Bijdrage Joël Voordewind aan het plenair debat Europese Top d.d. 19-20 oktober 2017

donderdag 12 oktober 2017 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind aan een plenair debat met minister-president Mark Rutte, Kamerstuknr. 21 501 – 20

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. De afgelopen maand hebben verschillende visies op de toekomst van Europa ons bereikt. Commissievoorzitter Juncker wil de Europese Unie verder uitbouwen. De Franse president Macron wil nog verder gaan, met een gezamenlijke financiële en economische politiek. Ook wil hij een Europese minister van Financiën. Wij zouden graag zien dat Frankrijk zich allereerst aan zijn eigen financiële afspraken houdt als het gaat om Europa.

President Macron wil ook een Europese interventiemacht met een eigen budget. Op de agenda van de Europese top staat onder andere het Defensiefonds. Dat begint bescheiden, maar in 2020 raakt het al over een miljard. Als dit uit de eigen begroting kwam, zou dat nog tot daaraantoe zijn, maar wij weten uit de stukken dat ook lidstaten een eigen bijdrage moeten gaan betalen. De ChristenUnie vraagt zich af of dit wel zo goed is voor Nederland. Kan de betrekkelijk kleine Nederlandse defensie-industrie hier eigenlijk wel voldoende van meeprofiteren? Zo vraag ik de minister-president. Worden op deze manier geen onomkeerbare stappen gezet naar een Europese defensie-industrie en defensiemacht? Met andere woorden — om de SP misschien te citeren — worden we niet in een Europees leger gerommeld? Het gaat niet alleen om onderzoek, maar uiteindelijk ook om gezamenlijke aankopen. Dat is de derde pijler, zo hebben wij begrepen.

De Europese Raad gaat spreken over PESCO, een permanente Europese structuur voor militaire samenwerking. Nederland is van plan om daaraan mee te doen. De Raad wil deze structuur al voor het einde van het jaar oprichten.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik ken deze gedachte van de ChristenUnie, van de heer Voordewind, om niet per sé eigen geld in dat Europees Defensiefonds te willen stoppen. Stel nu dat je daarmee veel meer kunt doen voor onze veiligheid en voor onze verdediging. Vaak wordt namelijk gezegd dat dat het voordeel is. Is de ChristenUnie daar dan tegen?

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat hangt er natuurlijk helemaal van af hoe dit zich gaat ontwikkelen. Er wordt ook van ons verwacht dat wij een bepaald percentage in dat fonds gaan stoppen. Je zou kunnen zeggen: als de Nederlandse militaire industrie daar inderdaad aan mee kan doen, dan moet je nog kijken of je het bedrag dat je inlegt, er ook weer uit krijgt aan werkgelegenheid. Op het gebied van onderzoek en ontwikkeling zou je dat nog kunnen bezien; dat moet je evalueren. Maar bij de gezamenlijke aankopen, de derde poot van het Defensiefonds, vraag je je op een gegeven moment wel af of wij, naast het poolen dat we nu al doen, vanuit Nederland straks onze bestedingsbudgetten overhevelen naar een Defensiefonds en vervolgens maar moeten afwachten welke wapens Europa daarvoor denkt te gaan kopen. Kunnen wij daar dan nog eigen prioriteiten in gaan leggen? Gaat het Nederlandse parlement daar dan nog wel over? Dat zijn de kritische vragen die ik op dat punt wel heb.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Over dat laatste gaan we zelf, hè: wij controleren de regering en dus ook de minister van Defensie. Het lijkt wel, maar misschien begrijp ik de heer Voordewind verkeerd, dat wij onze defensie-uitgaven doen om de Nederlandse defensie-industrie te steunen. Wij doen defensie-uitgaven om veiliger te zijn, en als dat kan door met minder geld meer te bereiken via zo'n Europees Defensiefonds, dan mag ik toch aannemen dat de ChristenUnie daar ook voor is? Zelfs als de Nederlandse defensie-industrie daar misschien minder van zou profiteren. Het is toch niet het doel van defensie-uitgaven om je defensie-industrie te spekken?

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat zou je zo denken, maar daar wordt wel anders over gedacht in Europa. Als de grotere landen grote bedragen in het Defensiefonds gaan stoppen, zullen ongetwijfeld ook die grotere landen zich gaan afvragen of hun eigen lidstaat, hun eigen industrie daar ook van mee kan profiteren. De vraag die de heer Van Ojik stelt, is of we daar allemaal beter van worden en of het zin heeft om gezamenlijk onderzoek te doen. Het lijkt mij op zich een goede gedachte om gezamenlijk onderzoek te doen. De vraag is of we dat moeten doen door eerst allemaal geld in een pot te pompen en dat vervolgens te gaan herverdelen. Je kunt op dit moment ook al gezamenlijk onderzoek doen. Dat kun je gewoon afspreken met elkaar. Daar hoeven we niet eerst geld voor naar Brussel te pompen, zoals we dat met meerdere fondsen doen, om dan vervolgens te gaan kijken wat we daarvan weer terugkrijgen. Dat kun je nu ook al doen. Dat geldt ook voor gezamenlijke aankopen. Dat gebeurt nu ook al. We doen gezamenlijke dingen met Duitsland, met België. Daar hoeven we niet al ons geld voor in een pot te storten en vervolgens te kijken wat we daarvan gaan kopen. Anders ben ik bang dat de grote lidstaten ook daar weer de grootste vinger in de pap hebben.

De voorzitter:
Ja, heel kort.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik hoor natuurlijk graag wat de minister-president daarover zegt. We moeten er in een debat over de Europese Unie — daar maak ik hier even een punt van — mee uitkijken dat we niet in Brussel met al die dingen akkoord gaan, en dan hier doen alsof we heel kritisch zijn. Daar hebben we niets aan. Dus als de ChristenUnie kritisch is, dan kunnen ze tegen de minister-president zeggen: ga daar niet mee akkoord in Brussel. Daar moeten we wel duidelijk over zijn, vind ik.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ja, dat ben ik met de heer Van Ojik eens, alleen is het probleem natuurlijk dat we verschillende agentschappen in Brussel hebben waar wij ons geld in stoppen, maar waar vervolgens een autonoom beslissingsproces plaatsvindt. Dat zien wij zich hier ook weer ontvouwen: wij stoppen geld in dat Defensiefonds en vervolgens komt daar een bureau onder te hangen dat gaat over de bestedingen uit dat fonds. Dat zal een autonoom besluitvormingsproces zijn, waarop wij als parlement weinig zo niet géén invloed kunnen uitoefenen. De heer Van Ojik kan wel zeggen: "ja, maar we hebben toch de Europese Defensieraden waar onze eigen ministers in zitten", maar die gaan daar niet meer direct over. Die gaan daar maar heel indirect over, want de bestedingen zullen direct plaatsvinden vanuit dat Defensiefonds. Dat is mijn argwaan als dit proces maar doorgaat en doorgaat.

De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter, ik was bij PESCO, de Europese structuur voor militaire samenwerking. De Raad wil deze structuur al voor het einde van het jaar oprichten. Nederland moet een lijst met commitments opstellen voor deelname aan PESCO. Kan de minister-president zeggen aan welke commitments hij dan denkt? Hoe verhoudt PESCO zich tot de bestaande structuren zoals de Defensieraad, het Europese Defensie Agentschap en natuurlijk ook de EU Battlegroup? Kan de minister-president daar wat over zeggen?

Dan migratie, een belangrijk onderwerp. Daar hebben wij wel verregaande Europese samenwerking voor nodig, en ook hard nodig. Er wordt momenteel hard gewerkt aan de herziening van het gemeenschappelijke Europees asielbeleid. We weten tegelijkertijd dat enkele Oost-Europese landen blijven weigeren om mee te werken aan een evenwichtiger verdeling van het aantal vluchtelingen dat Europa zou moeten opnemen. Ik heb begrepen dat het Europese Hof inmiddels uitspraken heeft gedaan over de klachten van Hongarije en Slowakije. Beide lidstaten hebben inmiddels al laten weten die uitspraken naast zich neer te leggen. Hoe ziet de premier het voor zich nu die inbreukprocedure eigenlijk ook vast lijkt te zitten? Wat vindt hij van het idee om landen die niet meewerken te korten op hun structuurfondsen? Gaat dit nu ook daadwerkelijk gebeuren?

De ChristenUnie vindt het een goede zaak om als Europa een bijdrage te blijven leveren aan de vluchtelingenproblematiek. Het voorstel van de Europese Commissie om 50.000 vluchtelingen uit Afrika te hervestigen, kan dan ook op onze steun rekenen. Hoe gaat Nederland hiermee om? Gaan wij daar ook een aandeel aan leveren? Wat vindt Nederland eigenlijk van het op dit moment min of meer capituleren door het systeem vrijwillig te maken? We hebben gezien dat afdwingen lastig is. Nu stelt de Europese Commissie een soort vrijwillig kader voor waarop Europese lidstaten kunnen inschrijven. Is dit niet het einde van de solidariteit die wij met elkaar moeten bewaken bij de verdeling van zich hervestigende vluchtelingen? Graag daar een reactie van de minister op.

Het terugkeerbeleid is ook iets wat vooral gezamenlijk zou moeten gebeuren. Aandachtspunt blijft hier of we het gaan redden of dat we met elkaar echt een stap verder komen. Ik heb begrepen dat het visumbeleid nu ook op de agenda staat. Is er draagvlak voor om landen zoals Marokko visa te weigeren als het om Europa gaat? Wordt serieus en hard ingezet om Marokko zijn onderdanen te laten terugnemen?

Dan Libië. Ik heb begrepen dat de Hoge Vertegenwoordiger Buitenland, Mogherini, nu de kampen wil sluiten. Ook Juncker wil dat. Lof daarvoor, want er zijn natuurlijk vreselijke omstandigheden in de kampen. Maar wat betekent het sluiten van de kampen? Wat gebeurt er met de migranten? Wie gaat ervoor zorgen dat deze migranten humaan worden opgevangen en in ieder geval humaan worden behandeld? De EU heeft daar naar mijn weten nog geen plannen voor. Ik vraag de minister-president wat zijn inzet wordt als het gaat om de migranten daar.

Ten slotte Turkije. Ik sluit mij aan bij de woorden van collega Verhoeven als het gaat om het onderzoek van de Vrije Universiteit en de nog steeds schrijnende omstandigheden ter plaatse. Kan de minister daarop reageren? Er blijkt nog steeds geen volledige steun te zijn voor de preaccessiegelden. Gaat de minister-president dit punt doorzetten om uiteindelijk een einde te maken aan de preaccessiesteun voor Turkije?

Dank u wel, voorzitter.

Meer informatie

Labels
Bijdragen
Buitenlands beleid
Joël Voordewind

« Terug