mede in relatie tot de afspraken in Boekarest en de uitspraak van president Karzai in juni jongstleden?

            Er is natuurlijk ook reden tot zorg. Zij sluit zich aan bij de vragen naar de veiligheidssituatie. Tijdens het overleg in december 2007 was de regering overtuigd van de komst van nieuwe partners. Willen de bewindslieden ingaan op de ondersteuning van Frankrijk? Hoeveel mensen zal Frankrijk inzetten binnen het OMLT (Operational Monitoring and Liasion Team)? Hoeveel van hen zullen ondersteunende opdrachten uitvoeren?

            Er wordt al enige tijd gesproken over de inzet van Georgische militairen, maar nu is er weer sprake van technische onderhandelingen die moeizaam verlopen. Wie heeft hier baat bij? Waar wordt nu tijd, geld en moeite ingestoken en welke resultaten mogen er worden verwacht? Is dit haalbaar?

            Hoe zullen de rotaties verlopen? Hoeveel flexibiliteit wordt er van de Nederlanders verwacht? Er wordt met regelmaat gesproken over de hoge werkdruk. Mag ervan worden uitgegaan dat er een goed overzicht is van de inzet van mensen en middelen?

            Op 1 november 2009 zal Nederland het commando overdragen aan het Verenigd Koninkrijk. Daarna wordt de aansturing van het hoofdkantoor opnieuw onderzocht. Uit de brief kan worden opgemaakt dat thans wordt bezien op welke wijze het groeiend aantal Amerikaanse militairen in het zuiden tot uitdrukking kan worden gebracht in de samenstelling van het hoofdkwartier. Waarom zo’n topdownbenadering? Hoeveel Amerikaanse brigades zijn er momenteel in het zuiden? Wie heeft daarover zeggenschap? Zal er ook na het vertrek van Nederland een NAVO-missie met een ISAF-mandaat in het zuiden blijven?

            De regering schrijft dat zal worden bezien of de inzet van aanvullende of andere militaire capaciteit noodzakelijk is als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Flexibiliteit is prima, maar deze opmerking wekt de indruk dat er om een blanco cheque wordt gevraagd. Kunnen de bewindslieden dit toelichten?

            De analyse van de vuurincidenten is afgerond. Wat heeft die opgeleverd? Welke lering kan hieruit worden getrokken?

            In de brief staat dat de hogere hiërarchische niveaus nog ontbreken in het ANA. Kan dit worden toegelicht?

            Mevrouw Eijsink heeft waardering voor de samenwerking met het bedrijfsleven in het kader van de ontwikkelingssamenwerking. Hoe denkt de minister over de ANDS (Afghan National Development Strategy) die tijdens de conferentie in Parijs is gepresenteerd? Welke gevolgen heeft het ontbreken van een bedrag van 8 mld. voor de ANDS en voor de plannen voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking?

            Hoe beoordeelt de minister het rapport van het European Network of NGO’s in Afghanistan (ENA)?

            Er is nog geen kieswet, terwijl er in 2009 verkiezingen zullen worden gehouden. Wat betekent dit? Dit onderwerp zou hoog op de agenda moeten staan.

 

Mevrouw Van Velzen (SP) uit haar respect voor en medeleven met de nabestaanden van de gesneuvelde en de gewonde militairen, in Nederland en in Afghanistan. Het aantal mensen dat zich actief verzet tegen de Nederlandse troepen is onbekend. Wellicht nog belangrijker is dat nog steeds niet bekend is hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen of misschien gemaakt. De woordvoerder van UNAMA, de heer Holmes, zei dit weekend dat er tot begin juni in 2008 698 burgers zijn gedood door het oorlogsgeweld in Afghanistan. In dezelfde periode vorig jaar waren dat er 430. Het oorlogsgeweld laait inmiddels hoog op en de maand juni was de bloedigste en meest dodelijke maand tot nu toe. Dit is vooral het gevolg van de inzet van de opstandelingen, maar ook van de internationale militaire macht. Kan de minister de Kamer nu een overzicht verschaffen van het aantal burgerslachtoffers in Uruzgan? Zo niet, wanneer kan hij dat dan wel doen?

            De uitlatingen van de heer Holmes duiden op een verslechtering van de veiligheid, maar in de brief van de regering wordt gemeld dat de veiligheidssituatie langzaam verbeterd. Hoe kan die tegenstelling worden verklaard?

            De Nederlandse regering doet haar best om het ontwikkelingsaspect te benadrukken, maar zij slaagt er niet in om te verbergen dat deze operatie deel uitmaakt van een contraguerrilla aanpak en dat er keihard wordt gebombardeerd. De minister van Defensie onthoudt de Kamer de samenvattende cijfers over geweldsincidenten; het zou in het kader van de 3D-aanpak onevenwichtig zijn om zo’n opsomming te geven. Mevrouw Van Velzen gaat ervan uit dat hij zo probeert om geen onrust te veroorzaken, maar als hij die 3D-aanpak echt zo serieus neemt, zou hij niet alleen het aantal geplante saffraanstruiken moeten melden, maar ook het aantal bermbommen, IED’s, beschietingen en bombardementen. Dan pas is er een echt overzicht van de 3D-aanpak. Zij denkt dat de regering dit overzicht niet verschaft, omdat zij bang is dat het draagvlak voor de missie wordt ondermijnd. Uit een enquête blijkt dat ongeveer de helft van de militairen twijfelt aan de zin van de missie. Dit kwam ook naar voren in de gesprekken met militairen tijdens het werkbezoek in april jongstleden. De minister ontwijkt dit in zijn antwoord op Kamervragen. Het bagatelliseren van kritiek uit de maatschappij en van de militairen geeft geen pas.

            In de voortgangsbrief schrijft de regering dat er nog 20 gevangenen in Afghaanse hechtenis zijn waarvan zeven in gevangenissen in Kabul. Hoeveel gevangenissen zijn er in Kabul en omgeving?

            De internationale donorconferentie in Parijs heeft 20 mld. dollar aan toezeggingen opgeleverd. Het is echter niet duidelijk wat er geleverd zal worden en wat de gemiddelde Afghaan hiervan zal merken.

            Mevrouw Van Velzen vraagt aandacht voor het lot van Malalai Joya, een Afghaans ex-Kamerlid, die de moed heeft gehad om de corruptie onder haar collega’s te benoemen, te spreken over een verkrachting door een Kamerlid en over de oorlogsmisdaden van parlementariërs in Afghanistan. In reactie op dit moedig optreden is zij geschorst als Kamerlid. Wil het kabinet het opnemen voor deze vrouw?

            Uit berichten in de media kan worden afgeleid dat er na Amerikaanse luchtaanvallen, NAVO-troepen het Pakistaans grensgebied zijn ingetrokken. Is dit gebeurd in samenspraak met de regering van Pakistan? Past deze uitbreiding van oorlogshandelingen in de strategie van de Pakistaanse regering?

            Er zit niets anders op dan nu vol in te zetten op onderhandelingen met alle betrokken Afghaanse partijen en de direct betrokken buurlanden, want dit is de enige mogelijkheid om deze burgeroorlog te beëindigen. Pas als de buitenlandse troepen zich terugtrekken, kunnen de opbouw van Afghanistan en de hulp aan de bevolking echt beginnen. Dan pas kan de corruptie worden bestreden, kunnen oude wonden helen en kan een begin worden gemaakt met de democratie, aldus mevrouw Van Velzen.

 

De heer Brinkman (PVV) spreekt zijn waardering uit voor de inzet van de Nederlandse mannen en vrouwen in Uruzgan. Dit neemt niet weg dat de missie in Afghanistan hem grote zorgen baart. Het draagvlak onder de bevolking en de militairen neemt steeds meer af, zo blijkt uit een recent onderzoek. Kunnen de bewindslieden deze uitkomsten bevestigen? Wat doen zij daarmee? De missie in Uruzgan moet en kan zinvol zijn, maar er wordt een verkeerde strategie gevolgd. Nederland sponsort en subsidieert zijn eigen vijanden.

            Het is verheugend te lezen dat de minister van Buitenlandse Zaken tijdens zijn werkbezoek aan Afghanistan in mei jongstleden met zijn ambtgenoot heeft gesproken over de imams die haat prediken tegen het Westen. Welke concrete toezeggingen heeft minister Spanta gedaan in dit kader?

            In de voortgangsbrief wordt gemeld dat Nederland in 2007 15 mln. heeft toegezegd voor hervorming van de juridische sector in Uruzgan. Kan de minister verzekeren dat dit geld niet indirect ten goede komt aan uitspraken gedaan onder de sharia?

            Nederland heeft voor de periode 2000-2011 1,2 mld. dollar aan hulp toegezegd. Waarom is die toezegging zo hoog in vergelijking met bijvoorbeeld de bijdrage van het VK voor diezelfde periode, namelijk 1,6 mld. dollar? Heeft dit iets te maken met het grote budget van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking?

            In de voortgangsbrief wordt triomfantelijk gemeld dat er op 22 maart 2008 vijf scholen in Uruzgan zijn geopend. De heer Brinkman is daarentegen van mening dat dit nauwelijks iets voorstelt na twee jaar taskforce. Kan het kabinet de Kamer de garantie geven dat er niet vijf nieuwe koranscholen zijn gebouwd? Wordt er bijvoorbeeld toezicht gehouden op de wijze van lesgeven en de inhoud van de lessen?

            Het is verheugend dat er nu eindelijk een kantoor van Cordaid is geopend in Tarin Kowt. Hoe is de veiligheid geregeld? Hoeveel projecten zijn er ter hand genomen? Mogen er nog meer kantoren van ngo’s worden verwacht en ook van UNAMA? Als UNAMA niet kan beloven binnen zes maanden een kantoor te openen in Tarin Kowt, zou alle hulp moeten worden stilgezet.

            Het geld van de Taliban is afkomstig uit de opiumhandel waarin grote winsten worden geboekt. De boeren kunnen in drie groepen worden verdeeld: boeren die worden bedreigd en papavers moeten verbouwen, boeren die zich gedragen als meelopers en echte Taliban. Het is voor de Nederlandse militairen moeilijk om die drie groepen te scheiden, maar zo lang zij de boeren beschermen, beschermen zij ook de papaveroogst en dragen zij indirect bij aan de financiering van de Taliban. De vernietiging van de papavervelden is een farce. Hoe betrouwbaar is de aanpak? Worden de boeren gecompenseerd voor de vernietiging van hun oogst? De heer Brinkman is van mening dat de huidige gang van zaken het beleid ondermijnt. Hij benadrukt dat de lokale bevolking honger lijdt als gevolg van de grootschalige papaverteelt. Kunnen de Nederlandse troepen als zij te voet door de velden gaan, niet meteen de papaveroogst vernietigen?

            Tot slot vraagt hij hoeveel extra bushmasters er in Afghanistan worden ingezet en hoeveel gevluchte Taliban-leden inmiddels zijn aangehouden.

 

Ook de heer Van der Staaij (SGP) begint met het uitspreken van zijn waardering voor de inzet van de Nederlandse militairen in Uruzgan. Zijn gedachten gaan daarbij ook uit naar de slachtoffers en hun nabestaanden.

            Uit de voortgangsrapportage en andere berichten blijkt dat er gelukkig vooruitgang te bespeuren valt op allerlei terreinen zoals de opbouw van het Afghaanse leger, wederopbouwprojecten, gezondheidszorg en onderwijs. Afghanisering is een sleutelwoord om de Afghanen te helpen om zelf hun land te besturen en een veiligheidsapparaat tot stand te brengen dat de verantwoordelijkheid kan nemen om de bevolking te beschermen tegen verkeerde krachten. De ISAF-missie is bedoeld om stabiliteit te brengen. Dit vraagt om wederopbouw, militair optreden en diplomatie.

            Die positieve resultaten mogen de aandacht niet afleiden van de serieuze problemen die er nog zijn. De aanslagen door en het optreden van de Taliban geven blijk van een aanzienlijke vitaliteit. Die aanslagen nemen zienderogen toe en laatst bleek zelfs dat de Taliban in staat zijn om grote militaire offensieven te organiseren. In het kader van de internationale strategie is het dan ook de vraag of de huidige troepenmacht in Afghanistan toereikend is. Wordt die discussie wel op het scherpst van de snede gevoerd? Of blijft dit punt onderbelicht omdat het zo moeilijk is om troepen te krijgen?

            De capaciteitsproblemen komen ook tot uitdrukking in de inzet van private partijen bij militaire conflicten. Het is zorgelijk dat er een afhankelijkheid van private partijen is ontstaan.

            De Taliban financieren hun oorlog met drugsgeld, onder meer door belasting te innen bij boeren die papavers verbouwen. Dit wijst direct op een militaire noodzaak om de teelt van papavers stevig, voortdurend en effectief aan te pakken. De heer Van der Staaij acht het gewettigd om hiervoor ISAF-kracht in te zetten. Is dit ook de inzet van het kabinet? Welke ruimte ziet het hiertoe? Een steviger aanpak is dringend geboden, met name in Uruzgan waar de resultaten van de strijd tegen de drugshandel klein zijn. De papaveroogst in Uruzgan zal dit jaar groter zijn dan in voorgaande jaren. Wordt er op dit terrein nu werkelijk voortgang geboekt? De versterking van de strijd tegen de drugs moet natuurlijk vergezeld gaan van alternatieven voor de boeren. Dit vergt de inzet van ngo’s en daarvoor zijn veiligheid en stabiliteit vereist en zo is de cirkel rond. Nu lijkt het erop dat een gerichte bestrijding van de teelt van papavers te veel op zijn beloop wordt gelaten.

            In hoeverre kan de evenknie van de NAVO in het Oosten, de Shanghai Cooperation Organisation (SCO), worden gecommitteerd om een rol te vervullen op het terrein van transport, de aanvoerroutes en de bestrijding van de drugsteelt?

            Het elimineren van toevluchtsoorden van de Taliban in het Afghaans/Pakistaanse grensgebied is nodig voor het welslagen van de missie in Afghanistan. Is het offensief dat Pakistan in afgelopen periode is begonnen tegen milities in het grensgebied, een koerswijziging ten opzichte van het eerdere verzoeningsbeleid?

 

De heer Voordewind (ChristenUnie) begint met woorden van waardering voor de inzet van de Nederlandse militairen. Hij is tijdens het werkbezoek onder de indruk gekomen van hun capaciteiten en van de professionaliteit en de moed waarmee zij hun werk verrichten.

            Er worden goede vorderingen gemaakt bij de ontwikkeling van het ANA. Dit neemt niet weg dat er ook de nodige problemen zijn. Zo is het bijvoorbeeld moeilijk verlof te nemen en om uit Kabul terug te komen doordat er geen luchtbrug is. Dit werkt demotiverend en levert ook capaciteitsproblemen op. Wat kan de NAVO doen om deze mensen vast te houden en te laten terugkeren na hun verlof?

            De politieopbouw blijft achter, maar die is van cruciaal belang om op lokaal niveau de orde en veiligheid te kunnen handhaven.

            Eerdere voortgangsbrieven wekten de indruk dat er al meer ontwikkelingsactiviteiten plaatsvonden in Uruzgan dan werkelijk het geval is. De FAO lijkt actief te worden en de WEWA zou al actief zijn. Kunnen de bewindslieden dit toelichten? De heer Voordewind sluit zich aan bij de kritiek op UNAMA.

            De situatie in Deh Rawod is gestabiliseerd na de operatie begin 2008. Tegelijkertijd is de strategie gewijzigd. In plaats van grootschalige aanvallen wordt nu gekozen voor bermbommen. Daarom heeft hij na terugkeer van het werkbezoek gevraagd om de inzet van Sperwers. Die hebben natuurlijk beperkingen en daarom moet misschien ondanks de hoge prijs toch de aanschaf van de “predator” worden overwogen. 

            Het bestuur is fragiel. Het is goed om te lezen dat er nu flink wordt geïnvesteerd in de versterking van het bestuur en dat GTZ en UNDP hierbij een belangrijke rol spelen. Hopelijk levert dit een sterke impuls op na de zeer instabiele situatie met verschillende gouverneurs.

            De regering van Pakistan voert een tweesporenbeleid: zij voert onderhandelingen en pakt de harde kern in traingskampen aan. Welke steun verleent de NAVO daarbij? Er is sprake van aanvallen van de NAVO in het grensgebied en op de kampen. In de voortgangsbrief staat dat de ontwikkelingen op de voet worden gevolgd. Dat is de heer Voordewind wat te passief. Hij dringt aan op een actieve opstelling bij de aanpak van de trainingskampen.

            Nederland heeft 1,5 mln. extra gedoneerd voor het WFP (Wereldvoedselprogramma) ter compensatie van de stijgende voedselprijzen. Wat doen andere landen?

            De veiligheid is verbeterd mede dankzij de papaveroogst. Wat zijn de verwachtingen voor de periode na de oogst in Deh Rawod waar het nu redelijk stabiel is? De papaverteelt moet worden aangepakt door de boeren alternatieven te bieden.

            In Parijs is de ANDS gepresenteerd, maar in de voortgangsbrief wordt er nauwelijks op ingegaan. Waarom niet?

            Er is sprake van een databestand om de regionale afstemming van de PRT’s te verbeteren. Is dit een voornemen of wordt zo’n bestand werkelijk opgezet?

            Tot slot herinnert de heer Voordewind eraan dat hij samen met mevrouw Ferrier al meermalen heeft gevraagd om een overzicht van de OS-projecten. Een tabel op een of twee A4-tjes biedt de mogelijkheid om in oogopslag te zien welke projecten zijn gestart, hoe ze verlopen en wat het uiteindelijke doel ervan is. Wil de minister dit toezeggen?

 

Mevrouw Peters (GroenLinks) is dankbaar voor het werkbezoek dat de leden van de Kamer afgelopen voorjaar aan Afghanistan hebben kunnen afleggen. Zij heeft waardering voor de inzet van de militairen en noemt in het bijzonder de diplomaten. Zij moeten hun werk goed kunnen doen. Hoe staat het met de veiligheid van de Nederlandse ambassades in Kabul en in Islamabad? Het is geen bemoedigend teken dat die veiligheid zo moeizaam wordt verkregen.

            Welke afspraken zijn er gemaakt tussen de NAVO en het Pakistaanse leger over eventuele “uitstapjes” over de grens? Wat houdt de operatie van het Pakistaanse leger in, vooral waar de Pakistaanse regering eerder op onderhandelingen leek in te zetten? Is de Pakistaanse regering een sterke partner om samen met Afghanistan, de NAVO en alle andere betrokkenen te werken aan de verbetering van de veiligheid in het grensgebied nu de grootste partner in de Pakistaanse regeringscoalitie is opgestapt? Wat blijft er voor een manke leiding over?

            Het afgelopen half jaar zijn er een nieuwe NAVO-strategie en de ANDS gepresenteerd. Dit klinkt mooi, maar beide documenten bevatten weinig nieuws en zijn eerder een samenraapsel van ideeën die al jaren circuleren. Welk nieuw elan geven deze documenten aan de inspanningen van de internationale gemeenschap en Afghanistan? De VN-gezant, geëquipeerd met een versterkt mandaat, spreekt zelfs over een “new deal”. Dat zijn grote woorden. Wat mag hiervan worden verwacht?

            In Parijs is een indrukwekkend bedrag opgehaald, er zijn successen geclaimd en uitdagingen geïdentificeerd. Wat ontbreekt is het Compact waarin boven aan de lijst van de belangrijkste elementen van het ANDS worden genoemd: de ontwapening van illegale milities en “transitional justice”. Juist op die belangrijke punten zijn de benchmarks niet gehaald. Mevrouw Peters heeft er bewondering voor dat de Nederlandse regering op het punt van de juridische hervorming een harde positie heeft ingenomen. Welke vorderingen op dit gebied staan de Nederlandse regering voor ogen? Hoe kan zij dit monitoren en ervoor zorgen dat er vorderingen worden gemaakt? Nederland is een van de trekkers op dit dossier maar heeft daarbij te maken met een hybride Afghaanse overheid die hierin nogal dubbel is, omdat ze te maken heeft met krijgsheren die voorwerp zullen worden van wat er in het proces van “transitional justice” op gang kan en zal komen.

            De bijdrage van Nederland aan UNIFEM is gematerialiseerd. Kan de Kamer te zijner tijd een verslag ontvangen van de ervaringen die hiermee zijn opgedaan? Is dit een zinvolle manier om met resolutie 1325 en vrouwenkwesties om te gaan?

            Het is indrukwekkend dat er steeds meer overheidsprogramma’s worden uitgerold en steeds meer actoren actief zijn in Uruzgan, ook buiten het militaire kamp. Intussen nemen de gevechten echter toe. Er zijn deze maand meer burgerslachtoffers te betreuren dan ooit te voren, de inzet van private milities neemt toe en er is een openlijke toenadering tot Jan Mohamad Khan die eerst met veel moeite is verwijderd. Hoe wordt goed bestuur bevorderd?

            De verkiezingen staan symbool voor dat waar Afghanistan behoefte aan heeft: stabiliteit dankzij democratie en een bepaalde vorm van gerechtigheid. Er is nog geen kieswet en de ervaringen met de “vetting” van kandidaten is slecht. De internationale gemeenschap heeft op dit punt een steek laten vallen, want meer dan de helft van de leden van het Afghaanse parlement wordt verdacht van banden met illegale milities. Hoe kan Nederland bevorderen dat die “vetting” ditmaal wel serieus wordt genomen?

 

Het antwoord van de bewindslieden

 

De minister van Buitenlandse Zaken zegt dat Nederland aan de vooravond staat van in wezen een nieuwe missie. Die zal meer zijn gericht op de training en ondersteuning van de Afghaanse politie en het Afghaanse leger. De inspanningen worden gaandeweg civieler opdat aan het einde van deze missie de militaire verantwoordelijkheid kan worden overgedragen. De enige mogelijkheid om invloed te kunnen uitoefenen, is door ter plekke aanwezig te zijn. Het doel van de Nederlandse aanwezigheid is duidelijk. Die wordt in de eerste plaats ingegeven door het streven naar een grotere veiligheid; Afghanistan mag geen vrijplaats worden voor terroristen. De mensenrechten zijn een andere belangrijke reden voor de Nederlandse aanwezigheid. Het land mag niet terugvallen in de situatie waarin de Taliban op schandalige wijze de mensenrechten schonden. De Nederlandse aanwezigheid wordt ook ingegeven door het gevoel van solidariteit; Afghanistan is een van de allerarmste landen te wereld. Tot slot laat die aanwezigheid zien dat Nederland gelooft in het NAVO-bondgenootschap en een serieuze en betrouwbare partner is. Er zijn 50.000 ISAF-militairen in Afghanistan; alle partners zijn er vertegenwoordigd.

            In 2005 zijn de doelstellingen vastgelegd in de artikel 100-brief. Het werd niet realistisch geacht dat er na twee jaar veiligheid, stabiliteit en een voorspoedige economische ontwikkeling zouden bestaan in Uruzgan. De verwachting was wel dat Nederland in die periode een wezenlijke bijdrage zou kunnen leveren aan het tot stand brengen van een situatie waarin de Afghaanse autoriteiten hun invloed en gezag in die provincie hebben vergroot en in toenemende mate zelf kunnen zorgen voor veiligheid en stabiliteit. In die zin heeft de Nederlandse aanwezigheid invloed gehad. Begin 2006 stonden de Taliban net buiten de compound van de gouverneur en ook al is het nu helaas nog steeds niet veilig, er is wel sprake van een ongekende verbetering in het stedelijk gebied in Uruzgan en op de verbindingswegen. Er zijn nu 1500 ANA-soldaten actief in de provincie, in 2006 nog slechts 130. De politie wordt sterker. Dit gaat minder snel dan gehoopt, maar politie check points worden weer bezet, de betaling van salarissen is verbeterd en er zijn nu 800 politiemensen in de provincie tegen nog geen 300 in 2006. De training van de politie wordt geïntensiveerd en het ministerie van BZK zal politiemensen naar Afghanistan sturen.

            De Nederlandse aanwezigheid maakt dus verschil; het bestuur functioneert weer. Gouverneur Hamdam betoont zich een redelijk en pragmatisch bestuurder waarmee goed kan worden samengewerkt, maar het is waar dat de oude machthebbers in de provincie nog steeds een te grote vinger in de pap hebben. President Karzai wordt hierop aangesproken en dan met name op de benoeming van lokale functionarissen want juist daar is een evenwichtig beleid noodzakelijk. Ook de mensenrechtensituatie vraagt om voortdurende aandacht, want het beeld is gemengd. In dit kader heeft president Karzai verzekerd dat het doodvonnis voor de journalist Kambaksh niet zal worden uitgevoerd. Ook de situatie in de gevangenissen is reden tot zorg en is besproken met de president. Dit heeft geleid tot het onderzoek door het NDS (National Department of Security). De Nederlandse regering zal dit blijven volgen omdat Nederland nu in de provincie aanwezig is en daardoor een verschil kan maken. De Afghaanse autoriteiten zullen worden gehouden aan een goede behandeling van de gevangenen die zijn overgedragen. Zij worden geholpen om een menswaardiger detentiebeleid te voeren, bijvoorbeeld door een bijdrage aan de opbouw van de detentiefaciliteiten in Kabul (in samenwerking met het VK) en in Tarin Kowt en aan de training van de bewakers.

            Het totale beeld is dus dat de Nederlandse aanwezigheid verschil maakt, maar ook dat er nog veel moet gebeuren. De internationale strategieën sluiten nu beter op elkaar aan. De ANDS is leidend in de koppeling van VN, NAVO, Europese Unie en Afghanistan. De VN-gezant Kai Eide heeft in een resolutie het mandaat gekregen om de coördinatie van activiteiten op het gebied van bestuursondersteuning, wederopbouw e.d. krachtiger ter hand te nemen. De minister kan tot zijn genoegen hieraan toevoegen dat enkele minuten geleden het bericht is ontvangen dat er een UNAMA-kantoor wordt geopend in Tirin Kot. Dit zal een katalyserende werking hebben op de wederopbouwprogramma’s in de provincie. Nederland heeft dit door zijn inzet mede mogelijk gemaakt en ziet de aanwezigheid van UNAMA als een voorwaarde voor de werkzaamheden van de ngo’s ter plaatse.

            Bij het bezoek van president Karzai aan Nederland, tijdens het bezoek aan Afghanistan en tijdens de conferentie van Parijs is aandacht gevraagd voor de verkiezingen. Het kiessysteem is gebaseerd op niet-overdraagbare stemmen, dat wil zeggen dat men per provincie stemt op individuele personen. Er zijn geen kieslijsten. Dit verhindert overigens de totstandkoming van politieke partijen en partijprogramma’s. De zeven leden van de onafhankelijke kiescommissie zijn inmiddels door president Karzai benoemd. Hij heeft daarover echter geen overleg gevoerd met het parlement en de politiek. Dit zou nog een probleem kunnen zijn, evenals het feit dat de kieswet nog niet is aangenomen door het parlement. Op 18 juni jongstleden heeft het kabinet van president Karzai besloten om de civiele registratie los te koppelen van de kiezersregistratie. De laatste valt nu onder de verantwoordelijkheid van de onafhankelijke kiescommissie. UNDP heeft in nauw overleg met de kiescommissie een tijdpad en een hulpprogramma voor de kiezersregistratie opgezet. De kiezersregistratie zal van december 2008 tot en met februari 2009 in het zuiden plaatsvinden. Om dit tot een succes te maken, moeten echter nog wel de nodige stappen worden gezet. De minister zegt toe dat hij later terug zal komen op de vraag of de benoeming van de leden van de kiescommissie voldoet aan de eisen van “transitional justice”.

            De Nederlandse regering hoopt uiteraard, en straalt dat ook uit, dat de schorsing van het parlementslid mevrouw Malalai Joya ten spoedigste ongedaan wordt gemaakt. In antwoord op schriftelijke vragen van de heer Van Bommel is al gemeld dat mevrouw Joya haar schorsing heeft voorgelegd aan het Hoger Gerechtshof. Het oordeel van het hof wordt afgewacht voordat er verdere stappen worden gezet. In contacten, ook van de ambassade, wordt de vrijheid van meningsuiting, juist ook van parlementariërs, aan de orde gesteld.

            Afghanistan heeft ook geen behoefte aan imams die haat tegen het Westen prediken, zo bleek in het gesprek met minister Spanta. Daarom wordt er geïnvesteerd in de opleiding van imams.

            De veiligheidssituatie van de ambassades en hun medewerkers in Kabul en Islamabad heeft een andere achtergrond dan de algemene ontwikkelingen in Afghanistan. Beide ambassades functioneren beperkt, maar de medewerkers werken met grote inzet onder moeilijke omstandigheden. De minister kan niet op de veiligheidsaspecten ingaan, maar hij verzekert de Kamer dat hieraan hard wordt gewerkt en dat er maatregelen worden getroffen opdat de ambassades weer normaal in een veilige en toegankelijke omgeving kunnen functioneren. Dit is belangrijk voor het opzetten van ontwikkelingsactiviteiten of het uitoefenen van invloed.

            De situatie in de Pakistaanse grensregio is zorgelijk. De nieuwe Pakistaanse regering had aanvankelijk gekozen voor vredesonderhandelingen met militanten in het grensgebied, maar heeft daarnaast geoordeeld dat er ook militair optreden nodig is. Het ISAF-mandaat omvat alleen het Afghaanse grondgebied. Er wordt gecoördineerd opgetreden, maar ISAF komt niet op Pakistaans grondgebied. Militaire operaties in het grensgebied worden in het kader van het tripartite overleg afgestemd tussen Afghanistan, Pakistan en ISAF. Nederland zal bij de Pakistaanse autoriteiten blijven aandringen op een geïntegreerde benadering waarbij duidelijk is dat naast militaire acties ook sociaal-economische opbouw in de grensregio nodig is. Om te komen tot stabilisatie is een combinatie van een selectief verzoeningsbeleid en onderhandelingen nodig.

India en China zijn economisch actief in Afghanistan. Economische activiteiten zijn cruciaal voor de duurzame ontwikkeling van het land. China raakt ook elders geïnvolveerd, maar is ook dan met name gericht op economische activiteiten. India levert een forse bijdrage door middel van bilaterale hulp, zo’n 800 mln. dollar. In de volgende voortgangsbrief zal hierop nader worden ingegaan.

 

De minister van Defensie memoreert dat op 18 april luitenant Dennis van Uhm en soldaat Mark Schouwink in Afghanistan zijn gesneuveld nadat zij met hun voertuig op een bermbom waren gereden. De dood van soldaten is ingrijpend. De dood van de zoon van de belangrijkste militaire adviseur die verantwoordelijk is voor het aansturen van de hele missie, heeft de pijn van het verlies bijna tastbaar gemaakt. De minister spreekt zijn respect uit voor de wijze waarop de CdS daarna zijn zware taak op zich heeft genomen, waaronder het begeleiden van de minister naar de Kamer voor dit overleg. In de afgelopen maanden zijn ook verschillende militairen ernstig gewond geraakt. Zij zullen het overleven, maar zij zijn blijvend invalide. Deze ingrijpende gebeurtenissen laten wederom scherp zien hoe reëel de risico’s zijn waarover is gesproken bij de verlenging van de operatie. Hij heeft diep respect voor de mannen en vrouwen die in Afghanistan dienen.

            De inspanningen van de taskforce Uruzgan zijn erop gericht om de veiligheid en de stabiliteit in de “inktvlekken” (de Afghan Development Zones, ADZ) te vergroten en indien mogelijk uit te breiden. Veiligheidsoperaties buiten de inktvlekken blijven noodzakelijk om te voorkomen dat de Taliban een directe bedreiging vormen voor de stabiliteit. Versterking van het Afghaanse bestuur en van de Afghaanse veiligheidsdiensten in de ruimste zin van het woord, blijft een noodzakelijke voorwaarde voor succes van die aanpak. Dit heeft dan ook de hoogste prioriteit van de internationale gemeenschap, van ISAF en van Nederland.

            Bij de planning en uitvoering van de operaties die erop zijn gericht om de successen van Spin Ghar en Patan Ghar te bestendigen om zodoende de activiteiten van de Taliban verder te verstoren, inlichtingen in te winnen en de positie van de Afghaanse autoriteiten te versterken, is nauw samengewerkt met het Afghaanse leger en het provinciaal bestuur onder leiding van gouverneur Hamdam. De militaire inzet in Afghanistan wordt beïnvloed door seizoenarbeid; in de afgelopen maand is de geweldsinzet in het hele zuiden geïntensiveerd wat ertoe heeft geleid dat er zo’n 45 militairen zijn omgekomen.

            De minister geeft een overzicht van de onderhandelingen met de nieuwe partners die een deel van de Nederlandse bijdrage aan de veiligheidssituatie in Uruzgan zullen overnemen. Frankrijk, Australië en Hongarije zullen OMLT’s in Uruzgan inzetten. Dit is belangrijk voor de training van de Afghaanse veiligheidsorganisaties. Frankrijk zal vanaf september aanstaande ongeveer 70 mensen inzetten, waaronder 30 OMLT, ondersteuning en medische hulp. Slowakije zal een bijdrage leveren aan de bewaking en PRT-missieteams. De onderhandelingen met Georgië verlopen moeizamer; over de uitkomst daarvan kunnen nog geen voorspellingen worden gedaan. Met de inzet van Georgië is geen rekening gehouden in de artikel 100-brief over de verlenging. De omvang van de Nederlandse bijdrage zal geleidelijk worden gereduceerd, met de nadruk op geleidelijk. De taken van twee wachtpelotons komen te vervallen en de OMLT-bijdrage kan geleidelijk worden verminderd. Het zogenaamde extra wachtpeloton komt terug naar Nederland en na 1 augustus worden de twee Nederlandse F16’s teruggetrokken.

            Steeds opnieuw wordt bezien waar en hoe de mix aan beschikbare capaciteiten kan en moet worden geoptimaliseerd. Thans wordt geprobeerd te voorzien in extra capaciteit voor het verkrijgen van inlichtingen en informatie die nodig is door de toenemende dreiging van bermbommen. Vanaf september zet Nederland voor een periode van zes maanden de Sperwer in met een detachement van veertig militairen. Er wordt een studie uitgevoerd naar de mogelijke inzet van UAV’s (unmanned aerial vehicles) op de wat langere termijn. In die zin is de operatie in Afghanistan ook een leertraject. De veiligheid is niet in het geding, want er is een “predator” in het gebied aanwezig die kan worden ingezet als de situatie daarom vraagt. De minister heeft met belangstelling geluisterd naar de opmerking van de leden over de “predator” en is benieuwd naar de financiële vertaling van deze politieke wensen.

            De ontwikkeling van de politie blijft achter bij de ontwikkeling van het leger, het leiderschap is zwak, de opleiding is beperkt en er is corruptie. Versterking van de politie heeft prioriteit. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van PMT’s (Police Mentoring Teams). De werkwijze van deze teams is te vergelijken met de OMLT’s.

            De inzet van de nieuwe missie is ook gericht op de ondersteuning en opbouw van het ANA. De schaal van het ANA is substantieel. Het aantal militairen in Uruzgan schommelt nogal; op dit moment zijn er zo’n 1800 aanwezig ook al is de geautoriseerde omvang vastgesteld op 2600. De inzetbaarheid wordt steeds beter. Het ANA kan nu met meer dan 650 mensen tegelijkertijd buiten de poort opereren. Ongeveer 95% van alle missies van de taskforce wordt samen met de Afghaanse militairen uitgevoerd.

            Het luchttransport van militairen is een structureel probleem, maar inmiddels beschikt het Afghaanse leger ook over eigen transportmiddelen. Waar nodig kan er daarnaast een beroep worden gedaan op ISAF. Er wordt gezocht naar voorzieningen om de mensen zo snel mogelijk op de plaats te brengen waar zij nodig zijn.

            Het derde kandak van de brigade, het vijfde dat zal binnenkomen, blijft voorlopig in Helmand. De Kamer wordt geïnformeerd als het naar Uruzgan komt. De vraag wanneer dit zal gebeuren, is opnieuw voorgelegd aan president Karzai tijdens zijn bezoek aan Nederland. De opbouw van de militaire capaciteit is overigens een succesverhaal. Een jaar geleden waren er slechts enkele honderden slecht geklede irreguliere militairen. In de volgende rapportage zal de stand van zaken worden beschreven en zal worden ingegaan op het verloop van de opbouw van het ANA.

            Een voorbeeld van de groeiende inzetbaarheid van het ANA is de recente operatie in Arghandab. Ondersteund door ISAF-eenheden bleek het mogelijk om het gebied binnen 24 uur weer onder controle te brengen van de Afghaanse overheid.

            De aanslag op het gevangeniscomplex Sarpoza is een pijnlijke gebeurtenis en zal ongetwijfeld door de Taliban als een succes worden gezien. Er is overigens geen direct verband met de situatie in Arghandab. Er zijn inmiddels enkele tientallen gevangenen aangehouden. De Kamer wordt geïnformeerd als er meer gegevens beschikbaar komen.

            Medio juni is in Brussel gesproken over een verdere efficiencyverbetering van het regionaal commando in het zuiden. Vanaf 1 november aanstaande wordt de rotatieperiode verlengd van negen maanden tot een jaar. Op die datum zal generaal-majoor De Kruif het commando overnemen daarin bijgestaan door een Nederlands politiek vertegenwoordiger, ambassadeur Beelaerts van Blokland. De Nederlandse bijdrage zal tijdens die commandoperiode worden verhoogd met circa 75 mensen.

            De 3000 mariniers die dit jaar zijn ingevlogen, zijn vooral actief in Helmand. Verder is een grote eenheid actief in Zabul. Zij staan allen onder het commando van ISAF. In augustus 2010 stopt Nederland als “lead nation” in Uruzgan en in 2011 stopt Canada als “lead nation” in Kandahar. Binnen de NAVO moet dus worden nagedacht over de vraag wat dit betekent voor de samenstelling van het hoofdkwartier.

            In 2003 heeft het Duits/Nederlandse legerkorps voor een half jaar de kern van de staf van het hoofdkwartier in Kabul geleverd. Dit wordt in 2009 herhaald. De Kamer wordt over de details geïnformeerd.

            De situatie in Uruzgan verbetert langzaam maar zeker, maar het gaat met vallen en opstaan. De Kamer is adequaat geïnformeerd over de risico’s en verwachtingen. De minister ziet de nieuwe missie met vertrouwen tegemoet in de overtuiging dat de Nederlandse militairen een zware taak aankunnen. De komst van nieuwe partners sterkt hem in het vertrouwen dat ook de komende twee jaar een bijdrage kan worden geleverd aan een betere situatie voor de Afghaanse bevolking.

            Het is heel moeilijk om het aantal burgerslachtoffers te benoemen. Over het aantal geweldsincidenten is al uitgebreid gesproken naar aanleiding van vragen en een motie van de heer Van Bommel. Een deel van de informatie, ook in de artikel 100-brief, heeft een geaggregeerd karakter. Er wordt een schatting gemaakt van de gevaarzetting, het dreigingsbeeld in Afghanistan. Daarvoor wordt een aantal indicatoren gebruikt, waaronder het aantal gevechtscontacten. Met het verwerpen van de motie-Van Bommel heeft de Kamer geconstateerd dat er adequate informatie wordt en is verstrekt. Op de informatie die nu door UNAMA is verstrekt over het aantal burgerslachtoffers, zal nog worden gereageerd. Waar mogelijk wordt de Kamer geïnformeerd over het aantal burgerslachtoffers, maar de bandbreedte van die informatie is erg groot.

            De Kamer is in antwoord op vragen van de heer Van Bommel geïnformeerd over het onderzoek naar het draagvlak voor de missie in de krijgsmacht. De kritiek is niet gebagatelliseerd, maar in de juiste context geplaatst.

            De inhuur van civiele capaciteit zal nog in een ander debat naar aanleiding van het advies van de AIVD worden besproken. De mix van militaire en civiele inzet is vrij normaal. Het debat gaat over de vraag wie wat mag doen in voorkomende situaties. 

 

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking herinnert eraan dat het kabinet in de brief van december 2005 heeft geschreven dat ons land een wezenlijke bijdrage wil leveren aan een situatie waarin de Afghaanse autoriteiten hun invloed en gezag hebben vergroot. In een groot aantal provincies, waaronder Uruzgan, opereert het Afghaanse bestuur in toenemende mate zelfstandig. In die brief stond verder dat Nederland een impuls kan geven aan de wederopbouw en het verbeteren van de levensomstandigheden van de bevolking. Die impuls is zeker gegeven in de afgelopen jaren. In het kader van de conferentie van Parijs kan eigenlijk worden gesproken van een hernieuwd contract op basis van herijking tussen de internationale gemeenschap en Afghanistan. Het begrip “new deal” is in dit verband een juiste term. De 3D-benadering wordt gedeeld door de internationale gemeenschap. Die strategie is versterkt en heeft een invulling gekregen in de ANDS. De Afghaanse autoriteiten hebben die samen met de verschillende districten en provincies opgesteld waardoor het “ownership” is vergroot en dus ook de kans dat de opbouw wordt versterkt. Nederland heeft tijdens de vergadering van de Wereldbank in april de donoren bij elkaar geroepen, in het bijzonder die donoren die actief zijn in het zuiden van Afghanistan, om na te gaan hoe er tot een betere coördinatie zou kunnen worden gekomen.

Er is in Parijs forse kritiek geuit op de Afghaanse regering vanwege de corruptie, benoemingen en de soms gebrekkige uitvoering van programma’s. De uitrol van nationale programma’s in bijvoorbeeld Uruzgan verloopt redelijk snel doordat de Nederlandse regering er achteraan zit, maar ook in andere provincies moeten programma’s sneller tot uitvoering worden gebracht. Aan de andere kant heeft Nederland altijd zo veel mogelijk gewerkt via de Afghaanse organisaties. Die afghanisering moet verder vorm krijgen. De Amerikanen gaan nu ook meer via de Afghaanse instituties werken, tot wel 30% van de hulp, onder meer door het initiatief dat Nederland heeft ondernomen met USAID. De herijking komt dus van beide kanten. De opening van een kantoor van UNAMA en het bredere mandaat van de heer Eide zullen een impuls geven aan de aansluiting van hulp op ontwikkeling en de politieke situatie.

De Nederlandse toezegging voor een bedrag van 775 mln. is niet buitenproportioneel. Dit bedrag is inclusief de militaire bijdrage wat betekent dat er voor ontwikkelingssamenwerking ongeveer 100 mln. beschikbaar is. De essentie van de conferentie van Parijs was dat er geen militaire oplossing is voor dit probleem en dat juist de intensivering van de ontwikkelingsinspanningen essentieel is.

De minister maakt een vergelijking tussen de voornemens die destijds zijn geuit en de resultaten die tot nu toe zijn geboekt. Zonder dat er sprake kan zijn van tevredenheid, kan toch worden vastgesteld dat de Nederlandse aanpak vertrouwen heeft gewekt, want er gaan steeds meer civiele organisaties, inclusief VN-organisaties, aan de slag in Uruzgan. Hij betwijfelt de uitspraak dat de Nederlandse ngo’s zo laat zijn. Cordaid en andere ngo’s hebben vanaf het begin via hun “counterparts” activiteiten verricht. Zo hebben vrijwel alle burgers van Uruzgan nu een zekere mate van toegang tot basisgezondheidszorg en neemt de kindersterfte af. Het gaat echter nog niet snel genoeg. Daarom zijn de projecten die nu zijn ingediend, van harte welkom. De uitwerking ervan zal gedurende de eerste zes maanden worden gefinancierd. Verder is de bijdrage van het VK via DFID op het terrein van conflictanalyses en tribale verhoudingen welkom. Nederland heeft uiteraard ook een tribale adviseur in Uruzgan om te bereiken dat de plannen die ter plaatse worden uitgewerkt, zijn gebaseerd op een tribaal evenwicht en productief zijn voor de ontwikkeling.

 Hij deelt de teleurstelling over de inzet van de Nederlandse ngo’s niet. Hij is voorstander van een sterkere samenwerking tussen ngo’s en de regering bij de uitwerking van de verschillende prioriteiten. Daarbij gaat de voorkeur uit naar ngo’s die ervaring hebben en de regio en de geschiedenis kennen. Dit geldt bijvoorbeeld voor GTZ, overigens geen ngo maar een semi-overheidsorganisatie, die ervaring heeft met infrastructuur, rurale ontwikkeling, capaciteitsopbouw en institutionele ontwikkeling in een andere provincie. GTZ zal zich bezighouden met de aanleg van een weg van Tarin Kowt naar Chora en de versterking van de districtontwikkelingscommissies. Uruzgan is in dat opzicht nog een “lege” provincie met nauwelijks capaciteit en daardoor vraagt de voorbereiding van projecten soms meer tijd dan wenselijk wordt geacht.

Bij de militaire aanpak wordt gekozen voor “burdensharing” en er is geen enkele reden om dat niet te doen bij de ontwikkelingssamenwerking. Het is een prima ontwikkeling als belangrijke Afghaanse organisaties met hun eigen geschiedenis en kracht met Nederlandse subsidie actief meewerken aan de opbouw. De bescherming door de krijgsmacht is een ander aspect. Soms is het verstandig dat bepaalde ngo’s voor of juist achter de schermen samenwerken met Nederlandse militairen. De effectiviteit van de inspanning staat voorop. Zo werkt een organisatie als Health Net vanuit Nederland met partners in Uruzgan ook buiten de inktvlek. Daarvoor is geen Nederlandse bescherming nodig. De ngo’s bespreken dit op een goede manier. De coördinatieorganen van Defensie, Buitenlandse Zaken en de ngo’s zorgen ervoor dat dit nog beter gaat. Naarmate de veiligheid toeneemt, is het natuurlijk ook beter voor ngo’s om ter plaatse te werk te gaan.

De toezegging dat er voldoende middelen voor alternatieve agrarische productie beschikbaar worden gesteld, is nagekomen. Er is actief gezocht naar ontwikkelingen die de landbouw ondersteunen. Na een korte fase met kleine, snel te verwezenlijken en zichtbare projecten  wordt nu via het ministerie van Landbouwontwikkeling met GSE/GTZ op een grotere schaal gewerkt. De FAO heeft op 2 juni 2008 een kantoor geopend in Uruzgan. De minister verwijst naar de website waarop voortdurend informatie wordt verschaft over de programma’s en de stand van zaken.

Het initiatief van de Werkgroep Economische Wederopbouw wordt zeer op prijs gesteld. Daardoor wordt voor het Nederlandse bedrijfsleven inzichtelijk of het iets kan ondernemen in Afghanistan en nog specifieker in Uruzgan. De WEWA is opgericht na een bezoek van enkele vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven aan Afghanistan. Er is op verzoek van de Kamer een subsidiekader ten bedrage van 10 mln. opgezet voor initiatieven die met name zijn gericht op Uruzgan. Er is inmiddels een missie ondernomen naar Uruzgan waarin de mogelijkheden van activiteiten op de gebieden landbouw en waterbeheer zijn verkend. Het civiele deel van de delegatie is niet afgereisd vanwege de veiligheid. De delegatie bestond onder meer uit een VNO/NCW-gedetacheerde defensiemedewerker en een landbouwdeskundige op het terrein van coördinatie en factfinding. Er is ook een bezoek gebracht aan Kamp Holland. Tijdens dit bezoek is gesproken met Nederlanders die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking en met de lokale ministeries van Landbouw, Irrigatie en Rurale Ontwikkeling. Het is nu aan het bedrijfsleven om plannen te presenteren.

In de conclusies van het rapport van de ngo’s wordt precies ingegaan op hetgeen belangrijk wordt geacht uit Nederlands perspectief, namelijk afghanisering, verbetering van de civiel-militaire relaties en civilisering van de PRT’s. Via een planmatige aanpak probeert Nederland het laatste in de loop van het volgend jaar, waarschijnlijk al in de eerste helft, te verwezenlijken. De ministeries van Buitenlandse Zaken en van Defensie proberen samen met civiele ontwikkelingsvertegenwoordigers en de militaire leiding dit pad in te slaan. Dit geldt ook voor het terrein van bestuur en governance. Nederland ondersteunt de Afghaanse regering in haar streven naar decentralisatie en dringt erop aan dat er vooral via de Afghaanse organisaties wordt gewerkt.

De bedoeling van het Compact is dat het werk van ontwikkelingssamenwerking, namelijk projecten opzetten die zinnig passen in de context, vooral aan ontwikkelingswerkers wordt overgelaten. De PRT’s hebben uitstekend werk gedaan, maar het zijn natuurlijk geen ontwikkelingsexperts. De minister gaat ervan uit dat ook UNAMA van mening is dat de reconstructieteams onder een civiele leiding moeten komen. Met de conferentie in Parijs zijn de bakens verzet.

De drugsproblematiek moet worden aangepakt om die financieringsbron van de Taliban te laten opdrogen en een einde te maken aan de corruptie. Het anti-drugsbeleid is een Afghaanse verantwoordelijkheid. De Afghaanse regering zet teams in om een einde te maken aan de papaverteelt in bepaalde gebieden. Dan moeten er wel alternatieven zijn voor de boeren. Nederland ondersteunt alleen in extremis als er een probleem is. De oplossing wordt gezocht in een combinatie van misdaadbestrijding, het aanbieden van alternatieven en het vernietigen van de papaverteelt. Daartoe wordt een aantal initiatieven ontwikkeld. De NAVO zoekt naar mogelijkheden om Afghaanse operaties op het terrein van drugsbestrijding te steunen. Dit is echter geen hoofdtaak van ISAF. Een verschil is wel dat interdictie nu bovenaan op de agenda staat om de grootschalige handel aan te pakken. Daarnaast wordt er specifieke expertise toegevoegd aan de taskforce in Uruzgan; er is een speciale politieadviseur aangesteld. De American Drug Enforcement Administration (DEA) is mede op Nederlands verzoek in Uruzgan geweest om te bezien hoe het beleid op het terrein van interdictie kan worden versterkt. De organisatie wil eventueel agenten inzetten in Uruzgan om informatie te verzamelen ter ondersteuning van de Afghaanse autoriteiten waarvan het soms de vraag is of zij voldoende optreden tegen de leiders van de drugskartels. Er wordt met de DEA overlegd over de wijze waarop er kan worden samengewerkt en over de steun die Nederland kan bieden zodat dit een onderdeel wordt van de bredere missie.

De wereldwijde voedselcrisis is een extra reden tot zorg, maar kan aan de andere kant op de middellange termijn ook een positieve ontwikkeling zijn, omdat hogere prijzen het aanbod van alternatieve producten zal uitlokken. Bij IMF en Wereldbank is erop aangedrongen dat de nationale begroting voedselimporten mogelijk maakt.

Het eerder beschikbare bedrag van 15 mln. is niet uitgegeven omdat er geen voortgang is geboekt op het terrein van “transitional justice”.  Het International Centre for Transitional Justice heeft een ambitieus projectvoorstel ontwikkeld dat zich lijkt te lenen voor steun. Er is een actieplan voor de oprichting van een centrum in Kabul dat als aanjager van “transitional justice” zal dienen voor de Afghaanse autoriteiten, het maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap om tot uitvoering van het actieplan te komen.

 

Gedachtewisseling in tweede termijn

 

De heer Boekestijn (VVD) herhaalt de vraag of het kabinet bereid is om zijn beslissing over het extra wachtpeloton te herroepen als de veiligheidssituatie in september verslechtert.

            Is het kabinet bereid de Kamer een evaluatie te sturen over het gebruik van de Sperwer in de afgelopen jaren?

            Willen de bewindslieden ingaan op de vraag naar de bevoorradingslijn naar Uruzgan?

            Is er in Parijs ook gesproken over de balans tussen het geld dat direct naar de regering van president Karzai gaat en het geld dat naar de provincies gaat? In het eerste geval moet worden gevreesd voor corruptie, in het tweede geval wordt de legitimiteit van de president aangetast.

 

De heer Knops (CDA) dringt erop aan dat Nederland bevordert dat het UNAMA-kantoor met de nodige spoed wordt opgericht en ingericht.

            Willen de bewindslieden in een volgende rapportage uitgebreid ingaan op de WEWA? Zonder alternatieven hebben interdictie en eradicatie weinig zin. Zijn zij bereid om op dit gebied nadere voorwaarden te stellen aan de Afghaanse autoriteiten in Uruzgan?

 

Mevrouw Eijsink (PvdA) vraagt of in de volgende rapportage -- op weg naar een evaluatie -- een terugblik kan worden gegeven op de afgelopen twee jaar.

            De kiezersregistratie vindt plaats in de winter. Hoe wordt die uitgevoerd?

            Zij herinnert aan haar vraag of de opmerking over eventuele aanvullende of andere militaire capaciteiten als een blanco cheque moet worden beschouwd. Dit in relatie tot de bijdrage van Georgië waarover tijdens de verlengingsdiscussie is gesproken. Welke rotaties zullen er plaatsvinden? Wat betekent dit voor de druk op mensen en middelen?

            Voor de uitvoering van de ANDS is  50 mld. nodig waarvan 8 mld. nog niet is ingevuld. Heeft dit directe gevolgen voor de vijfjaarplanning?

 

Mevrouw Van Velzen (SP) vraagt of de minister van Defensie het rapport van de heer Holmes wil bestuderen en de Kamer wil laten weten of hij de conclusies ervan deelt.

            Zij vindt dat de minister van Buitenlandse Zaken zich erg formeel opstelt in zijn antwoord op de vragen over het geschorste Kamerlid mevrouw Joya. De Afghaanse regering moet ertoe worden aangezet om deze vrouw te beveiligen. Tot die tijd zou Nederland een gedeelte van het budget daarvoor kunnen aanbieden.

            Mevrouw Van Velzen vreest dat er sprake is van een vermenging van Operation Enduring Freedom en ISAF in het Pakistaans grensgebied. Welke landen hebben er beschietingen uitgevoerd? Klopt het dat er een NAVO-post is aangevallen en dat er Amerikaanse luchtaanvallen hebben plaatsgevonden? Hoe kan de scheiding tussen beide in de praktijk worden gehandhaafd?

 

De heer Brinkman (PVV) begrijpt niet dat de bewindslieden spreken over een succesverhaal. Hij ziet alleen maar problemen.

            Hij ondersteunt de opmerkingen over het geschorste Kamerlid evenals de gedachte om haar tijdelijk te beveiligen tot de Afghaanse regering dit overneemt.

 

De heer Van der Staaij (SGP) gaat ervan uit dat de berichten in de media over het grensgebied bij Pakistan op waarheid berusten. In het Afghaanse grensgebied zijn de NAVO-troepen actief en als daarbij met de Pakistaanse autoriteiten wordt geprobeerd om bepaalde groepen terroristen aan te pakken, is dat alleen maar toe te juichen.

            De manier waarop ISAF zoekt naar een sterkere aanpak van de drugsproblematiek en de inzet van Amerikaanse agenten van de DEA zijn positieve ontwikkelingen.

 

De heer Voordewind (ChristenUnie) vraagt aandacht voor de afstemming van taken als het UNAMA-kantoor is ingericht.

            Wat zijn de leerpunten van de vorige inzet van de Sperwer? Hoe wordt daarvan nu gebruik gemaakt?

            De “predator” is een mooi instrument met grote financiële consequenties. Wil het kabinet een mogelijke aanschaf betrekken bij zijn verkenningen voor de lange termijn en bij de studie naar de UAV’s?

            Hij herhaalt zijn vraag over het databestand voor de PRT’s. Worden daarbij ervaringen uitgewisseld?

 

De minister van Defensie zegt dat de opmerking in de brief over de eventuele inzet van aanvullende of andere militaire capaciteiten als algemene wijsheid moet worden beschouwd die vorig jaar is geoperationaliseerd toen de wachtpelotons naar Afghanistan zijn gestuurd. Dit is een voorbeeld van waartoe Nederland bereid en in staat is als het echt nodig is. Dit is een bewijs van flexibiliteit, maar geen blanco cheque.

            In de volgende voortgangsbrief zal worden ingegaan op de inzet van de Sperwer. Voor het overige verlopen de contacten met de Kamer over materieelverwerving via de staatssecretaris.

            De minister waarschuwt ervoor dat de verkenningen niet mogen worden gebruikt als een vergaarbak van allerlei wensen, hoe legitiem die ook zijn. De verkenningen bestrijken het hele terrein, maar er wordt een zelfstandig onderzoek uitgevoerd naar de UAV in de ruimste zin van het woord. Natuurlijk krijgt het fenomeen inlichtingen ook een plaats in dat onderzoek, maar dat wordt nu niet voorgeschreven.

            De gebeurtenissen in Kandahar hebben geen gevolgen voor de bevoorrading.

            Over de onderhandelingen met Georgië is op dit moment niet meer te melden. Hij bestrijdt het beeld dat de werkdruk extra hoog of onverantwoord hoog zou zijn doordat er geen Georgiërs zijn gekomen. Bij het verlengingsbesluit is geen rekening gehouden met de inzet van Georgiërs. Zodra er meer bekend is, wordt de Kamer geïnformeerd.

            Hij wijst erop dat hij niet heeft gezegd dat de hele missie een succesverhaal is, maar wel dat de ontwikkeling van het ANA een succes is. Daar blijft hij bij.

            Hij heeft inmiddels het VN-rapport onder ogen waarover mevrouw Van Velzen eerder sprak. Over de getallen kan zo niets worden gezegd, al zijn ze verbluffend exact. De VN komt tot de conclusie dat meer dan de helft van de burgerslachtoffers zijn gevallen door de hand van de Taliban of OMF. Verder wordt er opgemerkt dat het duidelijk is dat de internationale krijgsmachten zich tot het uiterste inspannen om het aantal burgerslachtoffers te beperken, dat de veiligheid van de burgers voorop staat en dat het oorlogsrecht geldt voor iedereen. De minister zegt toe om hierop terug te komen in een aparte brief als er echt een substantiële mededeling kan worden gedaan. Anders zal hierop worden ingegaan in de volgende voortgangsbrief.

 

De minister van Buitenlandse Zaken verwacht dat het kantoor van UNAMA in oktober operationeel kan zijn. De Kamer zal daarover worden geïnformeerd.

            De UNDP zal de opzet en uitvoering van de kiezersregistratie ondersteunen. In een volgende voortgangsbrief zal worden ingegaan op de stappen die zijn gezet om dit te realiseren.

            De zorgen over de veiligheid van mevrouw Joya zullen via de ambassade worden overgebracht aan de Afghaanse autoriteiten. Hij is van mening dat er geen rol voor Nederland is weggelegd bij de beveiliging van mevrouw Joya. Het zou de Nederlandse militairen in een onmogelijke positie brengen. Bovendien is in eerdere discussies vastgesteld dat ieder land op zijn eigen grondgebied verantwoordelijk is voor persoonsbeveiliging als zodanig. Indien de contacten met Afghanistan aanleiding geven om de Kamer daarover te informeren, zal dat uiteraard worden gedaan.

            De militaire operaties in het grensgebied met Pakistan worden afgestemd tussen Afghanistan. Pakistan en ISAF. ISAF opereert niet op Pakistaans grondgebied. De Kamer zal worden bericht als er andere informatie over deze activiteiten beschikbaar is.

 

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking merkt op dat het feit dat de Nederlandse bijdrage van 100 mln. voor de volgende jaren via de centrale overheid, dat wil zeggen via het Afghanistan Reconstruction Trust Fund en het Law and Order Trust Fund wordt uitgegeven, niet wil zeggen dat het geld allemaal centraal wordt uitgegeven. De keuze voor deze specifieke modaliteiten wordt nu ook gevolgd door de Amerikanen, omdat deze werkwijze een betere controle op de besteding mogelijk maakt. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van specifieke fondsen vanwege de Nederlandse betrokkenheid bij Uruzgan.

            Er is geen enkele reden voor vrijblijvendheid bij de drugsbestrijding, maar zo nu en dan ontstaat er toch een beeld van “laissez faire”. Nu er een Nederlandse politieadviseur wordt uitgezonden en er gesprekken worden gevoerd met de DEA, zal dit onderwerp regelmatig worden besproken met de gouverneur en de mensen om hem heen.  De drugsbestrijding is een essentieel onderdeel van de bestrijding van terreur en corruptie. Als er geen voortgang wordt geboekt binnen de kaders die daarvoor zijn voorgeschreven, zal dit uiteraard consequenties hebben voor de samenwerking en hulpverlening.

            Het feit dat in Parijs niet alle fondsen zijn gecommitteerd, is niet ongebruikelijk. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de “burdensharing”. Belangrijker is dat wordt vastgesteld of er sprake is van “oud” of van “nieuw” geld, want dan is pas echt inzichtelijk wie wat doet. Dat beeld is er nog niet. Anderzijds betekent dit niet dat een regering niet meer kan doen. Nederland heeft bijvoorbeeld meer gedaan dan aanvankelijk was toegezegd. Dit heeft ook te maken met het gedrag van de Afghaanse autoriteiten. Er is sprake van een herijkt Compact.

            De regionale datatabel is een gezamenlijk initiatief van de PRT’s van Helmand, Kandahar en Uruzgan naar aanleiding van de contacten tussen de civiele vertegenwoordigers. De tabel is er nog niet. Door dit initiatief kan worden bereikt dat de PRT’s van elkaar weten wat zij doen en kunnen zij misschien ook van elkaar leren. Als Nederland in november weer het commando voert over RC/South zal hieraan extra aandacht worden besteed.

 

Toezeggingen

 

In de volgende standvanzakenbrief zal:

- de minister van Buitenlandse Zaken de Kamer informeren over de personen die door president Karzai in de kiescommissie zijn benoemd en zal een nadere appreciatie worden gegeven;

- de minister van Defensie de Kamer informeren over het aantal militairen van het ANA en de opbouw van het ANA in Uruzgan;

- worden ingegaan op de ervaringen met de Sperwer;

- een appreciatie worden gegeven van de activiteiten ter voorbereiding van de verkiezingen en de kieswet;

- een terugblik worden gegeven op de missie gedurende de afgelopen twee jaar waarbij alle 3D-aspecten zullen worden meegewogen;

- de relatie met China en India worden weergegeven;

- worden ingegaan op de UNAMA-uitspraak over het aantal burgerslachtoffers. Bovendien zal de minister van Defensie de Kamer in een aparte brief over dit onderwerp informeren.

 

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Van Baalen

 

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Ormel

 

De griffier van de vaste commissie voor Defensie,

Van der Bijl

Labels
Bijdragen
Joël Voordewind

« Terug

Reacties op 'Bijdrage Joël Voordewind aan AO Afganistan'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2008 > juli